De angst was de schuldige, niemand anders

Kristof Magnusson: Ik was het niet. Uit het Duits vertaald door Hilde Keteleer. De Geus, 285 blz. €19,90

‘Het spijt me.’ Dat laconieke berichtje liet Nick Leeson op zijn werkplek achter. Hij had de Londense Barings Bank de vernieling in geholpen, met foute speculaties en een verlies van 1,3 miljard dollar. Nick Leeson heeft echt bestaan.

De romanfiguur Jasper Lüdemann lijkt een beetje op hem. Ook Jasper is jong, ambitieus en slim. In het hoofdkantoor van Rutherford & Gold, Chicago, heeft de talentvolle trader zijn werkplek. Tot zijn speculaties uit de hand lopen. Dan zegt hij verontschuldigend: ‘Ik was het niet’ – een reactie op Leeson en tevens de titel van het boek. De Duits-IJslandse auteur Kristof Magnusson schreef het al voordat de grote bankencrisis het land van zijn voorouders het faillissement in joeg.

Het Chicago in Ik was het niet heeft iets weg van IJsland. Een barre koude teistert de straten van de stad. Maar ineens belandt de lezer op het Noord-Duitse platteland. Daar maakt hij kennis met Meike Urbanski, de tweede hoofdpersoon. Meike wacht met smart op de nieuwe roman van de enige schrijver die zij nog vertaalt. Wat ze niet weet is dat die schrijver, de derde hoofdpersoon, niet meer schrijven kan. Innerlijke blokkades jagen hem zijn kamer uit en zo zwerft de bestsellerauteur Henry LaMarck door het winterse Chicago, wanhopig op zoek naar inspiratie.

Magnusson (1976) laat die drie figuren om beurten aan het woord, in hoofdstukken die Jasper, Meike of Henry heten. Hij brengt hen op een knappe manier bij elkaar – na hen aan vreselijke misverstanden te hebben blootgesteld. Als de komedieschrijver die hij ook is weet hij wel hoe je die misverstanden moet ensceneren. Compleet met vermommingen en ademloos gehol door de straten van Chicago, waar ook Meike arriveert. De humor zit ’m vooral in het feit dat de lezer meer ziet dan de verblinde personages. Zij zijn erg in de war en staan aan de rand van de afgrond. Het maakt hen dwaas en deerniswekkend tegelijk.

Ja, zelfs met de liegende en bedriegende speculant Jasper hebben we medelijden. Elk moment kan zijn laatste moment zijn, bij de bank althans. Gedreven door angst voor ontslag ontvouwt hij een koortsachtige vlijt. Een duivelse dynamiek sleurt hem mee naar een wereld waarover de mens alle controle heeft verloren.

Dat Henry Lamarck zijn miljoenen aan Jaspers bank toevertrouwt is maar een van de vele complicaties. Natuurlijk crasht de bank. En die geeft Jasper de schuld van alles. Maar hij zegt uit de grond van zijn hart: ‘De angst was de schuldige, niet ik.’ De angst van hemzelf voor ontslag. De angst van de meute als zij geruchten over koersdalingen hoort. De angst voor de angst.

Ik was het niet mist de kille scherpte van een satire. Eerder onderzoekt de auteur het verband tussen geld en liefde. Zijn hoofdpersonen zijn niet alleen economisch afhankelijk van elkaar, ze hebben ook elkaars warmte nodig. Het voorzichtige happy end suggereert dat ze die zullen krijgen. Teleurstellend misschien voor liefhebbers van cynische systeemkritiek, maar heerlijk voor wie op gute Unterhaltung uit is, op zinvol leesgenot.

    • Anneriek de Jong