Beroepsnijd

Gisteren kwam ik mijn buurman tegen. „Je zult het wel druk hebben in deze periode”, zei hij.

„Hoezo?”

„Nou, je bent toch dichter?”

En zo is het maar net. Maar dan moeten ze verdomme niet onder mijn duiven gaan schieten.

Trillend van ongeloof, woede en afgunst las ik de officiële brief van de minister van Veiligheid en Justitie I.W. Opstelten aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal. De brief is gedateerd op 30 november 2011 en heeft als kenmerk 5718709/11. Dit officiële stuk valt als pdf op te vragen bij de afdeling Documenten en Publicaties van de Rijksoverheid. Het is een antwoord van de minister op een kamervraag van de geachte afgevaardigde Madeleine van Toorenburg over een actuele kwestie die voor grote maatschappelijke onrust zorgt.

„Uw Kamer vroeg mijn aandacht voor een kwestie zeer urgent”, zo begint de brief, om te vervolgen met: „Ik reageer direct, zoals u mij kent.” Daarna wordt het probleem in twee regels kernachtig samengevat: „De kwestie is het paard van Sinterklaas; / Dat nog niet terugkeerde, helaas.” Met de hem zo kenmerkende voortvarendheid doet de minister de toezegging aan de Kamer om alles te doen wat in zijn vermogens ligt om deze kwestie op te lossen: „Uw Kamer vroeg om actie van mijn kant; / Ik bied natuurlijk graag een helpende hand. / Ik heb hoogstpersoonlijk bij de politie aangekaart: / Alle agenten uit te laten kijken naar dit paard.” De brief sluit af met een oproep aan de burgers: „Ik doe ook een beroep op ieders verantwoordelijkheid: / Wees alert, er is nog tijd!”

Pure poëzie. Jean Pierre Rawie is er niks bij. Die sublieme inversie in de eerste regel (‘een kwestie zeer urgent’). Dat verrassende, virtuoze rijmwoord ‘helaas’: waarlijk een vondst. En dan die raadselachtige poëtische afsluiting waar met een citaat van T.S. Eliot wordt opgeroepen om alert te zijn op het feit dat de tijd nog bestaat. En metrisch is het enorm gevarieerd: elk vers heeft een ander ritme en een andere lengte. De meeste verzen hebben niet eens een ritme.

Maar zo kan ik dus wel inpakken als dichter.

Ilja Leonard Pfeijffer