'Max is eerste kleuterweerwolf'

De literaire liefdesverklaring van deze week: Paul van Loon over Max en de Maximonsters van Maurice Sendak

‘Toen ik negentien jaar was, zat ik op de kunstacademie in Den Bosch. Op de afdeling illustratie. Aan kinderboeken als Dolfje Weerwolfje was ik nog lang niet begonnen. Mijn lerares Margriet Heymans, tot op de huidige dag kinderboekenschrijfster, kwam op een dag aanzetten met Max en de Maximonsters, een kinderboek uit 1963 van de Amerikaanse schrijver en illustrator Maurice Sendak,

„Alleen al de beginzin van het prentenboek sprak me aan: ‘Toen Max zijn wolfspakje aan had, en kattekwaad uithaalde.’ Op een prent gaat Max in een grijzig wolfspakje de hond met een vork te lijf. Dan zie je de bui al hangen. Hij gaat te ver en wordt door zijn moeder naar zijn kamer gestuurd. Daar, op zijn kamer, gebeurt iets wonderlijks. Zijn muren en bed veranderen in een bos. Max wandelt door dat bos tot aan een zee, waar een rood bootje op hem wacht. Met dat bootje vaart Max naar het land van de Maximonsters. Dat zijn grote harige griezelbeesten, met scherpe tanden. In feite monsters uit Max’ ergste nachtmerrie. Maar hij overwint zijn angsten, roept heel hard ‘koppen dicht’ tegen ze, en wordt hun koning.

„Het feit dat Max zijn angsten overwint, is een belangrijk thema van het boek. Ik ontving een keer een brief van een meisje dat zei dat ze dankzij mijn kinderboek De Griezelbus haar angsten heeft overwonnen. Sendak was met dit boek een van de eerste kinderboekenschrijvers die schreef vanuit de belevingswereld van het kind. Vanuit dat perspectief kan de boodschap ‘overwin je angsten’ door middel van de tekst en de prenten heel goed bij een kind overkomen.

„Met zijn prenten haalt Sendak een geweldige truc uit. De eerste prent is de kleinste van het boek. Als je doorbladert merk je dat de prenten steeds groter worden totdat ze, in het midden van het boek, bladvullend zijn geworden. Dan is Max inmiddels verzeild geraakt in zijn droomwereld. Als Max het land verlaat, worden de prenten weer kleiner. Ook als lezer kom je , net als Max, langzamerhand in een droomwereld terecht waar je bij zijn vertrek weer uitkomt.

„Max zie ik als de eerste kleuterweerwolf in de kinderliteratuur. Dat is ook een reden waarom Max en de Maximonsters mij zo aantrok. Als kind las ik al gefascineerd over weerwolven in het Limburgs sagenboek, een verzameling moralistische Limburgse volksverhalen uit 1925 van de Nederlandse dichter Pierre Kemp. Het boek stond bij mijn vader in de boekenkast. Mijn fascinatie voor weerwolven beklijfde, want later is met Dolfje Weerwolfje, een weerwolf de hoofdpersoon geworden van een van mijn kinderboekenreeksen.

„Grappig genoeg vertonen de weerwolfverhalen uit het Limburg sagenboek overeenkomsten met Max en de Maximonster. In dìe weerwolfverhalen lagen de wolvenvellen verstopt, bijvoorbeeld in een holle boom. Ze werden uit de boom gehaald en aangetrokken door mensen die vervloekt en gedoemd waren om weerwolf te zijn. Als ze eenmaal het vel om zich heen droegen, veranderden die personen in een echte weerwolf. Dus eigenlijk trokken ze, net als Max, een wolvenpak aan.

„Voor mij is Max en de Maximonsters een van de belangrijkste boeken uit de kinderliteratuur. Door dit prentenboek ben ik in de kinderboekenwereld terecht gekomen.”

Maurice Sendak: Max en de Maximonsters. Lemniscaat, 32 blz. € 12,95

    • Roderick Nieuwenhuis