Concerns bezorgd over de euro

Terwijl de Europese regeringsleiders zich opmaken voor de top van 8 en 9 december in Brussel roert het bedrijfsleven zich. In een open brief aan de top van de Europese politiek dringen de bestuursvoorzitters van Philips, Unilever, DSM, Shell en Akzo Nobel vandaag aan op daadkracht om de euro te redden. En om van de eurozone een gezonde en concurrerende economie te maken die de slag met de toekomst aan kan.

Concreet is het schrijven niet. De oplossing voor de eurocrisis kan kennelijk ook bij de grootste multinationals niet rekenen op een eenduidig recept. Of zij wilden op deze details niet ingaan. Maar een goed punt hebben zij wel: terwijl de aandacht nu vrijwel volledig is gericht op het lenigen van de meest acute nood, gaat het er om dat de eurozone niet alleen overleeft maar er straks ook sterker uit komt.

Veel grote bedrijven zijn al bezig met noodplannen voor als het rampscenario van het uiteenvallen van de euro waarheid zou worden. Dat is geen paniek voetbal, dat is rationeel beleid. Maar het is tekenend dat vijf van de belangrijkste concerns zich daar bovenop geroepen voelen de politiek actief op te roepen tot actie. In die zin is het schrijven een verre echo van de brandbrief die industrieel Nederland, met Shell-topman Gerrit Wagner voorop, tijdens het kabinet-Den Uyl verstuurde.

In de Verenigde Staten doet zich iets soortgelijks voor. Erskine Bowles, onder meer oud-adviseur van president Clinton, is bezig een ‘CEO-raad voor begrotingshervorming’ op te zetten, waar al veel grote bedrijven zich bij hebben aangesloten. Doel is om de hardnekkige Amerikaanse politieke patstelling rond het begrotingsbeleid te doorbreken en de groeiende staatsschuld te stabiliseren. Want de aandacht voor de schuldencrisis mag zich dan dezer dagen exclusief op Europa richten, in de Verenigde Staten is het probleem potentieel minstens even groot.

Is het de bedoeling dat het bedrijfsleven zich actief gaat bemoeien met een probleem waar de politiek moeizaam en slechts langzaam een antwoord op vindt? Grote ondernemers zijn zich er doorgaans van bewust dat het politieke proces moet worden gelaten waar het thuis hoort – al hebben zij er op deelgebieden die hun bedrijvigheid rechtstreeks raken geen moeite mee om beleid mede te formuleren.

Maar in dit geval gaat het om iets groters. Niet alleen de val van de euro, maar ook het nationalisme en protectionisme die erop kunnen volgen. De oproep om de Europese schuldencrisis te lijf te gaan, het continent te hervormen voor de wereld van morgen en de euro te redden, is ongetwijfeld in het eigen belang van de grote concerns. Maar dat betekent zeker niet dat zij niet oprecht zijn. Hun stem verdient in dit geval een gehoor. In Den Haag en in Brussel.