Krijg de tering

Het is Wereld Aidsdag. Wie puber was in de jaren negentig (zoals ik) heeft een diepgewortelde angst voor aids. Ik herinner me een voorlichtingsmiddag waarin werd gezegd dat je drie jaar verkering moest hebben, elkaar door en door vertrouwen, en elkaars hiv-testen moest bekijken voor je mocht overwegen het wellicht een keer zonder condoom te

Het is Wereld Aidsdag. Wie puber was in de jaren negentig (zoals ik) heeft een diepgewortelde angst voor aids. Ik herinner me een voorlichtingsmiddag waarin werd gezegd dat je drie jaar verkering moest hebben, elkaar door en door vertrouwen, en elkaars hiv-testen moest bekijken voor je mocht overwegen het wellicht een keer zonder condoom te gaan doen. Dit waren ook de jaren dat het beflapje als serieuze optie werd gepresenteerd. (Terwijl: beflapje. Dat is het vieste woord wat er bestaat: „Lieverd, ik zou je nu graag oraal willen bevredigen. Pak jij even het beflapje?” Nnnngggg!).

Beflapje. Dat is het vieste woord wat er bestaat

Als taalbewuste tiener vroeg ik mij destijds al af: hoe lang gaat het duren voordat er gescholden gaat worden met aids? Zou er een dag komen dat je elkaar, na bijvoorbeeld een verkeersovertreding, kon toebijten: „Ach rot op, aidslijer, het was rood.” Destijds was het echt nog taboe.

Inmiddels kun je dat woord weleens tegenkomen, vooral op internet natuurlijk. Toch valt het me in zekere zin nog mee. ‘aidslijer’ is niet iets wat je terloops hoort. Het is alleen de echt asociale medemens die zich dit woord heeft eigen gemaakt.

Anders is dat helaas met kanker. Dat hoor je in veel variaties. Kankerwijf, kankerkinderen, kankerzooi, ach wat eigenlijk niet, kanker past overal voor. Mensen die kanker hebben of iemand kennen die het heeft kunnen daarvan schrikken en ik probeer zelf dan ook te schelden met ziektes die wat minder verwoestend aanwezig zijn. Krijg de tering, tyfuskinderen, klerewijf, er zijn eigenlijk zo veel mogelijkheden.

De vraag blijft waarom kanker als scheldwoord zo populair is. Ik heb weleens gehoord dat het niet zo zeer met de ziekte te maken heeft, als wel met het woord ‘kankeren’ (mopperen). Dat woord stamt uit de 19de eeuw, en werd vooral door ‘Indischgasten’ gebruikt.

Maar ja, dat woord ‘kankeren’ komt uiteindelijk ook weer van kanker.

Als je denkt aan het woord ‘kankeren’, dan klinkt het heel raar dat er ook een Wereld Kankerdag is (4 februari). Alsof dat een dag is waarop iedereen mag gaan kankeren. Of dat het gewoon een klotedag is („Wat een kankerdag”). Wat het natuurlijk ook is, want kanker is een kankerziekte.