'Ik hou vast aan geweldloosheid'

Tibet heeft sinds kort behalve een spiritueel leider ook een politieke leider. „Ik denk dat ik meer recht-toe-recht-aan zal zijn”, zegt premier in ballingschap Lobsang Sangay.

Lobsang Sangay, Prime Minister of the Tibetan Government in Exile, speaks during a press conference on November 28, 2011 in Brussels. Lobsang Sangay is in Belgium for a two-days visit and will address to the Foreign Affairs committee at the EU Parliament tomorrow. AFP PHOTO JOHN THYS AFP

Blijmoedig gaat Lobsang Sangay, premier in ballingschap van een land dat hij zelf nog nooit heeft kunnen bezoeken, in een gang van het Europees Parlement op de foto met de ene Tibetaanse vluchteling na de andere. Een kleine tegenprestatie voor de stemmen, waarmee de diaspora hem afgelopen zomer tot haar nieuwe politieke leider verkoos als opvolger van de 76-jarige dalai lama. Die wil het rustiger aan doen.

Een makkelijke opgave is dat niet, want de 43-jarige Sangay mist het gezag van de dalai lama, die ook spiritueel leider van de Tibetanen was (en blijft). Als winnaar van de Nobelprijs voor de vrede en met zijn humor, zijn kleurrijke kleding en geheel oorspronkelijke kijk op de verhoudingen in de wereld wist de dalai lama zich ondanks fel verzet van de Chinese regering vaak toegang te verschaffen tot de politieke leiders in de wereld. Voor Lobsang Sangay, in zijn grijze pak met stropdas, staat de deur vooralsnog minder ver open. Bij zijn bezoek dezer dagen aan diverse Europese hoofdsteden moet hij het stellen met parlementsleden en ambtenaren. Ministers zijn kennelijk bevreesd voor Chinese represailles.

Zorgelijk voor de kalon tripa, zoals de premier in ballingschap wordt genoemd, is ook dat de toestand in Tibet eerder verslechtert dan verbetert, getuige een reeks van dertien zelfverbrandingen van monniken en nonnen de laatste maanden. „Het is een uiterste daad van wanhoop”, zegt Sangay ernstig na een toespraak in het Europees Parlement, op een conferentie over Tibetaanse autonomie.

Waarom is de toestand in Tibet nu hopelozer dan vijf jaar geleden?

„De Chinese bezetting en de voortgaande repressie vormen de voornaamste redenen. Sinds de opstand van 2008 is er bovendien extra hard opgetreden tegen kloosters. Dat lijkt ook de reden voor de zelfverbrandingen van de monniken. Monniken worden verbannen uit kloosters en zien hoe collega’s worden gevangen gezet en gemarteld. Ze denken dat ze alles hebben verloren wat waardevol voor hen was. Ze hebben vermoedelijk het gevoel dat het niemand kan schelen wat er met hen gebeurt. ”

Wat doet u eraan?

„Ik probeer een signaal van hoop te zenden door kritische verklaringen in het buitenland los te krijgen, in de hoop dat ze daardoor afzien van zelfverbrandingen. Verklaringen van Europese regeringen of van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken worden zeer gewaardeerd.”

Gaat u een andere koers varen dan de dalai lama?

„Ik denk dat ik meer recht-toe-recht-aan zal zijn. Maar ik houd vast aan de geweldloosheid. Net als de dalai lama streef ik naar echte autonomie voor Tibet, zoals de Chinese grondwet die al toestaat. China’s soevereiniteit en eenheid worden er niet door aangetast.”

Is het een handicap voor u dat u zelf nog nooit in Tibet bent geweest?

„Ja en nee. Ik weet natuurlijk veel uit verhalen, ook van mijn ouders. In 2005 was ik in Peking. Mijn vader was net overleden en ik wilde voor hem bidden in een tempel in Lhasa maar ik kreeg geen toestemming er naartoe te gaan. Ik kan dat gevoel niet beschrijven. Het is een tragedie dat je permissie nodig hebt om de plaats te bezoeken waar je familie vandaan komt. Diezelfde Chinese regering zegt ook dat ik geen recht van spreken over Tibet heb, omdat ik er nooit ben geweest.”

Maakt het uw positie ook niet zwakker dat het religieuze en seculiere leiderschap nu is gedeeld?

„Ik denk van niet. Zijne Heiligheid [de dalai lama, red] blijft de cruciale figuur en ik sta daarnaast. Het voordeel is dat we nu twee stemmen hebben die voor de Tibetaanse zaak kunnen pleiten. We hebben ook bewust in democratie geïnvesteerd. Die nemen we heel serieus.”

Verwacht u dat een nieuwe generatie Chinese leiders tot concessies bereid is over Tibet?

„Ik hoop dat nieuwe leiders zullen inzien dat een beleid van harde repressie niet werkt en dat ze beter tot een vreedzame oplossing kunnen komen door dialoog. Maar we hebben ook zestig jaar ervaring, waarin onze hoop niet werd vervuld. Sommigen zeggen dat Xi Jiping hoop biedt. Zijn vader hield zich met Tibet bezig. Maar dat gold ook voor Hu Jintao, die zelf partijsecretaris in Lhasa was. Maar hij loste de zaak niet op.”

Maar de Chinezen zien het waarschijnlijk eerder omgekeerd.

„Dat is de verkeerde manier. De Arabische Lente toonde nog eens aan dat hoezeer je mensen ook onderdrukt, op een keer komen ze in opstand. Dan krijgen onderdrukkers de rekening gepresenteerd. Wij zullen strijden tot we bereiken waar we recht op hebben: elementaire vrijheid voor het Tibetaanse volk.”

Acht u het mogelijk dat u ooit voet in Lhasa zult zetten?

„Absoluut! Daarom heb ik mijn baan in Amerika ook opgegeven en deze functie aanvaard. Op een dag zal ik de heilige lucht van Lhasa inademen. Die dag zal mijn leven compleet zijn.”