Accountants zien helemaal nietsin opsplitsing van hun diensten

Brussel wil dat grote accountants- kantoren diensten opsplitsen. Zij moeten consultancy en belasting- scheiden om ‘ongewenste belan- genverstrengeling’ te voorkomen en de concurrentie te bevorderen. De grote kantoren zien er niets in.

Eén verzachtende omstandigheid voor Ernst & Young, PwC, KPMG en Deloitte bij het revolutionaire hervormingsplan dat Europees commissaris Michel Barnier woensdag voorstelde: het kwam niet als een verrassing.

Al maanden, nee, al jaren weet de top van de accountantskantoren wat hen boven het hoofd hangt. Hun sector moet grondig worden hervormd, om, in de woorden die Barnier nog maar eens herhaalde, „de huidige tekortkomingen aan te pakken”.

Dát wil de Franse eurocommissaris bereiken door „de onafhankelijkheid [van accountants] te waarborgen, door voor een solide toezicht te zorgen en door de diversiteit in deze te sterk geconcentreerde markt, en met name in het bovenste segment ervan, te vergroten”.

Europese accountants, met name die bij de grote vier die de boekencontrole van multinationals domineren, hebben in de ogen van de politiek ernstig gefaald in de aanloop naar de financiële crisis van 2008. „Geen van hen heeft geroepen dat onze grote banken enorme risico’s op hun balansen hadden gehaald”, beaamt PvdA-Kamerlid Ronald Plasterk de kritiek van Barnier.

Plasterk: „Of denk aan DSB. Een paar maanden voor de ondergang van deze kleinere bank [in oktober 2009] was alles volgens de goedgekeurde jaarrekening nog prima in orde.” Plasterk legt op dit moment de laatste hand aan een eigen wetsvoorstel voor hervormingen van de accountancysector op nationale schaal.

De boodschap van collectief falen was echt niet nieuw voor de Big Four. Eind vorig jaar al publiceerde Barnier zijn Green Paper, waarin hij zijn kritiek op de branche op een rij zette en al verstrekkende maatregelen suggereerde. In de loop van dit jaar liet hij zich informeren – niet alleen door de beroepsgroep zelf, ook door bestuurders en commissarissen van grote bedrijven, door beleggers en door landelijke toezichthouders.

Een immense lobby kwam op gang, met name vanuit de grote kantoren. „Ik hoorde dat een van hen hier wel twintig mensen heeft gestationeerd om het kabinet van Barnier en het Europees Parlement te bestoken”, zegt Karel Lannoo van de Brusselse denktank CEPS.

Maar toen eind september al enige contouren van zijn eindvoorstel uitlekten bleek dat er met alle kritische opmerkingen van de beroepsgroep zelf tijdens de ‘consultatierondes’ vrij weinig was gebeurd. En ook in de afgelopen vier weken lijkt Barnier op de meeste punten zijn rug recht te hebben gehouden.

De voor de buitenwereld meest rigoureuze maatregel is dat de grote kantoren hun adviesdiensten moeten afsplitsen van de accountancytak. Deloitte, Ernst & Young, PWC en KPMG dreigen hierdoor in elk geval in Europa uit elkaar te vallen.

Grosso modo halen de Grote Vier iets minder dan de helft van hun omzet uit het controleren van jaarrekeningen. Daarvoor zijn de inkomsten relatief bescheiden. De grote winsten komen uit de twee adviestakken: belastingadvies en consultancy. Het combineren van deze diensten bij één klant is voor Barnier ongewenste belangenverstrengeling. Hij vreest dat de accountant zich wel eens soepeler kan opstellen, als diens collega’s van consulting er een lucratieve opdracht kunnen binnenslepen.

Kamerlid Plasterk noemt deze maatregel „radicaal” en niet noodzakelijk om tot onafhankelijke controle te komen. „Accountantskantoren mogen van mij best hun adviesdiensten in huis houden, dat levert toch ook nuttige expertise op. Zolang zij die maar niet inzetten bij dezelfde klant.”

Met twee andere maatregelen wil Barnier de concurrentie op de accountancymarkt bevorderen, ten gunste van de kantoren die niet tot de Grote Vier behoren. Hij wil dat grote ondernemingen elke zes jaar verplicht van accountant wisselen. En hij wil dat bij de aanbesteding van controleopdrachten kleinere kantoren gemakkelijker kunnen meedingen.

Beide maatregelen komen terug in het voorstel dat Barnier in zijn definitieve versie heeft afgezwakt. De zogeheten joint audit, waarbij een bedrijf van twee accountantfirma’s tegelijk gebruik maakt wordt, anders dan hij eerder van plan was, niet verplicht gesteld. Als bedrijven op vrijwillige basis voor hun boekencontrole wel gebruikmaken van twee verschillende kantoren tegelijk – een grote en een kleintje – wordt dat beloond met een langere roulatietermijn van negen jaar.

Niet alleen de grote vier kantoren hebben reden voor beklag – zij willen niet opsplitsen en zij willen geen enkele roulatietermijn. De subtop van de kantoren – met firma’s als BDO, Mazars en Grant Thornton – heeft groot belang bij een verplicht joint audit-systeem, waardoor zij bij grote opdrachten echt een voet tussen de deur kan krijgen.

Niet vreemd dus dat Barnier van alle kanten kritiek kreeg. Niemand is tevreden. „Extreem ongelukkig”, noemt bestuursvoorzitter Martin van Roekel van BDO International dat sommige voorstellen zijn „ingetrokken of afgezwakt”.

Ernst & Young, één van de Grote Vier, noemt de Europese plannen „slecht” voor de kwaliteit van de accountantscontrole. „Ze dragen slechts minimaal bij aan het doel: de bijdrage die accountants zouden kunnen leveren aan het voorkomen van een financiële crisis.”

De Europese federatie van accountants, FEE, zegt „zeer verontrust” te zijn over de voorstellen, die volgens haar „excessief gericht is op het hervormen van de grote firma’s”. Met name de verplichte roulatie van accountants door bedrijven werkt volgens de FEE contraproductief voor het bereiken van een hogere kwaliteit.

Marcel Pheijffer, hoogleraar accountancy van Nyenrode Business University, is onthutst door de reacties van de sector. „Alle partijen buitelen over elkaar heen met kritiek op Barnier. Van enige samenhang en visie is geen sprake, laat staan van de bereidheid om tot echt fundamentele veranderingen te komen.” Door deze opstelling wordt het vertrouwen in de beroepsgroep, toch ook een van de doelstellingen van Barnier, niet hersteld. Pheijffer: „Integendeel, het wordt nog verder afgebroken.”

Terwijl de boodschap van Barnier toch moet zijn aangekomen – en dat vindt Pheijffer het belangrijkste van het plan. „Het stuk stelt heel duidelijk vast dat de accountancysector de afgelopen jaren heeft gefaald en vervolgens zelf geen goede plannen heeft bedacht voor adequate verbeteringen. Nu dat zelfreinigende en zelfregulerende vermogen ontbreekt, zegt de Commissie: dan doen wij het.”

Voor de grote kantoren is het einde nog niet in zicht, denkt Pheijffer. „Ik denk niet dat het splitsingsplan het houdt bij het Europarlement.” Voor de Big Four breekt in elk geval een nieuwe lobbyronde aan.

Lannoo van denktank CEPS verwacht niet dat dát veel zal uithalen. „Het Europees Parlement is de laatste tijd erg argwanend over grote lobbies is geworden. Grote inspanningen van met name de financiële sector om hun argumenten onder de aandacht te brengen werken tegenwoordig vaak averechts. Dat zagen we recent ook al bij de maatregelen tegen hedgefondsen en kredietbeoordelaars.”

Philip de Witt Wijnen

    • Philip de Witt Wijnen