EHEC dreunt na in glastuinbouw

Zo’n 80 procent van de glastuinders draait verlies als gevolg van de EHEC-bacterie. De schadevergoeding van de EU is „een druppel op een gloeiende plaat”.

De consument eet allang weer vrolijk tomaten, komkommers en zelfs kiemgroenten. In de winkels is de EHEC-crisis van mei dit jaar zo goed als vergeten. Maar bij de Nederlandse telers dreunt de vermeende besmetting met de E-coli bacterie hard na. De verliezen zijn groot, de schadevergoeding valt tegen, en het vermoeden dat telers in andere landen meer geld krijgen uit de schadepot, wrijft extra zout in de wonden.

Land- en tuinbouworganisatie LTO maakte deze week bekend dat de telers in de glastuinbouw 230 miljoen euro verlies hebben geleden ten gevolge van de crisis. Van de 1.300 bedrijven is 80 procent in de rode cijfers geraakt. Enkele tientallen bedrijven zijn failliet gegaan of gedwongen verkocht door de bank.

De Nederlandse tomaten, komkommers en paprika’s waren rijp om te oogsten op het moment dat de EHEC-bacterie in Duitsland uitbrak. Daar werden plotseling tientallen mensen doodziek na het eten van rauwkost. Ziekenhuizen draaiden overuren om patiënten op te vangen met bloedige diaree en ernstig nierfalen. Ook in andere landen doken gevallen van besmetting op. In de meeste gevallen ging het om mensen die kort daarvoor in Duitsland waren geweest. In totaal bezweken 55 mensen aan de infectie, van wie 53 in Duitsland. De oorzaak van de besmetting was een raadsel. Ergens moest de bacterie die thuishoort in de dierenketen, zijn overgesprongen op de plantenketen. Maar waar?

De Duitse overheid wees in eerste instantie komkommers uit Spanje aan als de bron van de besmetting. In de Spaanse tuinbouwbedrijven zou geïrrigeerd worden met water dat in aanraking was geweest met rioolwater. De Spaanse export van tuinbouwproducten viel met een klap stil.

Maar al snel kwamen er vermoedens dat de infectie afkomstig zou zijn uit Nederland, de grootste leverancier van tomaten, komkommers en paprika’s aan Duitsland. Ook de Nederlandse export kwam met een klap tot stilstand.

Zelfs nadat vast kwam te staan dat de EHEC-uitbraak niets te maken had met vruchtgroenten als tomaten en komkommers maar terug te voeren was op kiemgroenten, konden de Nederlandse telers hun spullen nauwelijks meer kwijt. Rusland hield bijvoorbeeld de grens wekenlang domweg gesloten.

In totaal moesten de tuinders in Nederland 56 miljoen kilo gezonde groente vernietigen. Vijfhonderd hectare met paprika, komkommers en tomaten is zelfs helemaal niet geoogst. Met elkaar leden de groentetelers een verlies van 230 miljoen euro.

Midden juni werd een Europees noodfonds ingesteld om de tuinders te helpen. Er kwam een regeling ter waarde van 227 miljoen om de gedupeerden tegemoet te komen. Tuinders moesten opgeven hoeveel geoogste producten waren vernietigd en hoeveel hectare moest worden opgeruimd voordat de oogst kon worden binnengehaald. De Nederlandse telers kregen 25 miljoen uit de Brusselse noodpot, bijna een tiende van de werkelijk geleden schade. Overigens kreeg de handel, die ook tientallen miljoen schade leed, helemaal niks.

Voor de Europese tuinbouw bedroeg de schade, volgens de belangenorganisatie Copa-Cogeca, minstens 812 miljoen euro. Een woordvoerder van de organisatie stelt dat de meeste landen slechts voor een tiende van de geleden schade zijn gecompenseerd.

Onlangs is de schadepot in Brussel nog weer verder gevuld met 45 miljoen euro. De Nederlandse tuinbouw krijgt 5 miljoen extra. Maar dat is volgens LTO-bestuurder Nico van Ruiten bij lange na niet genoeg om het verschil te maken. Hij sprak deze week op een ledenvergadering van „een druppel op een gloeiende plaat”. Ondanks de bijdragen uit Brussel komt vrijwel alle schade op het bordje van de individuele glastuinder terecht, stelt hij. „Deze telers hadden er part noch deel aan. Maar hun producten kwamen wel volstrekt onterecht in het verdachtenbankje terecht.”

Onder de tuinders groeit het gevoel dat er met de regeling iets mis is gegaan. Hetzij in de opzet van de regeling, hetzij in de uitvoering. Want hoe kan het anders dat Spanje bijna twee keer zoveel krijgt uitgekeerd, terwijl de oogst in Spanje al goeddeels voorbij was toen de crisis uitbrak? En hoe zit het met Polen, dat ook twintig miljoen meer uit de pot krijgt dan Nederland, terwijl Nederland op het moment van de uitbraak Europees marktleider was qua komkommers, tomaten en paprika’s?

Ruiten: „Ik constateer dat heel grote bedragen aan schadevergoeding naar andere lidstaten zijn gegaan. De Europese Unie is er helaas niet in geslaagd om de schadevergoeding zo te verdelen dat de telers met de zwaarste schade [voldoende] compensatie kregen”.

Inmiddels is de Europese Commissie nog een keer aan het narekenen of het allemaal wel helemaal volgens de regels is gegaan.

    • Renée Postma