Onbedoelde gevolgen

‘Was die Verlichting zo demonisch?’ Zo luidt de kop boven het artikel van de historicus professor H.W. von der Dunk dat hij in de krant van 24 november schreef in reactie op mijn column van 17 november. Zou hij die kop een juiste samenvatting van zijn betoog vinden? Ik weet het niet. Wat ik wél weet is dat ik in mijn column niet betoogd heb dat de Verlichting demonisch was.

Wat ik betoogd heb is dat „de mens die zich van God bevrijd heeft” – en dat is wat, volgens mij, de Verlichting wilde – „verleidbaar is gebleken voor andere, demonische krachten, valse goden”. Dat heeft de twintigste eeuw, met Hitler en andere demonen, genoegzaam aangetoond, dunkt me.

Maar terug naar Von der Dunk. Hij noemt mij „de onbetwiste nestor van de Nederlandse journalistiek”. Nu, zijn eigen artikel bewijst dat ik niet onbetwist ben, want hij betwist daarin mijn stelling. Zou ‘onbetwist de nestor’ niet beter zijn geweest? Dat accepteer ik, hoewel mijn leeftijd irrelevant is voor wat ik schrijf. Er zijn oude mannen die ook nog wel eens iets zinnigs kunnen schrijven. Zo niet, dan zal de hoofdredacteur hun het zwijgen opleggen.

Overigens verwelkom ik Von der Dunks weerwoord. Ik hoop altijd dat mijn artikelen, zonder provocerend te zijn, een publieke discussie op gang zullen brengen. Die hoop wordt niet altijd vervuld. De meeste lezers lijken mijn artikelen voor kennisgeving aan te nemen, op z’n best als interessante lectuur. In Nederland geldt kennelijk nog altijd het spreekwoord: „Gekken en dwazen schrijven hun naam op deuren en glazen.”

Het is geen frontale aanval die Von der Dunk op mij opent. Eerder zijn het kanttekeningen bij mijn betoog – kanttekeningen overigens waar ik het vaak mee eens ben. Zo wanneer hij zegt: „De Verlichting leent zich onveranderd voor diverse perspectieven en gevolgtrekkingen voor de wereld van nu.” Net zoals het christendom en andere geestelijke stromingen.

De Verlichting is zomin als andere erfenissen één blok (hoewel Franse historici de revolutie van 1789 vaak wél als één blok beschouwen: Robespierre en de door hem een kopje kleiner gemaakte girondijnen, dantonisten, hébertisten en anderen één blok?). „God verdween allerminst”, zegt Von der Dunk. Akkoord, er waren Verlichters die nog een plaats voor God inruimden. Zullen we het erop houden dat de Verlichting de secularisatie inluidde – een zegen overigens, want zij bracht de scheiding van kerk en staat.

Als de geschiedenis wetten zou kennen, zouden we misschien mogen zeggen dat er een wet bestaat die wil dat elke geestelijke stroming onbedoelde gevolgen en bijverschijnselen heeft, de Verlichting zowel als het christendom. Zo zijn fascisme en nationaal-socialisme bastaardkinderen van een falende democratie, en niet, zoals velen denken, uitwassen van een conservatisme, dat in beginsel ieder radicalisme, links of rechts, verfoeit.

Maar zijn zij ook kinderen van de Romantiek, die juist „te boek staat als de grote reactie” op de Verlichting? Alweer akkoord – met die kanttekening dat de Romantiek in Nederland weinig betekend heeft. Tot diep in de 19de eeuw bleven classicisme en religie dominant. Lees Jacob van Lenneps – allerminst geleerde – brieven aan zijn vriend Veder, die barsten van Latijnse en Griekse citaten. En de filosofen die Nederland had (Pierson bijvoorbeeld), waren gewezen predikanten, terwijl de dominee-dichters (Beets voorop) pas zwegen toen de Tachtigers opkwamen.

Anders was het in Duitsland, waar de Romantiek ook op het nationaal-socialisme haar stempel heeft gedrukt. Himmler was, behalve een massamoordenaar, ook een romanticus, met zijn geloof in oud-Germaanse rituelen, waar Hitler, die hem zijn gang liet gaan, de draak mee stak. ‘Onze’ NSB miste die achtergrond ten enenmale, behalve bij één zonderling, Nachenius genaamd, die niemand dan ook au sérieux nam.

Zo manifesteren grote geestelijke stromingen zich, ook in hun ontaarding, op verschillende wijze. Zelf richt ik mij tot een Nederlands publiek en ben dus geneigd het accent te leggen op de Nederlandse situatie zoals die historisch gegroeid is. De Europese of universele context komt daardoor misschien tekort.

Von der Dunk doet mij de eer aan mijn nadruk op het zondebegrip te vergelijken met het werk van Groen van Prinsterer, „aartsvader van de antirevolutionairen”. Geen gering compliment, want Groen was een geleerd man en geen volkstribuun als Abraham Kuyper, stichter van de Antirevolutionaire Partij (Nederlands eerste partij). Ook de filosoof Leszek Kolakowski, die als marxist begon, hechtte betekenis aan het zondebegrip, ook in een geseculariseerde samenleving.

Nog één ding: Von der Dunk spreekt van Bolkestein en mij als „twee liberalen, die zich terecht kinderen van de Verlichting vinden”. Ja, als kind van de Verlichting ben ik ook liberaal, maar ik betwijfel het of de liberalen mij op grond van mijn column van 17 november en vandaag als een geestverwant zullen omhelzen.

Zelf noem ik mij, omdat ik niet gelovig ben en dus geen christen-democraat, sinds 1974 conservatief, maar dit begrip is in Nederland blijkbaar nog steeds zo uitheems, dat dit niet ernstig genomen wordt. Professor Donner, vader van de huidige minister, zei eens dat ik met mijn conservatisme koketteerde. Mijn antwoord: „Niet meer dan u met uw geloof in de christen-democratie.” Overigens sta ik open voor een betere benaming.

    • J.L. Heldring