Arm en romp beter koppelen

De TU Eindhoven lanceerde gisteren een wikipedia-achtige website om kennis over robotonderdelen gratis met andere robotbouwers te delen.

Amigo robot in kantine, W TUe

Wie een monitor van het ene merk aan een computer van een ander merk wil koppelen, kan dat gemakkelijk doen omdat er standaarden bestaan voor de mechanische en elektrische koppeling van computerhardware. Net zo gemakkelijk willen Eindhovense robotici straks een robotarm van de ene bouwer aan een robotromp van een andere bouwer kunnen koppelen. Niet door van bovenaf standaarden op te leggen, maar door van onderaf standaarden in de robotgemeenschap te laten ontstaan. De TU Eindhoven lanceerde daarom gisteren het Robotic Open Platform (ROP).

ROP is een wikipedia-achtige website waarop alle robotica-geïnteresseerden hun hardwarekennis over hun favoriete robot met elkaar kunnen delen. Elke professionele robotbouwer of goedwillende amateur kan meehelpen door schema’s en specificaties van robotische onderdelen op de website te plaatsen.

„Binnen de robotica wordt het wiel vaak opnieuw uitgevonden”, vertelt Heico Sandee, projectmanager van ROP en zelf een fanatiek robotbouwer in zijn vrije tijd. „Dat geldt zowel voor de software als voor de hardware. Om robotsoftware in een open omgeving gratis met elkaar te delen, heeft het Amerikaanse roboticabedrijf Willow Garage een paar jaar geleden het wiki-project ROS opgezet: Robotic Operating System. Dat loopt als een trein. Ik schat dat zeventig procent van de roboticabedrijven meedoet aan het delen en verbeteren van software. Met ROP willen wij hetzelfde bereiken op het gebied van de robothardware.”

De TU Eindhoven heeft het voortouw genomen door alle mechanische en elektronische informatie over haar eigen robot AMIGO op de ROP-website te plaatsen. AMIGO is bedoeld als servicerobot in de zorg. Hij weegt 65 kilogram, is iets kleiner dan een gemiddelde mens en rijdt op wieltjes. Hij wordt met spraak bestuurd en kan bijvoorbeeld op commando iets uit een keukenkastje pakken of een pak drinken voor je halen. Het kostte de Eindhovense robotici slechts een jaar om AMIGO te bouwen. Ze ontwierpen en maakten zelf een robotromp en plaatsten deze op een onderstel dat sterk was geïnspireerd op dat van hun bestaande voetbalrobot. Aan de romp koppelden ze twee door Philips gemaakte armen en bovenop zetten ze een robothoofd dat voortbouwt op een Kinect-spelcomputer. „Zonder dat we op een wiki-manier de software konden delen, was ons dat nooit zo snel gelukt”, zegt Sandee. „Door ook hardwarekennis te delen, hopen we met robotici van over de hele wereld sneller vooruit te komen.”

Iedereen kan nu de gedetailleerde technische tekeningen en specificaties van AMIGO op de website bekijken en downloaden. Alleen wie zelf kennis wil toevoegen, moet zich registreren. „In 2012 gaan we ook alle hardware-informatie over onze voetbalrobots op de website zetten”, zegt Sandee. „ROP wordt dus een platform voor een hele familie aan robots. De technische universiteiten van Delft en Twente, technologieleverancier Demcon en diverse teams uit de internationale RoboCup-competitie hebben al aangegeven graag te willen meedoen.”

Net als op het terrein van de robotsoftware liggen op het terrein van de robothardware nog grote uitdagingen. Hoe kunnen robotarmen lichter en flexibeler worden zodat ze mensen niet verwonden? Hoe kan een robothand tastzin krijgen bij alles wat hij vastpakt of aanraakt? Hoe kan het gewicht van de robotbatterijen geminimaliseerd worden? Hoe kan een robot zelf instellen hoe slap of stijf hij zijn arm maakt, zoals de mens dat met zijn armspieren doet?

„Onze hoop is dat we over drie jaar een servicerobot kunnen bouwen voor een kostprijs van ongeveer tienduizend euro”, zegt Sandee over het belangrijkste doel van het robotplatform. „Nu kost een servicerobot zoals PR2 van Willow Garage nog twee tot vier ton. Kennisdeling kan de kosten flink drukken. Die kostenreductie zou een belangrijke impuls zijn om robots in grotere hoeveelheden op de markt te brengen.”

    • Bennie Mols