Replica van een readymade

Sherrie Levine maakt kunstwerken van anderen na.

Soms is het resultaat sensueler dan het origineel.

Sherrie Levine neemt liever foto’s van foto’s dan foto’s van bomen of van naakten. Ze kiest beelden die een gevoel van orde of van betekenis uitdrukken, zoals ze het zelf omschrijft. Ze fotografeerde bijvoorbeeld foto’s van Karl Blossfeldt uit de jaren twintig van de vorige eeuw, gedetailleerde zwart-wit opnamen van planten, ornamentaal en erotisch. En ze fotografeerde foto’s die Walker Evans maakte van het leven op het Amerikaanse platteland tijdens de Great Depression, zoals het beroemde portret van een vrouw met ingevallen wangen en samengeknepen lippen voor de kale planken van haar huis.

Omdat deze foto’s zo bekend zijn, ben je geneigd ze op een tentoonstelling over te slaan. Totdat je ze tegenkomt op een tentoonstelling van Levine. Want daar hangen ze, in het New Yorkse Whitney Museum – verbazend, als eigen werk van Levine, getiteld After Karl Blossfeldt of Walker Evans. De blik blijft eraan haken, want kijk je nu naar een foto van Evans of van Levine? Je let op licht-donkercontrasten, grijstonen, de textuur van het papier, de manier waarop de foto is ingelijst. Je speurt vruchteloos naar iets van Levine.

De Amerikaanse Sherrie Levine (1947) eigent zich foto’s van anderen toe omdat ze ze opnieuw onder de aandacht wil brengen. Maar óók omdat ze verlangt, zegt ze, naar afstand, naar verlost te zijn van idealen, van engagement met het thema van de foto. Een verlangen naar artistieke vrijheid. Dit maakt haar foto’s tegenstrijdig, ze tonen een afbeelding die ontroert en tegelijk is het een gedistantieerde, vakbekwame reproductie. Heel het oeuvre van Levine bestaat uit verwijzingen naar werken van anderen. Niet alleen foto’s maar ook sculpturen, schilderijen en cartoons. Zij maakt ze soms exact na, maar vaak verandert ze er iets aan. Ze maakt de werken in veelvoud en op een tentoonstelling toont zij altijd meerdere exemplaren uit een oplage.

Levine, die ooit schilderde, begon met namaken omdat ze afwilde van de herkenbare hand in haar werk. Zij doet onderzoek naar de betekenis van auteurschap en eigenaarsschap, van originaliteit en expressie, aspecten die altijd tot de essentie van de westerse kunstopvatting hebben behoord. Levine is zeker niet de eerste die dit deed. Kunstenaars als Duchamp, Picabia en Man Ray gingen haar al voor. De radicaliteit van haar aanpak was echter nieuw en Levine werd een van de bekendste vertegenwoordigers van wat in de jaren tachtig Appropriation Art ging heten.

De overzichtstentoonstelling in het Whitney Museum in New York laat zien hoe complex haar werk is. Levine richt haar tentoonstellingen zelf in, waarbij zij alles tot op de millimeter bepaalt. In het door de modernist Marcel Breuer gebouwde Whitney Museum, met zijn monumentale, ietwat sombere zalen, leidde dit tot een spectaculair geheel. De titel van de tentoonstelling, MAYHEM, betekent oproer, herrie. In het Whitney is te zien hoe de kunstenaar die eerst herrie schopte en de kunstgeschiedenis overhoop haalde, daarin nu zelf een belangrijke plek inneemt.

In de grootste zaal staan vier identieke biljarttafels op een rij. Het donkere mahoniehout glanst, het vilten laken is strak en heldergroen. Drie ballen, twee witte en een rode, liggen op elke tafel in exact dezelfde positie. Keus zijn er niet. Het werk heet La Fortune (After Man Ray), naar het schilderij dat de surrealist Man Ray in 1938 maakte van zo’n biljarttafel met dikke bolpoten, in een vlak landschap. De ballen liggen in dezelfde positie. Levine bewondert het werk van dadaïsten en surrealisten, met hun droomwereld en hun voorliefde voor het spel. Maar de ijzeren, geometrische herhaling van identieke elementen doet ook denken aan minimal art, aan Donald Judd die zijn werk kortweg omschreef als ‘one thing after another’.

Levine houdt van dwangmatige herhaling en van de uitstraling van industrieel vervaardigde voorwerpen. In het Whitney zijn twee remakes van Duchamps urinoir te zien, beide van hooggepolijst brons waardoor ze er verleidelijk en wellustig uitzien. Ze doen sterk denken aan vagina’s. De ene is getiteld Fountain (Madonna), de andere Fountain (Buddha). Ze verschillen onderling iets en ze verschillen ook net iets van de oorspronkelijke pisbak van Duchamp, maar ze zijn wel gegoten naar een urinoir dat in hetzelfde jaar en door dezelfde producent is gemaakt als dat van Duchamp. ‘Oorspronkelijk’ is hier sowieso een raar woord, want Duchamps ‘oorspronkelijke’ pisbak kennen we alleen van een foto. Het ding is verloren gegaan of vernietigd en Duchamp zelf heeft later zijn readymade opnieuw ‘gemaakt’ en gesigneerd.

De Freudiaanse connotaties liggen natuurlijk voor het oprapen. Levine pleegt vadermoord op haar grote voorbeelden uit de kunstgeschiedenis en zij is eerlijk genoeg om te spreken over ‘the anxiety of influence’, de angst voor de invloed van andere kunstenaars die zij probeert te sublimeren. Levine speelt voortdurend met betekenissen: met eindeloze verwijzingen, met overeenkomst en verschil, reeksen en paren, met taal.

After Evans is evengoed ‘naar Evans’ als ‘na Evans’ (in de tijd). De Knot Paintings, die zowel ‘knoest schilderijen’ als ‘geen schilderijen’ zijn, verwijzen naar Magrittes ‘Çeci n’est pas une pipe’. Levines werk gaat over, zoals een van haar titels luidt, Repetition and Difference, een titel die een omkering is van van de titel van het fameuze boek van de Franse filosoof Deleuze, en over Avant-garde and Kitsch, een omkering van het essay van de Amerikaanse criticus Clement Greenberg.

Hoe conceptueel ook, de kunst van Levine is goed te begrijpen zonder al deze voorkennis. Haar werk is ook zeer sensueel. Het beeldrijm van een witte en een zwarte glazen bol, neergelegd op twee tegenover elkaar geplaatste concertvleugels, betovert zonder dat je hoeft te weten dat het kopieën van Brancusi zijn. Zelden krijg je zo’n verstilde en geconcentreerde tentoonstelling te zien als MAYHEM.

Stelen, kopiëren, plagiëren, imiteren: de verschillen en overeenkomsten tussen deze begrippen zijn interessant, en dat is zeker waar de tentoonstelling over gaat. Maar daarnaast is het werk van Levine vooral een liefdesverklaring aan de kunst.

Sherrie Levine: ‘MAYHEM’. T/m 29 jan in het Whitney Museum, New York. Inl: whitney.org.