Plotselinge wending in Birma irriteert China

Met grote ergernis volgt China de toenadering tussen Birma en de Verenigde Staten. Maar ook voor Peking staat er te veel op het spel om Birma de rug toe te keren.

„Totaal verrast” en „stom verbaasd” was Li Qizhou, de Chinese viceminister voor energie en president-directeur van China Power Corporation, toen de nieuwe burgerregering van Birma begin oktober onverhoeds de bouw van de Chinese Myitsone Dam in de Yrrawady-rivier stil legde. Er zouden nog meer politieke verrassingen volgen – het driedaagse bezoek van Hillary Clinton aan Birma voorop – en daar lijken de Chinese autoriteiten nog geen duidelijk antwoord op te hebben.

„China is behoorlijk bezorgd geraakt en wil boven alles weten of de relaties tussen China en Birma en de Chinese belangen veilig en stabiel zijn. Die bezorgdheid moet niet meteen worden uitgelegd als tegenstand, als oppositie tegen deze historische ontwikkelingen”, denkt professor Fan Hongwei, een Birma-expert aan de Universiteit van Xiamen.

De terughoudendheid waarmee China tot nu toe heeft gereageerd op de stillegging van het 3,6 miljard dollar kostende hydro-elektrische project en op de politieke ontwikkelingen verklaart hij met het argument dat „nog heel veel onzeker is”.

Toch tekenen de contouren van de Chinese opstelling zich al af. De Engelstalige partijkrant formuleerde de voorlopige Chinese opstelling vandaag als volgt: „China verwelkomt de opening van Birma, maar China is fel gekant als dat gaat ten koste van de Chinese belangen. China heeft geen bezwaar tegen versterking van de relaties van Birma en het Westen als dat niet ten koste gaat van de Chinese belangen”.

Dit commentaar volgde op de ontmoeting van de Chinese vicepresident Xi Jinping en de opperbevelhebber van het Birmese leger, Min Aung Hlaing. De Birmese generaal was – via Vietnam – naar Peking gekomen om de toekomstige partijleider en president van China gerust te stellen. Xi vernam dat China zich niet ongerust hoeft te maken en dat „het veelomvattende strategische partnerschap van Myanmar en China” niet te lijden zal hebben onder de democratisering van zijn land en de toenadering tot de VS.

China kan hoe dan ook niet veel anders doen dan afwachten, denkt Fan Hongwei. Of de politieke dooi in Birma doorzet of niet, voor China blijft het strategisch gelegen buurland van aanzienlijk belang. En omgekeerd heeft de burgerregering Chinese investeringen en producten ook hard nodig zolang de sancties niet zijn opgeheven.

Via de pijpleidingen in Birma, dat aan de Indische Oceaan grenst, ontvangt China jaarlijks 12 miljoen ton olie en 12 miljard kubieke meter gas. Birma biedt niet alleen een directe verbinding met de Indische Oceaan, het is ook een wingebied van elektriciteit, jade en hout. Dat soort economische feiten maakt China flexibel. Daarom wordt voor lief genomen dat de Chinese politieke invloed in dit deel van Zuidoost-Azie lijkt te tanen. „De strijd om invloed tussen ons en de VS kunnen wij op dit moment toch niet winnen”, aldus de Global Times, „we moeten erop vertrouwen dat dat moment eens zal komen.’’

Volgens professor Fan zullen de Chinese autoriteiten zich laten leiden door een langetermijnvisie. Hij wijst erop dat de innige samenwerking met de militaire junta „een pragmatisch en vooral praktisch karakter” had. „Het was geen verbond van gelijkgestemden”, aldus Fan. „Het was ook makkelijk, China deed toen zaken met een partij, namelijk de militaire leiders. Straks moet er met veel meer partijen rekening gehouden worden.”

De Global Times, de partijtabloid, suggereerde gisteren dat China misschien „de stem van het Birmese volk” heeft genegeerd. Een berouwvol klinkend commentaar dat een jaar geleden nog ondenkbaar was.

Over de handreiking van de aanstaande volksvertegenwoordiger Nobelprijswinnares Aung San Kuu Kyi deze week aan China zweeg het partijblad echter. In de Chinees- en Engelstalige media van Hongkong verklaarde Suu Kyi dat zij „heel erg graag wil” dat haar land „zeer vriendschappelijke burenrelaties’’ met China behoudt en verder ontwikkelt.

    • Oscar Garschagen