Voor 'regelneef' Barnier komt de weerstand niet alleen uit de Londense City

De Franse Europees commissaris Michel Barnier lanceert het ene na het andere plan om de financiële sector in Europa te beteugelen. Vooral de Britten liggen dwars. Maar blijft het daarbij?

EU internal market and services commissioner Michel Barnier (L) speaks with French Finance Minister Francois Baroin on November 30, 2011 before an Economy and Finance Council meeting at EU headquarters in Brussels. European finance ministers renewed pressure on November 30 on the ECB to stop the euro debt rot from bringing down the global financial order. AFP PHOTO / JOHN THYS AFP

Het gedonder begon in de nacht vóór Michel Barnier werd benoemd tot Europees commissaris Interne Markt en Financiële Dienstverlening. De Britten hadden zich met hand en tand verzet tegen de komst van deze „Franse regelneef” die ongetwijfeld de Londense City een kopje kleiner ging maken. Toen dat mislukte, eisten ze dat de hoogste ambtenaar onder Barnier het veld zou ruimen, ten gunste van een Brit.

Commissievoorzitter José Manuel Barroso belde de Zweedse directeur-generaal Jörgen Holmquist uit zijn bed, met de mededeling dat hij een andere baan kreeg. Ook adjunct-DG David Wright moest weg. Weliswaar was hij een Brit – een van de meest gerespecteerde in Brussel ook nog –, maar Londen vond zijn opvattingen over de financiële sector te Europees.

Dit is twee jaar geleden, maar niemand is dit incident vergeten. Het laat zien dat Europese financiële regulering politiek van de bovenste plank is – zeker tijdens een crisis. Als Barnier een andere nationaliteit had gehad en geen loyale partijgenoot van de Franse president was geweest – hij was hiervoor minister van Landbouw –, dan had hij óók in een extreem geladen atmosfeer moeten opereren.

Alles draait nu om geld. Regeringen zitten krap bij kas en grijpen elke kans om hun belangen te verdedigen. Voeg daarbij het feit dat Londen als ’s werelds grootste financiële centrum élke vorm van regulering het meest voelt – en men krijgt een idee in welk wespennest Barnier opereert. Het verzet van de accountants, is maar één van vele voorbeelden.

De eerste reis die Barnier als eurocommissaris maakte, ging naar Londen. Hij sprak ze allemaal: ministers, toezichthouders, bankiers. Zijn Engels is slecht, maar hij moest de battle for hearts and minds winnen als hij ooit normaal wilde functioneren. Aanvankelijk leek het te werken. In elke speech zei hij: „Ik weet hoe belangrijk de City is, niet alleen voor de Britse maar de hele Europese economie”.

Uit Londen kwamen spoedig berichten dat Barnier best meeviel. Weinigen beseften dat ze nog nauwelijks regelgeving van hem hadden gezien. Barniers voorganger, de Ierse ultra-liberaal Charley McCreevy – bijgenaamd ‘McCreepy’ –, geloofde niet in regulering. „Ik wil in deze baan herinnerd worden om wat ik niet doe”, zei hij eens, „niet om wat ik wel doe.”

Anders dan zijn voorganger weet Barnier veel van Europa en niets van haute finance. Medewerkers moeten hem alles uitleggen, maar hij „werkt hard en lijkt te luisteren”. Hun boodschap was: McCreevy heeft vijf jaar onze voorstellen geblokkeerd en als we niet willen dat de financiële crisis terugkeert, moeten we snel reguleren.

Van short selling tot de derivatenhandel, van ratingbureaus en hedgefondsen tot kapitaalvereisten voor de banken – sinds ruim een jaar regent het voorstellen. Europees Parlement en regeringen van lidstaten hebben er nu zo’n twintig omhanden. Eén ding is nu zonneklaar: voor de Britten is de détente over. De vraag is nu of het bij de Britten blijft.

Volgens premier David Cameron wordt Londen „constant aangevallen”. Cameron beseft dat „het een van de grootste Britse diplomatieke blunders in Brussel is dat deze pion van de UMP-partij van de Franse president heer en meester is over de City”, scheef de Financial Times onlangs.

Voormalig City-minister Lord Myners vertelde dat hij iedereen voor Barnier had gewaarschuwd. Hij had Barnier ooit ontmoet. „Hij stond bij elk schilderij stil. Ik dacht: hij is een man met wie ik een interesse deel. Tot ik besefte dat hij naar zijn eigen spiegelbeeld keek in het glas voor elk schilderij om zijn haar of toupet goed te doen.” Dat dit soort verhalen naar buiten komt, typeert het klimaat.

Cameron richt zijn pijlen vooral op vier actuele dossiers: de financiële transactiebelasting en de regulering van derivatenhandel en krediet- en consultancybureaus. „We kunnen niet alles tegelijk afschieten”, zegt een Britse lobbyist.

In hun afkeer van Europese bemoeienis met de derivatenhandel staan de Britten geïsoleerd. Maar bij de andere drie onderwerpen voeren ze een peloton aan. Vorige week sloopten meerdere eurocommissarissen delen uit Barniers voorstel voor kredietbureaus, zoals het plan ratings te stoppen voor eurolanden die lenen van het noodfonds.

Sommigen begrepen niet waarom hij alwéér kredietbureaus wilde aanpakken. Anderen waren geërgerd dat hij de kritiek die hún medewerkers zíjn medewerkers hadden gegeven, had genegeerd.

Leuk of niet, de Commissie neemt collectief besluiten. Dit liep uit op een confrontatie. Volgens een betrokkene wierp Barnier tegen, „dat de pers de ontwerptekst al heeft. Toen zeiden de andere commissarissen: Jammer dan”.

Deze betrokkene vraagt zich af: waarom probeerde Barnier dit door te drukken? „Was het pressie van Sarkozy, die een downgrade van Frankrijk vreest en zich als kampioen financiële regulering wil profileren? Anders is hij nooit zo tactloos.”

Barnier stelde de presentatie van zijn voorstel over de Big Four een week uit, en zwakte het af. Ook daar kwamen bezwaren tegen van meerdere commissarissen. Ingewijden zeggen dat Barnier, wiens toekomst afhankelijk is van wat de Franse president hem geeft, onder extreme politieke spanning staat. Omdat de regeringsleiders onder extreme spanning staan. „Zolang hij alleen de Britten tegen zich heeft, is het lastig. Heeft hij ook anderen tegen zich, dan is hij verloren.”

Caroline de Gruyter