Onderzoek NRC: salarissen spelers eredivisie fors lager

PSV wist zich deze zomer van de meeste grootverdieners te ontdoen en stelde een salarisplafond in van in principe 1 miljoen euro. Foto AP / Czarek Sokolowski

Eredivisieclubs hebben vorig seizoen fors bezuinigd op de salarissen van spelers. Vijftien van de achttien clubs bezuinigden gezamenlijk ruim 20 miljoen op de loonkosten, ofwel bijna 10 procent van het budget.

Een en ander blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad. Zeker tien clubs verlagen dit seizoen hun spelersbudgetten verder en snijden ook in hun selectie. De grootste klap valt bij de spelerssalarissen. Volgens directeur Frank Rutten van belangenvereniging Eredivisie CV is sprake van een flinke kentering. “De gekte is uit de markt.”

‘Lonen soms 40 procent omlaag’

Ondanks de bezuinigingen leden tien van de vijftien clubs die tot nu toe hun resultaten over vorig seizoen hebben gepubliceerd, verlies. Gezamenlijk bedroeg dit netto 56,9 miljoen euro.

“Bij nieuwe contracten gaan de lonen soms wel 30 tot 40 procent omlaag. Bij contractverlengingen sturen clubs aan op verlaging. Als een speler dat niet accepteert, kan hij vertrekken.” - voorzitter Danny Hesp van spelersvakbond VVCS.

Twee seizoenen geleden werd het record van een gemiddeld spelerssalaris van 362.000 euro bereikt. Op hetzelfde moment leden de clubs gezamenlijk 71,8 miljoen euro verlies. PSV zag vijf van de zeven spelers die meer dan een miljoen euro per jaar verdienden vertrekken. Ajax verlaagde de spelerssalarissen met 4,3 miljoen euro. Feyenoord bezuinigde in twee jaar tijd 8 miljoen op zijn spelers.

FC Twente en Vitesse uitzondering op bezuiniging

FC Twente, waar de salarissen de afgelopen jaren flink zijn gestegen, maakt zijn jaarcijfers pas later bekend. Bij het Arnhemse Vitesse zijn de personeelkosten vorig seizoen dankzij de investeringen van de Georgische eigenaar Merab Jordania met 4,7 miljoen euro gestegen.

Lees meer over het onderzoek naar de spelerssalarissen vanmiddag in NRC Handelsblad of de digitale editie.

    • Dolf de Groot en Daan van Lent