Vousvoyeren

Eindelijk een motie van de PVV waar ik mijn handtekening onder kan zetten.

Indiener is PVV-Kamerlid Harm Beertema, die wil dat leerlingen de moderne brutaliteit afleren om hun leraren te tutoyeren en bij de voornaam aan te spreken. Ophouden met dat ge-Kees en ge-Maria. Ophouden met leraren aanspreken alsof het medeleerlingen zijn met wie je in de pauze een jointje in het fietshok gaat roken.

Toen ik ging studeren, nu zo’n vijftien jaar geleden, verruilde ik een zwarte school – waar leraren nog ‘meneer Jansen’ of ‘mevrouw de Vries’ heetten – voor een lelieblanke hogeschool. In de introductieweek beleefde ik waarschijnlijk evenveel cultuurshocks als mijn moeder toen die binnen 72 uur van een prehistorisch woestijndorp verhuisde naar Amsterdam.

Wat mij het meest van slag bracht was de gewoonte van medestudenten om docenten te jijen en jouen en bij hun doopnaam aan te spreken. Docenten waren mensen met achternamen, geen voornamen. Hun initialen op naambordjes verrieden dat ze die wel hadden, voornamen, maar die nam je als leerling niet in de mond, dat was het voorrecht van hun partner en ouders, van hun buren. En ze vousvoyeren achtte ik een plicht, zelfs bij vrijzinnige leraren die zich het getutoyeer lieten aanleunen omdat ze niets op hadden met oude vormen en gewoonten.

„Je en jij zeggen en voornamen gebruiken is zo jaren zeventig”, verklaart meneer Beertema. Precies. Jaren zeventig, hippies, bandeloosheid, gezagsondermijning – weg ermee. Tijd voor een conservatief reveil. En nu we bezig zijn: weg met het modieuze gebruik van ‘zo’ om iets hopeloos voorbij te verklaren. Alleen truttige types gebruiken dat nog. Truttige types die vast de onbeschaamdheid hebben om ‘Harm’ te zeggen waar ‘meneer Beertema’ gepaster is.

Maar serieus, goed dat Beertema een herstel van de oude orde bepleit. Jammer alleen dat er geen PVV bestond toen ik nog studeerde. Zo’n voorstel van Beertema had niet alleen de verhoudingen tussen leraar en leerling kunnen rechttrekken, maar ook die tussen mijn medestudenten en mij. Het was verwarrend om een docent keurig bij zijn achternaam aan te spreken, terwijl iemand anders achter in de klas schreeuwde: „Piet, kun je mij alsjeblieft matsen met dat herexamen!” Het benadrukte mijn uitzonderingspositie. Donkere kop en ook nog eens gezagsvrezend. Integratie was toen: schijt hebben aan gezagsverhoudingen. Tutoyeer de bovengestelden, was het devies. Egalitarisme aan de macht! Jij en jou die elitaire snobs! En ik, komend uit een cultureel conservatief milieu waar iedereen ouder dan ik alle eerbied toekomt, ik kreeg dat getutoyeer niet over mijn lippen, terwijl ik het dolgraag wilde, ik wilde een geïntegreerde zijn die dingen tegen zijn leraren zei als: „Straks pilsen, Henk?” Maar het lukte mij niet, de oude gezagsverhoudingen waren in mijn genen gebrand.

Echt, was Beertema maar politicus in de jaren negentig. Ik had dan in ieder geval geweten dat ik niet de enige ben die dat gejij en gejou in de klaslokalen maar niets vindt.

    • Hassan Bahara