Alles werd anders in Tiel

Chris van Esterik: No Satisfaction. Hoe we werden wie we zijn. Boom, 375 blz. €19,90

No Satisfaction had een beter omslag verdiend dan het armetierige dat Chris van Esteriks nieuwste boek nu heeft gekregen. Op de voorgrond staat, in zwart-wit, een oude foto van Dries van Ingen op zijn motor, in de jaren zestig een klasgenoot van Van Esterik. Boven hem prijkt, schuin en in lelijke, rode letters, de titel, met daaronder de ondertitel: hoe we werden wie we zijn. Achter Van Ingen doemt bleek-grijzig maar onmiskenbaar het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam op, terwijl No Satisfaction toch echt gaat over de doorbraak van de nieuwe tijd op het Stedelijk Gymnasium in Tiel.

Net als het Barlaeus Gymnasium zat het Stedelijk Gymnasium in Tiel in een plechtig, neoclassicistisch gebouw. In september 1962 gaat Chris van Esterik, zoon van een café-eigenaar in Ingen, het voor het eerst binnen: ‘Het was duidelijk dat Johnny Hoes’ schlager’ Ach was ik maar bij moeder thuisgebleven, die nu al een jaar als hit in de jukebox van het café werd gedraaid, hier bij de schooldeur moest worden afgegeven’, schrijft Van Esterik die in 2003 over zijn jeugd in zijn geboortedorp Ingen Een jongen van het dorp publiceerde. In het laatste jaar van de lagere school had hij een schoolkeuzetest gedaan, een verworvenheid van de nieuwe tijd, met als uitslag: gymnasium. Doorslaggevende reden voor dit advies was dat hij een handigheidstest met ijzerdraadjes niet tot een goed einde bracht: iemand met twee linker handen moest naar het gymnasium.

Drie jaar later is hij dj op een schoolfeest in de gymzaal waar hij leerlingen wild laat dansen op (I Can’t Get No) Satisfaction van The Rolling Stones, door hem en zijn medegymnasiasten verkort tot No Satisfaction. Dan staat plotseling rector Scholte, die van het kleineren van leerlingen zijn werk heeft gemaakt, in de deuropening. ‘Met zijn hoofd vol strofen van Horatius en de liederen van Schubert overziet hij zwijgend en met priemende blik het slagveld der barbaren van zijn school.’

Scholte triomfeert: het feest is onmiddellijk afgelopen. Maar zijn overwinning is slechts tijdelijk. Vier jaar later besluit de Tielse gemeenteraad dat het elitaire Stedelijk Gymnasium moet fuseren met de plaatselijke hbs tot een scholengemeenschap. Zo komt een einde aan de 408-jarige geschiedenis van de school.

Er zijn veel boeken over de jaren zestig geschreven, maar weinige maken zo goed duidelijk hoe ingrijpend en snel de veranderingen toen ook in een Nederlandse provinciestad waren als No Satisfaction. Het gymnasium is niet het enige Tielse instituut dat verdwijnt, ook tal van verzuilde organisaties als de Sint Vincentius Vereniging, die zich bezighoudt met armenzorg, overleven niet. Zelfs de klassenverschillen, in Tiel bijna net zo groot en subtiel als in Engeland, nemen af: voor zo lang het duurt, is het gymnasium niet langer alleen de school voor de kinderen van de elite van burgemeesters, dokters en Betuwse adel, maar ook voor de zonen en dochters van lieden van ‘eenvoudige komaf’. Boerenzoon Rien van IJzendoorn wordt in 1969 nog wel wegens roken van school gestuurd – aanleiding voor een opstand tegen het regime van rector Scholte – maar hij schopt het uiteindelijk tot hoogleraar pedagogiek die de Spinozaprijs krijgt.

Voor No Satisfaction groef Van Esterik niet alleen in zijn eigen geheugen en archief, maar interviewde hij ook zijn oude klasgenoten en andere (ex-)Tielenaren. Ook dook hij in het Regionaal Archief Rivierenland waar hij veel materiaal vond voor zijn lange aanloop naar de beschrijving van de jaren zestig. In het eerste deel van No Satisfaction laat hij uitvoerig zien hoe het in WO II kapot geschoten Tiel wordt hersteld, inclusief de vooroorlogse verzuilde orde met een elite die de stad bestiert. Dit maakt het contrast tussen de benauwende jaren vijftig en de bevrijding tien jaar later des te groter, maar zorgt er ook voor dat No Satisfaction langzaam op gang komt.

Het vuurwerk komt in het tweede deel. Hier blijkt Van Esterik een goed oog te hebben voor de curieuze tegenstrijdigheden van de vernieuwingen. Zo merkt hij op dat zijn ouders het interieur van hun café en woning in de jaren zestig moderniseerden met luxaflex en strak meubilair van formica, terwijl hun zoon en zijn vrienden in oude rookfauteuils naar Frank Zappa luisterden op hun kamertjes met zware gordijnen van velours. In sommige opzichten was de opstand van de gymnasiale barbaren niet alleen gericht tegen de gevestigde orde, maar ook tegen de snelle modernisering die Nederland onderging.

Turbulentie

Van Esterik geeft vele redenen voor de turbulentie van de jaren zestig, maar de belangrijkste motor van de grote veranderingen blijkt toch het succes van de wederopbouw. Die lukte zo goed dat de snel toenemende welvaart de gewone Tielenaren minder afhankelijk maakte van de elite van notabelen en fabrikanten met hun verenigingen als Sint Vincentius. De nieuwe welstand zorgde voor de emancipatie van kleine burgers, arbeiders en boeren.

Voor Van Esterik en zijn leeftijdgenoten kwam daar nog de muziek bij. The Beatles, The Rolling Stones, Bob Dylan, Frank Zappa met zijn Mothers of Invention en Jimi Hendrix begeleidden hun gymnasiumjaren – eigenlijk had bij No Satisfaction een cd moeten worden gevoegd met de vele nummers die Van Esterik citeert. Ze vormden niet alleen de soundtrack van hun jeugd, maar gaven ook richting aan hun leven in de nieuwe tijd.

Aan het eind van No Satisfaction stelt Van Esterik de vraag of zijn acht jaar op het Stedelijk Gymnasium en de vele uren die hij moest besteden aan het vertalen van Latijnse teksten tot onbegrijpelijke, lange Nederlandse zinnen de moeite waard was. Een duidelijk antwoord geeft hij niet. Maar vast staat wel dat hij zonder zijn gymnasiumjaren nooit zo’n indringend beeld van de jaren zestig in een Nederlandse provinciestad had kunnen schetsen.

    • Bernard Hulsman