• Ik

Kraais

Ik wandel met mijn kleindochter in het park. Zij is een lichtverstandelijk beperkt, maar levensblij meisje van 10 jaar. Boven ons is er veel kabaal van nestelende kraaien. Ze kijkt omhoog en vraagt: „Opa, kun jij kraais?” Ik begrijp dat ze vraagt of ik de vogeltaal versta. „Nee, zeg ik, dat kan ik niet.” „Ik

Ik wandel met mijn kleindochter in het park. Zij is een lichtverstandelijk beperkt, maar levensblij meisje van 10 jaar. Boven ons is er veel kabaal van nestelende kraaien. Ze kijkt omhoog en vraagt: „Opa, kun jij kraais?”

Ik begrijp dat ze vraagt of ik de vogeltaal versta. „Nee, zeg ik, dat kan ik niet.”

„Ik wel”, zeg ze „Hoor maar.”

Ze zet haar handen als een scheepsroeper aan de mond en roept luid naar boven: „Kra!”

Een vogel schreeuwt: „Kra!”

„Hij zei Kra”, zegt ze langs haar neus weg, alsof het niets voorstelde.

Bert Peterse

    • Ik