Maatkleding

Ongeveer een jaar geleden waren we in Londen en na een bezoek aan een galerie bevonden we ons opeens in Savile Row, het walhalla van de herenmode. In een etalage zag ik een tweedjasje dat mijn felle begeerte wekte. Ik stormde de winkel in om het meteen aan te schaffen.

Maar dat ging zomaar niet. Voor ik het wist had men mij ontdaan van winterjas en colbert en begonnen ze me van links naar rechts en van boven naar beneden op te meten. Natuurlijk had ik moeten zeggen: „Als ik het niet meteen mee kan nemen hoeft het voor mij niet”. Ik was te bedeesd en te veel onder de indruk van die deftige kleermaker en ook te veel een snob, die het wel eens aardig vindt zich een maatjasje te laten aanmeten. Ik verrichtte een aanzienlijke aanbetaling en beloofde dat ik over drie weken zou komen passen. Maar het kwam er niet van. Telkens weer werd het reisje uitgesteld, tot ik onlangs, een jaar later, mij op donderdag meldde bij de kleermaker, in de verwachting dat ik het na drie dagen zou kunnen meenemen. Dat was een lelijke misrekening. Het jasje had nog geen revers, nog geen voering en nog geen zakken. Opnieuw werd ik gemeten. „Meneer is smaller geworden”, zei de man bestraffend. Daarna trok ik wat ooit een colbert moest worden aan en hij begon met krijt woedende strepen te trekken en overal spelden in te steken. Men beval mij om over twee, drie weken terug te komen om opnieuw te komen passen. En als ik dan over drie weken, vooropgesteld dat ik dan tijd zou hebben om weer naar Londen te vliegen, dat jasje gepast zou hebben, was het nog maar helemaal de vraag of het dan, na nog eens twee weken, echt klaar zou zijn. Voorlopig zal ik dus driftig heen en weer vliegen tussen Amsterdam en Londen, voor ongetwijfeld het duurste tweedjasje dat ik ooit heb mogen aanschaffen.

    • Peter van Straaten