Zonder rolstoel ben ik anoniem

Monique van der Vorst (27) had een dwarslaesie, maar na een ongeluk voelde ze haar benen plotseling tintelen.

Nu wordt ze professioneel wielrenster voor de Rabobank.

De beugel aan de voordeur, de opgeklapte rolstoelen in de hoek van de keuken en het gelijkvloerse appartement. Veel in het huis van student bewegingswetenschappen Monique van der Vorst (27) herinnert nog aan haar leven in een rolstoel. In een glazen kast staan de prijzen die ze won als handbiker, waaronder vier keer goud op de wereldkampioenschappen en twee keer zilver op de Paralympische Spelen.

Door een mislukte enkeloperatie raakte Van der Vorst op haar dertiende verlamd aan haar linkerbeen en na een auto-ongeluk kwam daar nog een dwarslaesie boven op. Een jaar geleden kreeg ze opnieuw een ongeluk en belandde in kritieke toestand in het ziekenhuis. Na een zwaar herstel voelde ze plotseling tintelingen in haar benen en bleek ze zelfs een paar stappen te kunnen lopen. Van der Vorst: „Toen ik uit het ziekenhuis kwam besefte ik dat ik mijn sport kwijt was. Ik wist niet hoe ver ik nog zou herstellen en wat ik er voor terug zou krijgen.” Inmiddels weet ze dat wel: vorige week maakte ze bekend professioneel te gaan wielrennen voor de Rabobank.

Je kreeg ook een aanbieding van een Italiaanse wielerploeg. Waarom heb je voor de Raboploeg gekozen?

„In Italië ben ik een beroemdheid vanwege mijn verhaal: als ik daar aankom op het vliegveld staat er altijd een cameraploeg klaar. Ze boden mij al een contract aan toen ik nog geen drie weken op de fiets zat en nog niets had gepresteerd. Ik ben daar vooral interessant voor de pr. Bij de Raboploeg geven ze me de tijd om me als wielrenner te ontwikkelen en hebben ze er echt vertrouwen in dat ik goede resultaten zal behalen.”

Jouw benen hebben dertien jaar niet bewogen, hoe is het mogelijk dat ze nu al zo hard kunnen fietsen?

„Dat weet niemand. Een jaar geleden kon ik nog niet eens naar de overkant van de straat lopen, ik moest helemaal opnieuw beginnen en ben er nog lang niet. Maar ik heb natuurlijk wel tien jaar topsporterservaring. Ik denk dat 50 procent van topsport mentaal is. Natuurlijk heb je aanleg, inzicht en training nodig, maar het gaat er ook om hoe diep je kunt gaan en hoeveel pijn je kunt lijden. Je moet een knopje hebben: alles uitzetten en gaan. Dat heb je of dat heb je niet. Leontien van Moorsel had dat, Marianne Vos heeft dat, Lance Armstrong...en ik heb dat ook.”

Heb je dat altijd al gehad?

„Ja. Toen ik nog in een rolstoel zat trainde ik anders dan alle andere rolstoelatleten. Ik schaamde me nergens voor en kroop handenklappend over de grond. Dan scholden ze me misschien wel uit voor aap of zeehond, maar vervolgens reed ik ze er allemaal uit. Ik trainde zo, omdat ik een heel groot deel van mijn lichaam niet kon gebruiken. Door op het randje te trainen en soms dus ook te vallen, trainde ik al die spiertjes die ik nog net wel kon gebruiken. Als je op safe speelt en alleen doet wat je medisch gezien zou moeten kunnen, pak je niet alles wat erin zit. Je moet weten waar het randje zit.”

Ga je dat randje ook weleens over?

„Ja, ik kan heel diep gaan. Laatst nog bij een ‘maximale inspanningtest’, dan wordt het helemaal zwart voor mijn ogen. Ik denk dat heel veel mensen al drie keer zouden zijn afgestapt. Op een gegeven moment kun je echt niet meer, heb je zo’n hoge verzuring in je benen en stopt het gewoon. Soms val je dan neer, maar dat is niet erg hoor. Als je ligt, stroomt het bloed gewoon weer naar je hoofd.”

Waarom zou je dat jezelf aandoen?

„Ik wil alles eruithalen wat erin zit. Als ik een hoog wattage haal, geeft dat een kick. Bovendien is het leuke pijn en duurt het maar even. Het is niet te vergelijken met een hoofdpijn of de pijn die ik voelde in het ziekenhuis. Ik hou zoveel van het spelletje. Daarnaast vind ik het ook fijn om veel te trainen, omdat ik op de fiets goed kan reflecteren op wat er allemaal gebeurd is.”

Waarom kun je dat het beste op de fiets?

„Als ik studeer of een lezing geef, heb ik geen tijd voor zelfreflectie, om na te denken over wat me is overkomen en wat ik wil in mijn leven. Volgens mij hebben veel mensen daar last van. Dan komen ze thuis van een dag werken en gaan ze op de bank tv kijken en worden zo constant afgeleid. Op de fiets ben ik alleen en kan ik rustig nadenken.”

Waar denk je dan over na?

„Er is veel gebeurd dat ik nog moet verwerken: in het ziekenhuis vocht ik voor mijn leven, was bijna dood. Ik lag drie maanden alleen op een eenpersoonskamer, afgezonderd van de wereld zonder horloge en zonder telefoon. Dat was heel heftig. Maar ik denk tijdens het fietsen ook na over simpele dingen hoor. Laatst fietste ik van Italië naar Nederland en moest ik naar de wc. Dat ik nu gewoon mijn fiets aan de kant tegen een boom kan zetten en een bos in loop om te gaan plassen...vroeger kon dat allemaal niet.”

Wat is er nog meer veranderd sinds je kunt lopen?

„Mensen behandelen me anders. Toen ik nog in een rolstoel zat werd ik nagekeken op straat, mensen vonden me zielig. Ik vind het heel fijn dat ik nu anoniem door de stad kan lopen. Als ik boodschappen doe, wandel ik heel vrolijk met een mandje door de winkel en kan overal bij. Ik kan nu zelfs een pak melk aangeven aan een oud vrouwtje. Die vrouw weet natuurlijk niet waarom ik daar zo blij van word.”

Ben je gelukkiger dan toen je in een rolstoel zat?

„Toen ik net weer kon lopen was ik blij maar ook heel onzeker: ik mocht niet meer mee doen met de Paralympische Spelen en zou mijn topsporterstatus verliezen. Het gevoel dat je geen controle meer hebt over wat je doet en waar je voor leeft, dat is slopend. Maar nu ben ik wel gelukkiger, ja. Alleen al dat ik mensen recht in de ogen kan kijken. Ik geniet van de kleine dingen: bijvoorbeeld vorige week op een feestje met vrienden.”

Heb je gedanst?

„Ja, heel even, maar dat vind ik nog moeilijk. Ik voel mijn voeten nog niet helemaal op de grond staan en ik vind het lastig om mijn voeten en armen goed te coördineren. Degene met wie ik danste zei dat ik me moest laten leiden. Maar dat is nou precies wat ik niet wil: ik wil zelf de controle.”

Als ‘wandelend wonder’ geef je lezingen over de hele wereld om mensen met je verhaal te inspireren. Toch is de kans dat dit anderen kan overkomen nihil.

„Klopt. Dat is ook weleens frustrerend voor mensen in een rolstoel. Dat ik nu kan lopen betekent niet dat iedereen met een dwarslaesie straks zal kunnen lopen, dat is medisch onmogelijk. Maar tegen die mensen wil ik wel zeggen: maak alsjeblieft iets van je leven. Met de nieuwe technologie en voorzieningen voor rolstoelen is er zo veel mogelijk dat je je veel minder beperkt hoeft te voelen. Ik heb misschien gemakkelijk praten nu, maar ik heb er als rolstoeler alles uitgehaald wat erin zat.”

Voel je je nog betrokken bij gehandicapte sporters?

„Wetenschappelijk gezien wel. Samen met andere bewegingswetenschappers ben ik een een test- en adviescentrum voor paralympische (top)sport aan het opzetten. Ik weet hoe belangrijk het is om te kunnen sporten als je een beperking hebt. Maar met mijn collega-sporters van vroeger heb ik nog maar weinig contact. Het is toch een beetje zoals in het dierenrijk: als je anders bent, word je verstoten.”

    • Adinda Akkermans