J. Cole is gevoelig boegbeeld van een nieuwe generatie rappers

J. Cole. Gehoord: Do 1/12, Melkweg Amsterdam.

Eén dag na zijn nominatie voor een Grammy voor beste nieuwe artiest, stond rapper J. Cole gisteravond in een uitverkochte grote zaal in de Melkweg. Daar bewees hij die nominatie meer dan waard te zijn. Zelden rapte een zaal zo onophoudelijk en massaal mee. J. Cole’s officieel uitgebrachte nummers zijn hier nauwelijks te horen, maar met de soulvolle, vurige en persoonlijke kwaliteitsmuziek die hij op internet verspreidde, bouwde hij een wereldwijde fanschare op.

Jermaine Cole (26) is een boegbeeld van een nieuwe hiphopgeneratie met rappers voor wie opschepperige en materialistische straatrap iets lijkt van het verleden. Op het hoogtepunt van het concert vertolkte Cole twee verhalende raps achter elkaar waarin hij diep in het vrouwelijk perspectief duikt. Daddy’s Little Girl, vanaf een kruk, waarin hij het dromende meisje ziet in een geharde stripteasedanseres. En het kwetsbare Lost Ones, waarin hij zich de mantel laat uitvegen over abortus door een meisje dat hij net zwanger heeft gemaakt. Het bezielde refrein: „I ain’t too proud to tell you that I cry sometimes, I cry sometimes about it, and boy that shit hurt.”

In nummers als het stuiterende Can’t Get Enough, Higher en God’s Gift toont J. Cole zich een energieke vocalist die zijn raps voluit de zaal in slingert. Naast de opzwepende dj Dummy heeft hij twee toetsenisten meegenomen om de doorgaans door Cole zelf geproduceerde beats ook live met losse tonen en staccato akkoorden in te kleuren.

Bij Lights Please, waarin Cole mijmert over maatschappelijke problemen terwijl zijn partner hem probeert af te leiden met seks, kruipt de rapper zelf al rappend achter het keyboard. Hij geniet zichtbaar. Voor deze protegé van Jay-Z is muziek alle welvaart die hij nodig heeft.

    • Saul van Stapele