Nieuwe namen, nieuwe verhalen

Als bloemlezingen een thermometer van nieuwe literatuur zijn, ga je je bij de nieuwste twee afvragen of de letteren misschien wat grieperig zijn.

Thomas Blondeau en Hassan Bahara (red.): Agents Provocateurs, 20 onder 35. Prometheus, 192 blz. € 18,95

Eva Berghmans en Harold Polis (red.): 20 onder 40. Bezige Bij Antwerpen, 304 blz. € 22,50

In een ‘woordwolk’ lichten woorden op die het vaakst in een tekst voorkomen. Maak een woordwolk van de verhalen in Agents- provocateurs: 20 onder 35, een bloemlezing met verhalen van jonge schrijvers, en dan springt ‘Jarno’ eruit. Het is de naam van de hoofdpersoon van een verhaal van Nicole van Nierop: een moederskindje met een drang naar compleetheid. En ze noemt hem zo vaak dat Jarno groot in de woordwolk eindigt (zie hiernaast, rechtsboven) – wat natuurlijk niet wijst op een trend in de verzamelde teksten.

Zijn er überhaupt trends te bespeuren in verhalen van jonge auteurs? Onlangs verschenen twee bloemlezingen op basis waarvan je die vraag kunt stellen. De ene is Agents Provocateurs, 20 onder 35, samengesteld door Hassan Bahara en Thomas Blondeau. Hierin staan verhalen van jonge Nederlandse en Vlaamse schrijvers. De ander is 20 onder 40, samengesteld door Eva Berghmans en Harold Polis, met alleen maar Vlamingen.

Het idee om jong talent te bundelen is niet nieuw. 20 onder 35 staat in een traditie die ruim twintig jaar geleden begon met een bundeling door Jessica Durlacher, Peter Elberse en Joost Zwagerman (de toenmalige redactie van het literaire tijdschrift De Held). Net als nu was het toen geen programmatische bundel maar een inventarisatie, en een poging ‘de literatuurgeschiedenis voor te zijn’, zoals in het voorwoord in 1990 stond. Vijftien jaar later kwam er een nieuwe bundel, en nu is er dus weer een.

Strenge inleiding

Als bloemlezingen een thermometer van nieuwe literatuur zijn, ga je je onwillekeurig afvragen of de letteren misschien wat grieperig zijn: Hassan Bahara en Thomas Blondeau (in de vorige bundel zelf nog een van de ontdekkingen) komen namelijk niet verder dan 20 jonge schrijvers onder de 35 jaar, terwijl het er altijd 25 onder 35 jaar waren. Daarvoor verantwoorden ze zich in hun strenge inleiding.

Blondeau en Bahara wilden de vraag ‘voegen deze auteurs iets toe aan het bestaande’ met elk verhaal bevestigend kunnen beantwoorden. En meer dan hun voorgangers willen ze iets laten zien; een verzameling ‘agents provocateurs’, de origineelste jonge schrijvers, en geen literatuur vol ‘verstilde boeken die op een uitgekauwde manier uitgekauwde thema’s behandelen’ – ze noemen geen namen.

Wie de woordwolk dan weer bekijkt, ziet naast Jarno de woorden: vrouw, moeder, elkaar, laatste, mensen, alleen. Het lijkt alsof de schrijvers zich net als hun voorgangers allemaal in de liefde, de dood of hun jeugd aan het verdiepen zijn. Dat levert enkele mooie verhalen op, zoals dat van Jeroen Theunissen: ‘Ernest’. Hierin duwt Ernest zijn vrouw de afgrond in en gaat de buitenwereld er vanuit dat het om een ongeluk gaat. Er is bewondering voor Ernest: hoe sterk hij zich houdt, hoe hij een nieuw leven opbouwt en zijn schoonouders ondersteunt. Van schoonzoon weet hij zich op te werken naar de positie van zoon. Ook Franca Treur schreef, met haar vertelling over een obsessieve man die de liefdes in zijn leven met enge rechtlijnigheid wegjaagt, een goed kort verhaal.

Rode draad

Behalve liefde, dood en obsessie staan er ook maatschappelijke en politieke verhalen in. En dat zijn niet de slechtste: over hoe de ‘gewone man’ bespeeld wordt, over de rol van de islam of het effect van trompe-l’oeils in bejaardenhuizen. Thomas van Aalten probeert, net als in zijn roman De schuldigen, de tijdgeest in literatuur te vangen. Zijn verhaal ‘Triomf van de leeuw’ gaat over hoe populistische partijen de media bespelen en zo de man in de straat bereiken. Sympathiek om zo’n onderwerp in een kort verhaal te vatten, maar uiteindelijk toch te eendimensionaal om te beklijven. Dan is de manier waarop Arjen van Veelen in ‘Essay zonder zee’ de misleiding door waanbeelden neerzet sterker: in dit geval een zorgcentrum waar een kamer is vol luchtspiegelingen voor dementerenden.

20 onder 35 is gebaseerd op het jaarlijkse fictienummer van The New Yorker dat de leeftijdsgrens iets ruimer maakt: 20 under 40 selecteren zij er, en wanneer je eenmaal in dat rijtje thuishoort weet je zeker dat je kostje voor de eerstkomende twee romans gekocht is. Vlaanderen kopieert de NY-formule dus nauwkeurig.

Terwijl Bahara/Blondeau in 20 onder 35 constateren: ‘het gaat goed met de literatuur’ beweren Berghmans/Polis in hun inleiding: ‘ze zeggen dat de literatuur dood is’. Ook hier leidt de constatering niet tot een duidelijk manifest, zoals dat vroeger gebruikelijk was in – overigens vooral – poëziebloemlezingen.

De woordwolk van 20 onder 40 bevestigt dat beeld: geen opdringerige personages ditmaal, en tussen de gewone woorden staan ‘huis’ en ‘man’ iets groter dan ‘vrouw’, maar ‘moeder’ is alweer wat aanweziger dan ‘vader’. ‘Nooit’ staat er prominent tussen, net als ‘eerste’ of ‘ogen’. Er is kortom geen rode draad: verloren liefdes, de dood van naasten en soms wat engagement, zo zou je de bundel kunnen samenvatten.

Gordelroos

Knap opgebouwd, maar stilistisch minder sterk, is het verhaal van Maarten Inghels ‘Broadcast yourself’ over de voorbereidingen van een zelfmoord. Maar de mooiste in deze bundel is ‘Rigor mortis’ van Annelies Verbeke. Het is een verhaal over Daniël, een hypochonder met gordelroos of althans bulten die erop lijken, die zijn bezoek trakteert op tv-series waarin hij heeft gespeeld. Hij toont slechts fragmenten van twee seconden, omdat zijn rol nooit langer is: hij is de man die in de eerste scène direct wordt doodgeschoten, waarna het verhaal begint. De impact van deze telkens stervende acteur op zijn naaste omgeving is er niet minder om.

Jonge schrijvers zijn het vertellen voor zichzelf aan het ontdekken zonder zich per se te willen afzetten tegen hun voorgangers, stellen Berghmans en Polis terecht. Ze hebben allemaal vertrouwen in eigen kunnen en dus hebben ze het ‘niet nodig om de traditie plat te branden’. Niets aan de hand dus: nieuwe namen, nieuwe vertellers, nieuwe verhalen, het komt wel goed met de Nederlandstalige literatuur. Wie een woordwolk van dit stukje maakt, krijgt dat ongetwijfeld bevestigd. Woorden als schrijvers, nieuwe, literatuur, goed – die zullen eruit springen.

Maak zelf een woordwolk op www.wordle.net.

    • Toef Jaeger