'Lachwekkend dat ISU niets laat horen'

Claudia Pechstein voelt zich vrijgepleit van doping door het oordeel van de Duitse antidopingautoriteit. Een schadeclaim dreigt voor de ISU, die haar schorstte.

Claudia Pechstein loopt stralend door Thialf, na de uitspraak van het Duits antidopingagentschap Nada dat haar verhoogde bloedwaarden niet duiden op doping. „Wat denk je”, antwoordt ze op de vraag of dit extra motivatie geeft voor haar duel van vanmiddag op de vijf kilometer bij de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen. Vijf keer olympisch goud, negen olympische medailles, Europese en wereldtitels. Op haar 39ste, na een schorsing van twee jaar, dit seizoen nog altijd vaste waarde op het erepodium. En nu nog vrijgepleit van doping ook.

Wat is het belang van het Nada-oordeel van gisteren?

„Het Nada is de leidende antidopingorganisatie in Duitsland. Als zij tot de conclusie komen dat geen sprake is van doping, kunnen anderen niet achterblijven. Er is nu zwart op wit vastgesteld dat mijn verhoogde waarden niet terug te leiden zijn tot doping. Dit is een mijlpaal op weg naar mijn rehabilitatie.”

Heb je inmiddels iets gehoord van de internationale schaatsbond ISU, die je in 2009 heeft geschorst op basis van dezelfde verhoogde waarden?

„Nee, ik heb niets gehoord. Eerlijk gezegd verwachtte ik ook niets. Maar ze zullen vroeg of laat iets moeten zeggen. Hoe langer ze wachten, hoe erger ze het voor zichzelf maken. Lachwekkend, zou ik zeggen.”

Je had een ultimatum gesteld dat verstreek op 1 december. Moet de ISU vrezen voor een hoge schadeclaim?

„Ze komen in elk geval niet weg met stilzwijgen. De ISU zal zich moeten uitspreken. Ik ga door tot het einde. Ik blijf vechten, ook al weet ik dat het lang kan duren. Ik strijd sinds mijn terugkeer op twee fronten: voor mijn prestaties op het ijs en voor mijn rehabilitatie.”

Waar haalt een topsporter van 39 de kracht vandaan om zo te presteren?

„Ik heb al eerder laten zien dat ik kan schaatsen en heb natuurlijk nog genoeg motivatie. Elke prestaties, een podiumplaats of een goede race, zie ik als een persoonlijke overwinning. Daarmee doe ik de ISU het meeste pijn. Misschien hebben ze het aantal wereldbekerwedstrijden daarom wel teruggebracht, anders zou ik hen nog vaker pijn doen. Maar nu serieus: prestaties zijn de beste manier om terug te slaan. Dan kun je lachen naar mensen die tegen je zijn.”

De schaatswereld heeft jou destijds hard veroordeeld. Hoe is dat nu?

„Eerst was het inderdaad kritisch. Maar degene die achter me stonden, zijn altijd achter me blijven staan. Neem Sabbel-Babbel, Martina Sáblíková. Zij heeft altijd volgehouden dat ze mij gelooft. Anderen ook. Dit seizoen ben ik hartelijk en respectvol ontvangen door schaatsers uit alle landen. Ivanie Blondin uit Canada zei laatst dat ze blij was om tegen een legende zoals ik te mogen rijden. Linda de Vries zei iets dergelijks. Dat betekent heel veel voor mij.”

Ben je felle criticasters als Ingrid Paul en Bart Veldkamp al tegengekomen?

„Met Ingrid Paul heb ik nooit goed contact gehad. Met Bart is alles uitgesproken. Hij heeft zich officieel bij mij verontschuldigd voor zijn uitspraken [Veldkamp zei vorig jaar te walgen van de comeback van Pechstein]. Verder is het mij egal hoe mensen over mij denken. Dat heb ik in die twee jaar van mijn schorsing wel geleerd. Ik ga mijn weg, niemand houdt mij daarvan af.”

Leidt die weg nog naar de Olympische Winterspelen van 2014?

„Dat sowieso, daar draait alles om. En ik wil niet alleen erbij zijn, ik wil succes halen. Ik heb negen olympische medailles. De tiende wilde ik in Vancouver halen, maar dat was me niet gegund. Dan moet ik maar naar Sotsji. Daarmee is het pas volbracht.”