'Nu is het de beurt aan Frankrijk om soevereiniteit in te leveren'

Pappen en nathouden helpt niet langer, effectieve bestrijding van de eurocrisis lukt alleen als de euro- regeringen bereid zijn soevereiniteit over te dragen aan ‘Europa’. Dat ligt moeilijk, vooral in Frankrijk. „Niet Merkel, Sarkozy heeft de toekomst van de euro in handen”, zegt politiek-econoom André Sapir.

AndrŽ Sapir Professor of Economics, Solvay Brussels School of Economics and Management foto: Jimmy Kets Jimmy Kets

Iedereen praat plotseling over een ‘begrotingsunie’ voor eurolanden, waarover Europese politici onderhandelen. Maar wat houdt zo’n unie in? Hoeveel soevereiniteit moeten landen inleveren? En blijft het beperkt tot begrotingen, of komt er meer bij kijken?

De politici zijn niet scheutig met informatie. Wie het voorstel leest dat André Sapir en twee andere economen van de denktank Bruegel hierover vorige week publiceerden, begrijpt waarom: een echte begrotingsunie vergt verregaande politieke integratie tussen eurolanden.

De drie economen pleiten niet alleen voor meer begrotingsdiscipline, afgedwongen door een machtige, verkiesbare Europese minister van Financiën – een minister die bovendien moeten beslissen over leningen aan eurolanden.

Ook willen zij dat er een pan-Europees systeem komt om banken overeind te houden, plus een Europese depositogarantieverzekering.

En last but not least: door aan te kondigen dat zo’n beperkte begrotingsunie er komt, zouden politici „de weg vrijmaken voor de Europese Centrale Bank om op te treden als lender of last resort” [vangnet].

De Belg André Sapir is behalve medeoprichter van Bruegel ook hoogleraar in Brussel en lid van de nieuwe Systemic Risk Board bij de ECB in Frankfurt. Hij hoort al jaren tot de incrowd van eurospecialisten en kent veel ministers, centrale bankiers en andere hoofdrolspelers in deze crisis. Toch heeft hij een onafhankelijke reputatie.

Sapirs ideeën zijn zelden baanbrekend, wel afgewogen en solide. Bij een kop koffie in zijn Brusselse kantoor zegt Sapir, net terug van een trip naar Frankfurt: „Wat Europa het meeste nodig heeft, is een nieuw politiek contract tussen overheden en burgers. Destijds, bij het opzetten van de euro, hebben de politici van de eurolanden bepaalde dingen niet goed geregeld. Dat had politieke oorzaken. Dit krijgen we nu, als een boemerang, in ons gezicht. Tot nog toe hebben we in de eurozone een strategie gehad van ‘gaten opvullen en pleisters plakken’. Dat werkt niet. We moeten terug naar de basis. Tabula rasa. We moeten opnieuw met elkaar aan tafel en, terugblikkend op de lessen van deze crisis, bedenken wat de eurozone nodig heeft. Dat zetten we op een rij. Vervolgens bekijken we wat er mogelijk is.”

Sommigen zeggen dat de eurozone nog een week heeft om zichzelf te redden. En u wilt terug naar de tekentafel?

André Sapir: „Ja. Die twee dingen hebben alles met elkaar te maken. Alleen door aan te kondigen dat je de eurozone een nieuw fundament geeft, voor de lange termijn, kun je de weg vrijmaken voor effectieve crisisbestrijding op korte termijn. Onder andere omdat de ECB dan in actie kan komen, wat nu niet goed kan omdat er geen langetermijnstrategie is.”

Hoe werkt dat dan?

„Volgende week, op de Europese top van vrijdag 9 december, moeten regeringsleiders aankondigen dat ze een ‘comité van wijze mannen’ instellen, vergelijkbaar met het comité-Delors dat in 1989 onderzocht wat er voor de euro nodig was. Dit comité moet opties verkennen van wat er nu nodig is. Op basis van die opties moeten regeringsleiders het Europees verdrag aanpassen. U denkt misschien: daar zijn de markten niet van onder de indruk. Ik betwijfel dat. Wat je in feite zegt, is dat je het Verdrag van Maastricht, het fundament van de euro, helemaal gaat herschrijven. Het systeem is nu incoherent. Laten we dat eindelijk toegeven, en er een coherent systeem van maken. Stoplappen en tussenoplossingen, zo hebben we de afgelopen anderhalf jaar gezien, die werken niet. Dit is wat de financiële markten willen horen: dat politici eindelijk het probleem bij de wortels aanpakken.”

Zo’n belofte kan op niets uitlopen.

„Nee. Dat risico kunnen we niet nemen. Dat weet iedereen. In de verklaring moet staan dat we de gaten hebben ontdekt en daar serieus aan gaan werken. Een voorbeeld: de hele financiële sector komt in het Verdrag van Maastricht niet voor. Geen woord. Alles is nationaal gebleven, van banktoezicht tot depositogarantiesysteem. Nu zien we hoe naïef dat is geweest. Banken vestigden zich in heel Europa, maar toezicht en eventuele bail outs werden nationaal gedaan want ‘belastingen zijn nationaal’. Nu komen banken in de problemen, onder andere doordat ze staatsobligaties hebben die minder waard worden. Die banken hebben kapitaalinjecties nodig. Als hun eigen land die aan hen geeft, krijgt dat land een extra schuldenprobleem. En dat heeft weer negatieve gevolgen voor andere banken en andere landen. In zekere zin is het jammer dat Griekenland eerst in de problemen kwam, niet Ierland. Ierland was een goede leerling in de Europese klas: lage staatsschuld, laag begrotingstekort. Door de banken kwam Ierland in één klap in de problemen. Andere landen ook. Ierland toont hoe alles op alles inwerkt. Met pleisters lap je dit niet meer op. We hebben een nieuw verdrag nodig waarin je dit soort dingen goed regelt.”

Hoe kan dat de ECB in staat stellen krachtig in te grijpen?

„Eurolanden en ECB zijn allebei gefrustreerd. De één wil dat de ander ingrijpt. Eén ding is zeker: alleen de ECB kan handelen met de snelheid van de markten. Regeringen niet. Tot nu toe heeft de ECB dat niet gedaan, omdat zij de zekerheid wil hebben dat de regeringen intussen aan de slag gaan met het échte werk. Die zekerheid ontbrak tot nog toe.”

Ofwel: als regeringen eindelijk zeggen waar het heengaat, namelijk een nieuw verdrag, kan de ECB optreden?

„Dan weet de ECB dat haar ingrijpen tijdelijk is. De regeringsleiders zijn immers bezig een betere structuur te bedenken. Bij de ECB weten ze dat je die niet in één dag optuigt. Dat er reflectie nodig is. Als regeringsleiders op 9 december ook hierover het juiste signaal geven, kan dit een belangrijke top worden. Belangrijk is dat dit signaal glashelder en eerlijk is. In één A4’tje moeten ze kunnen opsommen waar het heen gaat.”

Krijgen ze dat voor elkaar?

„Volgens mij werken ze daar dag en nacht aan.”

U schrijft dat u een Europese minister van Financiën wilt.

„Ja, oud-ECB-president Jean-Claude Trichet heeft het ook voorgesteld. Een van de gaten in het huidige systeem is dat begrotingszaken nationaal zijn gebleven. Belastingen zijn nationaal, was de redenering, dus zijn uitgaven dat ook. Behalve een limiet op staatsschuld en begrotingstekort hebben lidstaten nu nauwelijks restricties. De crisis toont dat dit niet langer kan. Europese economieën zijn communicerende vaten: wat de een doet, heeft invloed op de ander. Ik doel niet alleen op meer begrotingsdiscipline. Als wij vaststellen dat de problemen van KBC of Dexia in België rechtstreeks invloed hebben op de staatschuld, die weer andere landen en banken aansteekt – dan moeten we in mijn ogen toe naar een Europees bail out-systeem, en een collectief garantiesysteem voor rekeninghouders. Nu zijn reservepotjes van banken nationaal. Die garantiesystemen ook. Dat kan niet langer. Hetzelfde geldt voor een lender of last resort: dat werkt niet zonder een Europese financiële back-up.”

U bedoelt directe of indirecte Europese belastingen?

„Hoe regeringen dat regelen, moeten zij weten. Ik weet dat dit politiek moeilijk ligt. Maar als je verder wilt met de euro, moet zo’n Europese financiële back-up er komen. Ook dit zouden de regeringsleiders volgende week op dat ene A4’tje – vooruit, twéé A4’tjes – moeten vermelden. Ze kunnen niet om de brij heen blijven draaien. Ze moeten de problemen benoemen. Heel secuur. De markten willen dat, de ECB wil dat. Als dit de turbulentie niet stopt, weet ik niet wat dan wel.”

Spreekt u met de ‘markten’?

„Ja, en zij vertellen mij allemaal hetzelfde: het gaat ons niet alleen om de korte termijn, het gaat ons om vertrouwen. Nu doen regeringen de ene dag dit en de andere dag dat. De ene dag geen haircuts, de volgende dag wel. De ene dag verlaat niemand de eurozone, de volgende dag begint een politicus er tóch over. Er is geen richting, geen zekerheid. Dáár kunnen markten niet mee leven. Laatst zei iemand: ik wil weten in wat voor huis jullie straks leven.”

Duitsland heeft tot nog toe grote sprongen naar echt Europese oplossingen afgeremd. Ziet u Berlijn akkoord gaan met Europese belastingen?

„Ik denk de Duitsers verder zijn met denken over een nieuwe bestuurlijke architectuur in Europa en rondom de euro dan wie ook. Vergeet niet, toen de euro werd opgezet, waren er in Duitsland heftige debatten. Veel Duitsers zeiden: een monetaire unie zonder politieke unie, dat werkt niet, het moet andersom! Economen als Otmar Issing van de Bundesbank werkten voorstellen uit voor zo’n politieke unie om anderen te overtuigen. Uiteindelijk kwam de monetaire unie er toch zonder politieke unie. Dat was force majeure. De Berlijnse Muur viel. Frankrijk beloofde geen probleem te maken van dat grote nieuwe Duitsland dat ineens de machtsverhoudingen in Europa veranderde, op voorwaarde dat de Duitsers met de euro instemden. Het debat over de politieke unie ging in de kast. Dat was de prijs die de Duitsers voor de eenwording moesten betalen. Issing was pragmatisch genoeg om het te accepteren. Hij werd zelfs de eerste Duitser in de ECB. Nu, door de crisis, is het debat terug. De Duitsers zijn er meer vertrouwd mee dan anderen, omdat het een Duits debat is dat na een pauze weer doorgaat. Bovendien, Duitsland is een federaal land; Duitsers hebben ervaring met begrotingsfederalisme. Ik denk dat Frankrijk meer moeite heeft met een fundamentele rethink van het verdrag.”

Omdat je in Frankrijk dat debat nooit had?

„Precies. Ze kennen het niet.”

Frankrijk heeft toch altijd een ‘gouvernement économique’ voor de euro gewild?

„Dat is iets anders. Dat gaat over macht. De Fransen hebben altijd een gouvernement économique gewild, maar nooit gezegd wat dit inhoudelijk betekent: de inhoud interesseerde ze niet, alleen de machtskwestie. Die Franse positie is te verklaren uit de luxepositie die de Fransen altijd in het eurosysteem hebben gehad. Duitsland heeft bij de introductie van de euro veel soevereiniteit ingeleverd. Frankrijk won juist soevereiniteit.”

Waarom?

„Duitsland had de sterkste munt van Europa. Andere landen volgden blind de Bundesbank. De facto regeerde de Bundesbank ook Nederland, Luxemburg, België, Frankrijk en Oostenrijk. Wij zaten allemaal in de zone van Duitse mark, zoals Denemarken nu zonder euro toch de eurozone volgt. De Duitsers dwongen dat niet af, wij besloten zelf dat de beslissingen van de Bundesbank ook voor ons golden. Zó goed vonden wij de Bank; zó hard was de mark. Voor Belgen en Nederlanders was die monetaire afhankelijkheid geen probleem, voor Frankrijk wel. Dat is een groot, trots land. Meermalen hebben de Fransen discussies gehad of ze hier nog mee wilden leven: in 1983, in 1993. De Duitse hereniging bood de Fransen de kans om hun monetaire autonomie deels terug te krijgen. De euro is natuurlijk een voortzetting van de D-mark, maar met één belangrijk verschil: de Duitsers controleren hem niet meer. Dat doet de ECB, en daarin heeft Frankrijk een stem. Ofwel: Duitsland heeft soevereiniteit verloren bij de introductie van de euro, Frankrijk heeft juist gewonnen. Nu is het alsnog de beurt van Frankrijk om soevereiniteit in te leveren.”

En Italië, als ander groot euroland?

„Italië is de laatste tijd al zó veel soevereiniteit kwijtgeraakt, dat het daar veel minder hard zal aankomen dan in Frankrijk.”

Sympathiseert u met de Duitse opstelling?

„Dat is geen kwestie van sympathie. Dit zijn historische processen. Als je naar de lange termijn kijkt, is het in mijn analyse niet Duitsland dat de oplossing voor de eurozone op dit moment bemoeilijkt, maar Frankrijk. Kijk je naar de korte termijn, dan zie je het omgekeerde: dan willen de Fransen de ECB inschakelen als lender of last resort, en ligt Duitsland dwars. Eén keer in de geschiedenis van de euro hebben de Duitsers de fout gemaakt dat ze onder Franse druk de korte termijn hebben laten prevaleren boven de lange termijn: de monetaire unie kwam er zonder politieke unie. Ik kan begrijpen dat de Duitsers nu zeggen: die fout maken we geen tweede keer. Ditmaal bouwen wij een solide huis voor de euro.”

Als Merkel dit solide huis krijgt, geeft zij dan haar verzet tegen een grote rol voor de ECB en euro-obligaties op?

„Als je goed naar bondskanselier Merkel luistert, heeft haar verzet meer met timing dan inhoud te maken. Ze is er nú tegen. Maar als zij van Parijs de garantie krijgt dat de politieke unie er komt, denk ik dat zij haar verzet opgeeft.”

Is dat de uitruil voor de top volgende week?

„Ik zie geen andere mogelijkheid.”

Hangt de toekomst van de euro dus van Sarkozy af?

„Ja.”

Is hij klaar voor de sprong?

„In alle eerlijkheid: ik heb geen idee. Ik hoop het.”