Deze salarissen moeten dus omlaag

Jarenlang verdiende zelfs een modale voetballer in de eredivisie een vermogen.

Die tijd lijkt nu voorbij: de clubs bezuinigen flink.

AMSTERDAM - Orlando Engelaar voetballer bij PSV voor het voetbalseizoen 2011-2012 Dijkstra bv

Het werklozenelftal, heet het in de volksmond. Een team van profs zonder club. In de zomer voetballen ze tegen teams uit de eerste divisie als Almere City en FC Emmen. Niet om te oefenen, maar om indruk te maken op scouts langs de lijn. Opvallen is noodzaak; wie schittert maakt kans op een nieuw contract.

De ‘sollicitatieduels’ worden georganiseerd door de spelersvakbond VVCS. Deze zomer alweer voor de zevende keer. Nog nooit had oud-profvoetballer Danny Hesp, sinds 2005 voorzitter van de VVCS, zoveel aanmeldingen ontvangen. „Dit jaar konden we wel twee teams opstellen”, zegt Hesp. „De markt voor profvoetballers in Nederland is de afgelopen twee jaar dramatisch veranderd. Alle clubs krimpen hun selecties in.”

„Er is een kentering gaande”, bevestigt ook Frank Rutten, directeur van de belangenvereniging Eredivisie CV. „De gekte is uit de markt, er is meer realisme.” Bij de clubs althans. „Veel spelersmakelaars hebben nog niet in de gaten dat er sprake is van een economische recessie”, stelt een voorzitter van een eredivisieclub.

De meeste clubs in de eredivisie bezuinigen inderdaad hard, blijkt uit onderzoek van deze krant. De vijftien clubs die tot dusver hun cijfers over vorig seizoen (2010-2011) openbaar maakten, hebben in één jaar tijd ruim 20 miljoen euro bespaard op hun loonkosten. Dat is een bezuiniging van bijna 10 procent. Daarbij gaat het ook om kantoorpersoneel en de technische staf. Maar de grootste klap valt bij de spelers. De KNVB meldt dat voor het eerst in tijden het gemiddelde spelersbudget per club vorig seizoen is gedaald van 8 miljoen naar 7,4 miljoen euro.

Maar het is allemaal nog niet genoeg. Ondanks de bezuinigingen leden tien van die vijftien clubs vorig seizoen verlies. Gezamenlijk was het nettoverlies van de vijftien clubs 56,9 miljoen euro. Zeven clubs in de eredivisie melden bovendien een negatief eigen vermogen in hun jaarverslag en zuchten onder hun schuldenlast. Die negatieve eigen vermogens variëren van 1,8 miljoen bij FC Utrecht tot 11,1 miljoen bij NAC Breda en 21 miljoen euro bij Feyenoord. En de bezuinigingen gaan ook dit seizoen door, antwoorden tien clubs desgevraagd.

In het Nederlandse profvoetbal kon het jarenlang niet op. Torenhoge salarissen, royale tekengelden. Zelfs voor de meest modale voetballers lagen goudgerande contracten in het verschiet. Twee seizoenen geleden bereikte het gemiddelde salaris in de eredivisie een recordhoogte van 362.000 euro, bijna twee keer de Balkenendenorm. Mooi voor de spelers en hun zaakwaarnemers, maar dramatisch voor de clubs die dat jaar een gezamenlijk nettoverlies van 71,8 miljoen euro leden.

Hans Nijland, directeur van FC Groningen, luidde toen de noodklok. „De hele bedrijfstak stort in als we de zaken niet snel gaan veranderen”, schreef hij aan zijn collega-directeuren. Alarmerende rapporten van de KNVB over groeiende tekorten stelden Nijland in het gelijk.

Jarenlang gokten clubs erop dat ze hun structurele exploitatietekorten af en toe konden goedmaken met een klapper op de transfermarkt. Dat lukte maar zelden, en met het instorten van de transfermarkt door de financiële crisis werd die hoop definitief de bodem ingeslagen.

Vrijwel alle clubs merken bovendien dat sponsors de hand op de knip houden. En dat terwijl Nederlandse clubs gemiddeld voor 46 procent van hun inkomsten afhankelijk zijn van sponsorgelden, meer dan waar ook in West-Europa. Ook de media-inkomsten zijn sinds het wegvallen van tv-zender Talpa in 2007 fors teruggelopen. Roda JC was bijvoorbeeld gewend aan 4,5 miljoen euro per jaar aan tv-gelden. Dat is nu nog maar 1,8 miljoen. Veel geld, op een omzet van 10 miljoen euro.

Met het korten op salarissen geven clubs ook toe aan kritiek uit de samenleving. Veel gemeenten hebben de afgelopen jaren de plaatselijke voetbaltrots overeind gehouden met leningen, bankgaranties of miljoeneninvesteringen in het stadion. Vlak voor de zomer redde de gemeente Eindhoven PSV nog van de ondergang door de grond onder het stadion en het trainingscomplex te kopen voor 48,4 miljoen euro.

Lokale politici zitten met het profvoetbal in hun maag. Miljoenen steken in de plaatselijke club waar spelers soms op hun 25ste al miljonair zijn, terwijl er drastisch bezuinigd moet worden op cultuur, onderwijs en zorg. „Steun aan een voetbalclub is moeilijk uit te leggen”, verzucht wethouder Will Terpstra uit Kerkrade. Hij heeft met Roda een van de armlastigste clubs uit de eredivisie in zijn gemeente – die zijn spelers gemiddeld 217.000 euro per jaar betaalt, 18.000 euro per maand.

En zo maakt de eredivisie nu mee wat op een lager niveau tien jaar geleden is ingezet. „In de eerste divisie is het sinds 2000 hard achteruit gegaan”, weet Ko Andriessen, directeur van spelersvakbond ProProf. „Veel spelers verdienen daar nu tussen de 20.000 en 30.000 euro. Salarissen tussen de 30.000 en 70.000 euro komen alleen voor bij de clubs met de hoogste begrotingen.” Het aantal semiprofs, spelers die ook een baan hebben, neemt toe in de eerste divisie. Bij het Maastrichtse MVV zijn er spelers die een baantje hebben bij een sponsor om hun inkomen aan te vullen.

Zo ver is het in de eredivisie nog niet. Daar moeten vooral de dure en oudere spelers vrezen voor hun baan. „Een speler van 32 jaar die 300.000 euro per jaar verdient, daar stop je mee”, zegt grootaandeelhouder Mark van der Kallen van ADO Den Haag.

Veel Nederlandse voetballers hebben de afgelopen jaren hun toevlucht in het buitenland gezocht. Om werkloosheid of lagere salarissen te ontlopen ging een lichting oude, dure spelers, zoals Pascal Bosschaart (Feyenoord, ADO) en Kevin Hofland (PSV, Feyenoord), naar landen als Australië en Cyprus. Oost-Europese landen zijn ook in trek. Johan Voskamp, bij Sparta topscorer in de eerste divisie, verdient bij het Poolse Slask Wroclaw meer dan hij ooit in de eredivisie had kunnen verdienen. Maar hoe verder oostwaarts, hoe onbetrouwbaarder. Spelers die naar Bulgarije, Roemenië of Cyprus zijn vertrokken moeten regelmatig vrezen dat hun mooie salaris nooit wordt uitbetaald.

Commentaar, pagina 17: Voetbal, maar tegen een reële prijs a.u.b