De muis baarde een potentaat

Ruslandcorrespondent sinds jaar en dag Peter d’Hamecourt schreef een biografie van Vladimir Poetin. Komt hij de muren van het Kremlin binnen?

Russian Prime Minister Vladimir Putin rides a horse during his vacation outside the town of Kyzyl in Southern Siberia on August 3, 2009. AFP PHOTO / RIA-NOVOSTI / ALEXEY DRUZHININ AFP

Peter d’Hamecourt: Vladimir Poetin. Het Koningsdrama. Conserve, 269 blz. € 19,19

Er bestaat bijna geen beter moment voor auteurs en uitgevers om met een biografie van Poetin te komen, nu Rusland aan de vooravond staat van een nieuw tijdperk onder zijn leiding. In maart is het zover, want dan zijn er presidentsverkiezingen. En de voormalige KGB-agent, die tussen 2000 en 2008 ook al president was, heeft verklaard in die functie te willen terugkeren. Geen Rus die ook maar een seconde twijfelt of hem dat zal lukken. Daar zorgt het staatsapparaat om hem heen wel voor.

De parlementsverkiezingen van zondag vormen de enige stoorzender voor die vlekkeloze terugkeer. Want die zullen veel zeggen over Poetins werkelijke populariteit, ook omdat zijn partij Verenigd Rusland zo onderhand algemeen gehaat wordt.

In de tussentijd wil natuurlijk iedereen alles weten over Vladimir Vladimirovitsj Poetin, de man met het gezicht van een fret, die met enige frequentie in zorgvuldig geregisseerde mediaoptredens met ontbloot bovenlijf paardrijdt of ijsberen aait op de Noordpool. De man ook van de stoere taal – over Tsjetsjeense terroristen zei hij eens dat hij ze van de ‘plee zou rukken’ en journalisten die lastige vragen stelden over zijn vermeende affaire met een 24-jarige gymnaste antwoordde hij dat ze ‘hun snotneuzen niet in zijn privéleven moesten steken om hun eigen erotische gevoelens te bevredigen’.

Gehamer

Dankzij dit soort uitspraken en zijn voortdurende gehamer op de wederopbouw van de supermacht die Rusland behoort te zijn is Poetin geliefd bij veel Russen. Mede daarom is hij ook nog steeds een mysterie. Want hoe ‘fout’ is Poetin nu precies? Hoe zit het met al die corruptie en vriendjespolitiek? Hoe komt het dat zijn kameraden uit de Petersburgse KGB op opvallende wijze steenrijk zijn geworden? Hoeveel geld heeft Poetin zelf gestolen? Hoeveel bloed kleeft er aan zijn handen? Hoe zit het met de banden tussen de staat en de maffia? En, natuurlijk, hoeveel erger wordt het als hij straks terugkomt, voordat de hele boel als een kaartenhuis in elkaar stort?

De Nederlandse journalist Peter d’Hamecourt heeft zijn Vladimir Poetin. Het koningsdrama wat dat betreft goed getimed. Voor onder meer de NOS, Nova, Eén Vandaag en het AD deed hij verslag uit Rusland vanaf vlak voor de val van de Sovjet-Unie. Hij volgde de opkomst van Poetin nauwgezet.

Zo beschrijft D’Hamecourt Poetins jeugdjaren in zijn geboortestad Leningrad, waar hij als puber droomde van een carrière als een Russische James Bond, na het zien van een (clandestiene) westerse spionnenfilm. Ook belicht hij de banden met de corrupte entourage van Jeltsin, die door Poetin als politieke springplank is gebruikt. En dan is er natuurlijk de ramp met de kernonderzeeër Koersk aan het begin van Poetins eerste ambtstermijn, die hem voor het oog van de wereld ontmaskerde als een cynicus. Ook schenkt D’Hamecourt aandacht aan de bloedige tweede Tsjetsjeense oorlog, die onder Poetin begon, aan de afrekening met olietycoon Michail Chodorkovski en aan de brute moord op onderzoeksjournaliste Anna Politkovskaja, een van Poetins felste critici.

Uit D’Hamecourts boek rijst een beeld op van een meedogenloze machtswellusteling, die ondanks zijn beloften om van Rusland weer een sterke staat te maken zijn land in een toestand van totaal verval brengt.

In zoverre is het boek overtuigend. Maar D’Hamecourt slaagt er niet in met nieuwe details te komen, die al die beschuldigingen tegen Poetin hard maken. Het boek is een aanklacht, maar overtuigend bewijs voor bijvoorbeeld Poetins betrokkenheid bij de moord op Politkovskaja en de met radioactief polonium vergiftigde overgelopen FSB’er Aleksander Litvinenko ontbreekt.

Evenmin voegt D’Hamecourt nieuwe informatie toe aan de corruptiedossiers over Poetin. Hij noemt diens nieuwe miljardenpaleis aan de Zwarte Zee, dat met belastinggeld zou zijn gebouwd. Ook meldt hij het aandeel dat Poetin zou hebben in bedrijven als Gazprom, oliehandelaar Gunvor en nog een reeks andere concerns. Maar uiteindelijk stuit ook hij op het web van brievenbusfirma’s dat Poetins eigenaarschap vermoedelijk moet verdoezelen.

Overtocht

Het boek blijft daarom bij een beschrijving van de overtocht die tal van Poetins KGB-vrienden uit Leningrad in de jaren negentig met hem naar Moskou maakten om Ruslands nieuwe oligarchen te worden. Een voorbeeld is Poetins vroegere judomaatje Arkadi Rotenberg, die nu een bouwbedrijfje heeft dat de ene na de andere lucratieve opdracht binnensleept van het Kremlin. Maar of Poetin met die vriendjespolitiek de wet overtreedt wordt niet aangetoond.

D’Hamecourt is vermoedelijk op dezelfde problemen gestuit als veel andere buitenlandse journalisten in Rusland: de volstrekt ondoordringbare muren van het Kremlin, waardoor Kremlin-watchen toch grotendeels koffiedikkijken blijft. D’Hamecourts bronnen komen vooral uit de hoeken van Kremlincritici – hij leunt bijvoorbeeld zwaar op de prominente politicologe Lilia Sjevtsova. Maar over bronnen binnen het Kremlin beschikt hij niet.

Maar het ontbreken van nieuwe informatie is in een Poetinbiografie geen doorslaggevend bezwaar, omdat de oude informatie spannend genoeg is. D’Hamecourt biedt een compleet en goed geïnformeerd overzicht van Poetins persoon en van het Rusland van de afgelopen tien jaar. De talrijke anekdotes, aangevuld met beschrijvingen van persoonlijke omzwervingen (bijvoorbeeld langs Poetins geboortehuis), zorgen voor een levendig verhaal, zij het dat dit enigszins houterig is opgeschreven.

De beschrijving van Poetins ontmoeting met een Russische journalist in 1996, die blijkbaar momentum ziet als Poetin op het punt staat naar Moskou te vertrekken, is bijzonder. Poetin, dan nog een grijze muis, een nobody in een confectiepak met een hoedje op en een koffertje in de hand, is haast aandoenlijk. Niemand kon op dat moment bevroeden dat hier de man stond die Rusland tien jaar later als een bikkelharde vozjd (leider) zou aanvoeren.

D’Hamecourt is oprecht aangedaan door wat Poetin met Rusland heeft uitgehaald. Aan het begin van het boek citeert hij Nobelprijswinnaar Andrej Sacharov. Die schreef in 1974 dat hij hoopte dat over vijftig jaar de Russische staat zich humaan zal gedragen en de Russische burger in volledige vrijheid zal leven. ‘Er is nog tijd om die droom te laten uitkomen’, schrijft D’Hamecourt vervolgens. Maar veel geloof lijkt hij daar niet in te hebben.

    • Chris Hensen