Volkomen bevrediging en het nadeel daarvan

Afgelopen maandag was ik te gast bij de première van de film Hysteria, een romantische komedie over de uitvinding van de vibrator. Als NRC-columnist kom je nog eens ergens. Er was een heel feest omheen gebouwd, inclusief loterij waarin de gasten sex toys konden winnen. De teneur van de avond: geweldig dat de vibrator er is. Goed dat vrouwen zich er niet meer voor hoeven te schamen. Bij een abonnement op tijdschriften krijgen meisjes een gratis exemplaar. Verschillende basismodellen zijn al verkrijgbaar bij Etos en Kruidvat.

Kort daarvoor had een vriend me ook al enthousiast verteld over zijn hulpmiddelen: het lijkt wel een rage. Mannen hebben tegenwoordig – zo blijkt – de beschikking over elektronische stimulatoren, de zogeheten flashlights of autoblowers. Deze namaakvagina’s en -monden zijn in hoog tempo de markt aan het veroveren – en volgens die vriend van me kon geen echte vrouw ertegenop. Een vagina, perfecter dan je in werkelijkheid ooit tegenkomt, of een mond met drie tongen, onvermoeibaar alle zenuwen van de penis tot het uiterste prikkelend.

Parallel aan de opkomst van de devices loopt de even onstuitbare opkomst van porno. Met enkele muisklikken kan iedereen een wereld oproepen die volkomen gehoorzaamt aan zijn of haar fantasie. Zonder schaamte leeft de pornoconsument zijn dromen uit en bevredigt zichzelf met indringende visuele ervaringen. Het aanbod is bepaald overweldigend, en de consumptie niet minder.

Moeten we al deze ontwikkelingen in de nog immer voortgaande seksuele ‘bevrijding’ nu toejuichen? Als je kijkt vanuit de vrijgezel, is er wellicht weinig op tegen. Dikke pret in bed met laptop en hulpmiddel – why not? Maar denk je vanuit een monogame relatie, dan is het minder positief. Wat dreigt is dat man en vrouw steeds minder genoodzaakt zijn met elkaar hun seksualiteit te beleven. Juist door samen moeite te doen, kom je immers ergens.

De prikkelingen van porno en hulpmiddelen bieden niet alleen bevrediging – ze devalueren onvermijdelijk de gewone realiteit. Door hun intensiteit dreigen ze de gebruiker afhankelijk, zo niet verslaafd te maken. Hoe nog genoegen te nemen met minder – hoe de optimale stimulatie van apparatuur en virtuele fantasiewereld te evenaren?

Vele berichten op internetfora getuigen van mannen die niet meer opgewonden raken van hun vriendin of alleen nog de heftigste pornostandjes willen, en van vrouwen die gevoelloos zijn geworden, of die het hoogtepunt dat hun partner ze geeft maar een zwakke afspiegeling vinden van wat hun vibrator met hen doet.

De eigen seksualiteit ontdekken is ongetwijfeld van groot belang, en zelfbevrediging biedt uitkomst voor vrijgezellen. Maar wanneer binnen een monogame relatie de partners misschien wel intiemer of intenser orgasmen beleven door masturbatie dan als ze samen zijn, is die relatie niet meer heel. Omdat ze beide het loslaten van de seksuele exclusiviteit betreffen, is er geen fundamenteel verschil tussen masturberen en een slippertje buiten de deur. Een inbreuk op het zo volkomen mogelijk samenzijn, een weglekken van energie, kortom een vorm van vreemdgaan. Gebruik van vibrators, autoblowers en porno levert daarbij prikkels die geen mens kan evenaren. Het is pijnlijk voor de bedrogen partner, maar voor de onaneur nog veel verdrietiger: die kan zich immers niet meer aan zijn of haar partner geven – die is andere prikkels gewend, kan zich niet delen en blijft opgesloten in zichzelf.

Zo bezien biedt de uitvinding van de vibrator niet zozeer reden tot feest, maar vooral tot zorg. Als straks naast porno ook namaakvagina’s en -monden volkomen geaccepteerd worden, zal het einde van de monogame liefdesrelaties misschien in zicht komen – precies zoals in pessimistische sciencefiction naar voren komt. In zijn film Sleeper schetst Woody Allen bijvoorbeeld hoe in het jaar 2173 de liefdesmachine orgasmatron de geneugten tussen partners onderling heeft vervangen. Van Huxleys Brave New World tot Houellebecqs Mogelijkheid van een eiland is het doemscenario niet anders: het individu van de toekomst is volkomen bevrijd, volkomen verzadigd, maar daarmee ook volkomen geïsoleerd en niet langer in staat tot betekenisvolle – laat staan existentiële – binding met een ander.

De moderne mens is een beetje als een tovenaarsleerling. Hij roept de meest overweldigende krachten in het leven, maar is niet in staat die te beheersen of zelfs maar volledig te begrijpen. En daardoor onderwerpen die krachten hem uiteindelijk, brengen ze hem in slavernij. Betoverd door steeds heftiger prikkels dreigt de moderne mens het vermogen te verliezen om in onschuld lief te hebben, om in het lichaam van de ander – hoe oud en onvolmaakt misschien ook – de vervulling te zien van zichzelf, om in seks een uitdrukking te vinden van zowel het bestaande als het mogelijke, van zowel zijn lichamelijke verlangens als die van zijn ziel. Nergens meer geworteld of geborgen, vindt hij alleen nog in zijn narcistische dagdromen de volkomenheid van zijn bestaan.

    • Thierry Baudet