Iran buiten diplomatieke orde

De bestorming van de Britse ambassade in Teheran, eergisteren, was geen zogenaamd spontaan straatprotest tegen de westerse ‘satan’ zoals zich wel vaker in Iran manifesteert. De aanval op het gezantschap was een politieke daad van het zuiverste water.

De regie was namelijk in handen van de regering, althans van een fractie daarbinnen. En de uitvoering lag bij knokploegen van de Baseej, de paramilitaire ordetroepen die bij deze actie hun ware aard verborgen hielden achter een burgerkloffie.

Een casus belli is een te groot woord. Maar dat het bewind in Iran zich met deze agressie buiten de diplomatieke orde heeft geplaatst, is geen overdreven kwalificatie. Het Verenigd Koninkrijk sloot zijn ambassade, repatrieerde zijn diplomaten en nam maatregelen tegen de Iraanse post in Londen. Een enkel land volgde deze weg. Zelfs Rusland en China, vaak geneigd om de consensus te doorbreken, noemden de bestorming onaanvaardbaar, al noemde Peking het land zelf niet bij naam en riep het de rest van wereld op tot behoedzaamheid.

De meeste Europese landen reageerden met een demarche bij de Iraanse gezanten of het terugroepen van ambassadeurs. Ook Nederland heeft dat laatste gedaan.

In woord is de verontwaardiging groot. Terecht. Maar in daad zijn de tegenacties minder ingrijpend. Ook dat is logisch. Nederland importeer jaarlijks voor meer dan een miljard euro aan olie en andere spullen uit Iran en voert voor ruim 600 miljoen uit naar Iran. De invoer doet amper onder voor die uit Israël. Het is geen toeval dat Italië en andere landen die grotere belangen in Iran hebben, de Britse druk tot verdergaande sancties wat temperen. Omgekeerd mag de Engels/Iraanse handel geen naam hebben. Deze twee uitersten schetsten het dilemma.

Wat te doen? Het is razend gecompliceerd. Zij die ‘te wapen’ roepen, overschatten de Westerse eensgezindheid en onderschatten Iran. Als het land wordt aangevallen, sluiten zich de gelederen er vermoedelijk, alle politieke en sociale spanningen ten spijt. Saddam Hoessein kan niet meer navertellen wat het Iraakse leger beleefde in de oorlog van 1980 en daarna. Maar in de woorden van de Amerikaanse ex-minister Gates van Defensie: „De militaire optie koopt alleen tijd.”

Een breed scala aan sancties? Het lijkt zo logisch. Maar de praktijk wijst tot nu toe uit dat de Iraanse bevolking er het meest onder lijdt en dat het regime elk vliegtuig dat wegens gebrek aan onderhoud neerstort, gebruikt om het volk te disciplineren tegen de westerse duivels.

Wat rest zijn doelgerichte maatregelen om het regime te isoleren: met toegespitste sancties tegen functionarissen en staatsindustrieën en met diplomatieke acties waarbij zelfs dwarsliggers als Rusland en China worden betrokken. Creativiteit is een beter wapen dan spierballen.