Van Merwijk sterker in soepele liedjes dan in vettige grapjes

Jeroen van Merwijk, De vleesgeworden bescheidenheid. Gezien: 1 dec. Theater Griffioen, Amstelveen. Tournee t/m 19 mei 2012. ***

Jeroen van Merwijk is aan het bezuinigen. Gedwongen door de kortingen van het kabinet op kunst heeft hij kosten teruggedraaid: niets voorbereid, niets uit het hoofd geleerd, geen rijm in de liedjes en geen humor. Hij heeft vier maanden gezocht naar een baan in plaats van een nieuw programma te schrijven. En hij schreef linkse columns voor de krant van wakker Nederland.

Het is een concept dat knelt in De vleesgeworden bescheidenheid, de twaalfde theatersolo van Van Merwijk. Er hangt een merkwaardige matheid over zijn grapjes over Halbe Zijlstra, marktwerking, de dood van linkse idealen en een rechtse denktank. Rechts zijn en denken sluiten elkaar uit, sneert de cabaretier, zonder zich om onderbouwing te bekommeren.

Dat is gemakzuchtig, zeker voor een cabaretier die zich laat voorstaan op zijn intelligentie. Onbescheiden viert hij zijn talent, zoals de titel doet verwachten, maar die houding is door collega’s als Micha Wertheim, die wel antipathiek durft te zijn, oneindig veel spannender en gedurfder aangenomen.

Van Merwijk blijft steken in een vettige knipoog. We weten hoe goed hij kan zijn, zoals hij in het veel krachtiger tweede deel van de show aantoont met soepele liedjes vol snijdende zinnen, gegoten in een gave tokkelmelodie. „Is niet van veraf alles mooi”, vraagt hij zich zingend af, lelijkheid en gevaar benoemend, zoals „een kernafvalvrachtwagenkonvooi”.

Het nummer dat eruit knalt, bevat regels als: „Vind je het goed dat ik je voeten lik” en hangt aan het kermende refrein „Gedoog me!”

Dat gaat op een melodie die herinnert aan zijn oude prachtsong Ik weet genoeg, en is een sarcastische bede over onderdanige machtspolitiek. In zulke liedjes is Van Merwijk pas waarlijk de allerbeste.