'Moraal? Luister nooit naar je ouders'

The Black Keys zetten eerst Americana en blues naar hun eigen hand. Op hun nieuwe cd gaan ze richting glamrock. „Onze muziek gaat langer mee dan een paar weken.”

Een leuker dansfilmpje dan de clip bij Lonely Boy van The Black Keys was dit jaar nog niet op YouTube te zien. Een nette donkere meneer met heupen van elastiek danst de sterren van de hemel, terwijl hij onbeholpen playbackt op het naïeve lied over een eenzame jongen die door zijn meisje aan het lijntje wordt gehouden. „Oorspronkelijk zou deze prachtig dansende Derrick Tuggle als figurant in onze clip optreden”, zegt The Black Keys-zanger en -gitarist Dan Auerbach over de onverwachte internethit. „Maar toen we hem het nummer zagen playbacken, vonden we dat eigenlijk veel leuker dan de ingewikkelde choreografie waar we zelf in moesten opdraven. Tuggle, of ‘D-Tugg’ zoals we hem liefkozend noemen, belichaamt de losheid die we onze muziek op het nieuwe album wilden meegeven.”

Juist nu The Black Keys voor hun zevende album El Camino de overstap maken naar het prestigieuze, met modern klassiek bekend geworden label Nonesuch is hun muziek toegankelijker dan ooit. Net als op de eerdere albums Attack & Release en Brothers worden Auerbach en drummer Patrick Carney bijgestaan door producer Danger Mouse (Brian Burton), bekend van zijn successen met Gnarls Barkley en Gorillaz.

Het duo werd bekend om de compromisloze manier waarop ze blues en Americana naar hun hand zetten, met fuzzgitaren en woeste ritmes. Helpt Danger Mouse ze om in meer populair vaarwater te geraken? ,,We hebben er geen bezwaar tegen als onze muziek door een zo groot mogelijk publiek wordt gehoord,” zegt Auerbach. ,,Maar Brian is vooral zo waardevol omdat hij zelf muzikant is en wij maar met zijn tweeën zijn. In de studio speelt hij mee en denkt hij na over de structuur van onze songs. Hij komt uit de hiphop, maar is niet blijven hangen bij één enkele stijl. Net zo min als wij de blues heilig verklaard hebben. Al die stijlen zijn er juist om er een zo boeiend mogelijke mix van te maken.”

De enorme Dodge-stationwagen op de hoes is van een vergelijkbaar type als de El Camino waarmee The Black Keys in hun beginjaren van stad naar stad reisden. Drumstel en apparatuur konden achterin, vertelt Auerbach, en met een beetje dringen konden ze zelf ook nog op de vloer slapen. „In ons tienjarig bestaan hebben we flink wat moeten afzien. Soms reden we duizend mijl om voor een publiek van tien man te spelen, of om tot de conclusie te komen dat ons optreden was afgelast. Het spelen zelf is altijd ons voornaamste doel geweest, niet het succes of de goede kritieken. Ik denk dat het bij ons wat evenwichtiger is gegaan dan bij een America’s Got Talent-winnaar die het succes vanzelf komt aanwaaien. Wij vertegenwoordigen een andere kant van het popspectrum, namelijk de muziek die het nodige gewicht heeft om langer dan een paar weken mee te gaan.”

Auerbach en Carney spelen sinds 2001 samen. Ze troffen elkaar in Akron, de ‘Rubber City’ in Ohio waar vroeger veel bandenfabrieken voor de auto-industrie gevestigd waren. Die bedrijvigheid heeft nu plaatsgemaakt voor een troosteloze slaapstad waar veel goede rockmuziek vandaan komt. Chrissie Hynde van The Pretenders werd er geboren en Patrick Carney’s oom speelde in de invloedrijke, maar obscuur gebleven groep Tin Huey. „Dank zij hem was ik bijna geen muzikant geworden”, zegt Carney. „Hij leidde een zo armoedig bestaan dat mijn vader hem als voorbeeld gebruikte hoe het niet moest. Later werd oom Ralph een gerespecteerd muzikant die saxofoon speelde bij Tom Waits en The B-52’s. Hij deed mee op ons album Attack & Release en verdient nog steeds een goede boterham in de muziek. De moraal: luister nooit naar je ouders als je overweegt je hart te volgen.”

Hoewel de blues een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van hun groepsgeluid, hoeden The Black Keys zich voor een stoffig retro-imago. Carney: „De voornaamste reden waarom we een clubje uitbundige achtergrondzangeressen naar de studio haalden voor vier nummers van het nieuwe album, is dat we het glam-element wilden benadrukken dat er altijd al was. Glamrock zit net zo goed in onze genen als de blues, vooral in de percussie en de achtergrondzang. Als dat onze sound goedkoper maakt dan het verheven beeld dat sommige mensen van ons hadden, dan is dat jammer voor die mensen.”

El Camino via Nonesuch/Warner. 1 februari 2012 spelen The Black Keys in het Klokgebouw, Eindhoven.