10 cadeaus onder de 10 euro

Voor de lastminute Sint maakte dichter Ilja Leonard Pfeijffer bij tien cadeaus een kant-en-klaar gedicht. Het instant vers bestaat uit vier modules: de aanhef, de steek onder water, het cadeau en de afsluiting. Lees de gebruiksaanwijzing en plak de modules onder elkaar. Zo ontstaat een vers van zestien regels, verdeeld over vier kwatrijnen van jambische pentameters met gekruist rijm. Gebruik van het instant sinterklaasgedicht is voor eigen risico.

Module 1: de aanhef

Kies de meest toepasselijke uit de drie geboden mogelijkheden.

1. Voor een geliefde

De Sint las onlangs in zijn grote boek

dat iemand, die ontzettend van je houdt,

je lief vindt en gelukkig ook erg stout

en dat je zoets verdient en billenkoek.

2. Voor een familielid

Met elke Sinterklaas trek ik je weer

en geef ik je maar weer zes HEMA-sokken.

Al jarenlang vind ik het niet leuk meer.

Nu heb ik je dit jaar alweer getrokken.

3. Voor een vage kennis

De chocoladeletters van jouw naam

zijn op. Het grote boek van Sint is kwijt.

De Pieten zijn gestresst en onbekwaam.

De Sint is overwerkt en heeft geen tijd.

Module 2: de steek onder water

Vul bij A een eigenschap in van drie lettergrepen, met de klemtoon op de eerste, zoals ‘wildebras’, ‘uitvreter’, ‘bazig typ’. Je kunt ook een eigenschap van twee lettergrepen kiezen, met de klemtoon op de eerste, en er ‘man’, ‘vrouw’ of ‘mens’ achter zetten, bijvoorbeeld: ‘nare man’, ‘domme vrouw’, ‘ijdel mens.’

Vul bij B de gewenste verdienste of straf in van twee lettergrepen, met de klemtoon op de tweede, bijvoorbeeld: ‘ontslag’, ‘de roe’, ‘een zoen’, ‘een schop’, ‘de zak’.

Je bent een [A ... ], zegt Zwarte Piet

en jij verdient [B ... ], dat zie je zo.

Maar Sinterklaas is toch de kwaadste niet.

Daarom voor jou een origineel cadeau.

Module 3: het cadeau

Kies een van de tien voorgestelde cadeaus en gebruik het bijbehorende kwatrijn.

1. De rijstpapieren lamp van Ikea

Ach, die IKEA-lamp van rijstpapier

herinnert aan een kamer met een lek,

de armoede en het verschaalde bier.

Maar ook de Sint heeft wel eens geldgebrek.

2. De ijsemmer van Duikelman (de gladde versie)

Een fraaie presentatie kent geen prijs:

zoals een fles champagne staat te stralen

en fonkelt in een emmer vol met ijs

(ijs en champagne moet je zelf nog halen).

3. De espresso kopjes van Piet Hein Eek

Hoewel de Sint een Spanjaard is, houdt hij

van Italianen en van hoe ze hopen

een voordeeltje te halen en hoe zij

heel weinig koffie als iets chics verkopen.

4. Het dinosaurus ei (je moet dat ei een paar dagen in water leggen en dan komt er een dino uit)

Je houdt niet zo van nuttige cadeaus,

dat weet ik, dus daarom krijg jij van mij

iets waarlijk en volkomen nutteloos’:

een imitatiedinosaurusei.

5. Gegraveerde glazen van de HEMA

Dit is de maand waarin wij met een glas

champagne klinken op al wat wij hopen

en trachten te vergeten al wat was

(maar de champagne moet je zelf nog kopen).

6. Tas van HEMA

Een degelijke, lege HEMA-tas

is altijd heel erg nuttig, vindt de Sint.

Hij komt speciaal bijzonder goed van pas

om iets te kopen wat je wél leuk vindt.

7. Telefoonstandaard

Er is een ding dat Sint al jaren haat:

mobieltjes plat op tafel. Daarom heeft

de Sint een standaardje bedacht. Zo staat

je telefoon voor altijd lekker scheef.

8. Lucifer, stick om telefoon of tablet met touchscreen te bedienen

Niet echt heel handig hè, die touschsceenpad?

Voor dikke vingers is het een gedrocht.

Daarom heeft Sint eens lekker uitgepakt:

hij heeft een lucifer voor jou gekocht.

9. Een robotje

Wat kun je geven aan wie alles heeft,

computers, iPads, zelfs een dodobotje,

en alles wat te doen valt heeft beleefd?

Een klein en lelijk, zinloos neprobotje.

10. Opinel zakmes

Een zakmes zonder zaagje, waterpas,

kompasje, priem of andere gemakken —

waarvoor komt dat in hemelsnaam van pas?

Om leukere cadeautjes uit te pakken.

Module 4: de afsluiting

Zo rijdt de Sint je huisje niet voorbij,

al had hij geen idee wat hij moest schenken.

Maar hopelijk ben jij toch best wel blij

dat hij toch nog aan jou heeft willen denken.

    • Marianne van Dodewaard