Mohammeds opa: moreel bij de pinken?

Said El Haji: De aankondiging. Prometheus, 208 blz. € 19,95

Als piepjonge debutant verraste Said El Haji (Isoefajen, 1976) elf jaar geleden met een verhalencyclus over de worsteling van jonge Nederlandse Marokkanen met het religieuze gezag. Omdat een van zijn hoofdpersonen zich zowel tegen het geloof als tegen zijn vader verzet, werd De dagen van Sjaitan bestempeld tot een ontzuilingsroman en El Haji – tongue in cheek – tot de islamitische Maarten ’t Hart. Geen wonder dat de schrijver zich daarna hard in een andere richting bewoog. In Goddelijke duivel (2006) verplaatste hij de handeling naar een internationale schrijverscommune in de Verenigde Staten, en varieerde hij op het tussen-twee-culturenthema met behulp van een campusroman. En nu is er De aankondiging, een historische roman over het Mekka van de 6de eeuw, de periode die voorafging aan de geboorte van Mohammed.

In een Verantwoording vertelt El Haji dat hij aanvankelijk wilde schrijven over de profeet (‘de historische man achter het moderne debat’), maar dat hij verzandde ‘in de grote hoeveelheid overleveringen’. En dus koos hij voor fictie over de grootvader van Mohammed, Moetalieb – die leefde op het breukvlak van de Perzische, Byzantijnse en pre-islamitische beschavingen. Daarbij stond El Haji zichzelf vrijheid toe, want zoals de ik-figuur van zijn roman het formuleert: er is ‘geen dwang in de overlevering van al dan niet historische gebeurtenissen. Zoals de ene waarheid de andere niet uitsluit, zo is een verhaal niet minder waar wanneer het gedeeltelijk of zelfs helemaal verzonnen is.’

Moetalieb, de zoon van een courtisane en een edelman, heeft geen makkelijk leven – hoewel hij eindigt als de machtigste man van Mekka, ‘waar hemel en hel op elkaars lip zitten.’ Maar hij is ook bepaald geen makkelijke verteller. Hij is dol op abstracte wijsheden als ‘Alle dromen zoeken hun weg naar de eeuwigheid via dezelfde ontmoetingsplek: de wereld’ of ‘Gerechtigheid dringt door tot in onze dromen en houdt nooit op werkzaam te zijn, hoe ver wij er ook van verwijderd menen te zijn.’ En ook van open deuren als ‘Het is een tragische dwaling, te denken dat we realistisch zijn’ en ‘Mensen leven lang genoeg om leugens de wereld in te helpen, maar we leven te kort om ze er weer uit te helpen, denk ik wel eens’.

Het ‘denk ik wel eens’ in deze laatste zin doet vermoeden dat El Haji af en toe vergeet dat hij een 6de-eeuwer laat spreken, net zoals je de taal van Mohammeds opa ook niet kunt rijmen met modernismen als ‘moreel bij de pinken’ of ‘verrekte kwetsbaar.’ Het leidt af van het algemene verhaal over historische noodzakelijkheid en spirituele groei waar het El Haji om te doen is, maar dat misschien ook niet sterk genoeg is om een roman van 200 pagina’s te dragen. De aankondiging is een boek waar je je doorheen moet worstelen en waarvan uiteindelijk maar een paar zinnen in het geheugen achterblijven. ‘De ijzeren wet van de woestijn: wie haast heeft, sterft snel’ bijvoorbeeld, en niet te vergeten: ‘Hafsa had stoere verhalen, ik had kamelen in het verschiet.’

    • Pieter Steinz