Inlichtingen, dat was nooit zijn ding

Per vandaag is voormalig legercommandant Rob Bertholee chef van de AIVD. Een verrassende benoeming. Wat heeft een militair bij de inlichtingendienst te zoeken?

27-10-2006, Den Haag, Nederland, Generaal-Majoor R.A.C. Bertholee, Defensiestaf, Directie, Aansturen Operationele Gereedstelling, foto en copyright Leonard Faustle/ hollandse hoogte Leonard Faustle/Hollandse Hoogte

Luitenant-generaal Rob Bertholee kan uitstekend een geheim bewaren. Hij wekte de indruk dat hij zich thuis zat te vervelen sinds hij vorige maand afscheid nam als commandant van de landmacht. Na een militaire carrière die begon in 1975, was hij met 56 jaar te oud voor defensie en ging hij met zogeheten functioneel leeftijdsontslag. „Timekeeping @ home”, schreef hij op de netwerksite LinkedIn. Hij verving zijn foto door een vakantiekiekje in T-shirt en met zonnebril.

Zelf wist hij allang dat het „in between jobs” op zijn profiel niet betekende dat hij beschikbaar was. Voordat Bertholee bij de krijgsmacht vertrok, was beklonken dat hij hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst zou worden. Vandaag treedt hij officieel aan.

De benoeming van een militair als baas van de geheime dienst is verrassend. Zelfs mensen in zijn naaste omgeving waren verbaasd toen het nieuws twee weken geleden bekend werd gemaakt. „Ik moest zijn aanstelling vernemen van teletekst”, zegt brigadegeneraal Theo Ent, die er nog steeds om kan lachen.

Ent ontmoette Bertholee 36 jaar geleden tijdens hun ontgroening op de KMA, de officiersopleiding in Breda. Ze raakten bevriend en hielden altijd contact, ook toen Bertholees militaire loopbaan hem naar de Verenigde Staten, Duitsland, Kosovo en Afghanistan voerde.

Bertholee was tijdens zijn opleiding al zo iemand van wie iedereen wist dat hij het ver zou schoppen: intelligent, gedisciplineerd, gedreven, analytisch en evenwichtig. Al had hij er, afkomstig van het gymnasium op een wat elitaire school in Haarlem, in het begin wel moeite mee om bij defensie in het gareel te lopen, zegt Ent.

Theo Ent beschouwt Bertholee als een van zijn beste vrienden, maar zelfs met zijn goede vrienden deelde de generaal niet dat hij in gesprek was om de AIVD te leiden. „Pas toen ik belde om hem te feliciteren, vertelde hij dat hij er al maanden mee bezig was.” Maar omdat Bertholee had beloofd erover te zwijgen, deed hij dat ook. „Hij is daar heel erg strikt in”, zegt Ent. „Hij is een uiterst integer mens.”

Integer, dat woord valt in elk gesprek over Rob Bertholee. Dick Berlijn, tussen 2005 en 2008 de hoogste militair van Nederland, koos Bertholee destijds als zijn plaatsvervangend commandant der strijdkrachten. „Wij konden op basis van volstrekt vertrouwen samenwerken. We hadden vaak te maken met heel gevoelige dossiers – waar ik dus ook niet specifieker over kan zijn – en hij heeft mijn vertrouwen nooit, maar dan ook nooit, beschaamd.”

Berlijn, afkomstig van de luchtmacht, prijst de artillerist Bertholee met name omdat hij zijn eigen belangen en die van de landmacht opzij kon zetten. „Er is altijd competitie tussen de verschillende krijgsmachtonderdelen: over wie bepaalde functies krijgt, nieuwe spullen mag aanschaffen of een operatie kan doen. De kleur van je pak blijft altijd belangrijk, maar Bertholee wist boven zijn krijgsmachtdeel uit te stijgen en naar het bredere perspectief te kijken.”

Dat is hem door sommige militairen, specifiek van de cavalerie, wel kwalijk genomen. Vorig jaar werd duidelijk dat defensie 1 miljard euro moet bezuinigen. Het was Bertholee die zei: doe de tank maar weg. Het was een nuchtere, zakelijke beslissing; zijn mensen vond hij belangrijker dan dit wapen. En als hij niet de regie nam, zou Den Haag de landmacht misschien wel erger toetakelen.

Volgens Berlijn laat dit ook zien hoe goed zijn politieke gevoel ontwikkeld is. „Hij ziet wat haalbaar is en wat noodzakelijk is.”

De bezuinigingen zijn, met militairen die omkwamen in vooral Afghanistan, het moeilijkst wat Bertholee heeft meegemaakt, zegt majoor Jim Gubbels. Hij was de laatste drie jaar Bertholees adjudant, zijn persoonlijk assistent. De generaal sprak overigens niet over die emoties. „Toen het afschaffen van het tankbataljon bekend zou worden gemaakt, zei hij ’s ochtends in de auto wel: Jim, dit wordt geen leuke dag.”

Geestelijke rust, zegt vriend Theo Ent, vindt Bertholee door lange afstanden te lopen – in ieder geval één marathon per jaar. Door motorrijden, op zijn Honda Pan-European. En op de skipiste.

Bertholee is op zijn 56ste nog steeds een atletische, pezige man. Zijn steile, kortgeknipte grijze haren, licht hangende mondhoeken en groengrijze ogen geven hem een wat norse uitstraling. Maar mensen die hem kennen, noemen hem heel open, naar de wereld buiten defensie en naar zijn personeel. Pieter Cobelens, die tot medio dit jaar als hoofd van de militaire inlichtingendienst MIVD met hem samenwerkte: „De mannen houden van hem.”

Wel verwacht Bertholee dezelfde discipline en integriteit van de mensen die voor hem werken als hij zichzelf oplegt. Als een soldaat tijdens een werkbezoek aan een kazerne met zijn handen in zijn zakken de commandant te woord stond, stuurde hij adjudant Gubbels er achteraf op af om duidelijk te maken dat dat „niet zo handig” was. De hogeren in rang sprak hij zelf aan op zaken die ze niet op orde hadden. „Sommigen schrokken wel van zijn directheid, maar het is niet zo dat hij mensen bij de enkels afzaagt”, zegt Gubbels.

Zijn kwartiertje nationale roem kreeg Bertholee in 2007 toen hij onder Dick Berlijn de taak kreeg om de reputatie van defensie te verbeteren. Er waren incidenten openbaar geworden zoals seksueel misbruik op een marineschip, een wapenroof op een vliegbasis en militairen die onder invloed van drank en drugs met elkaar en anderen op de vuist gingen. Bertholee moest de militairen duidelijk maken wat de samenleving van hen verwacht. Dat leverde hem het stempel ‘normen-en-waardengeneraal’ op.

Daar zijn grappen over gemaakt, zegt Berlijn, maar het werkte wel. Bertholee maakte duidelijk dat dit voor hem niet eventjes het thema van de dag was, maar iets wat hij persoonlijk belangrijk vond. „Dat heeft er ook toe geleid dat de reputatie van defensie behoorlijk beter geworden is.”

Oud-MIVD-baas Cobelens noemt Bertholee „een prima generaal en een fijne collega”. Diens benoeming bij de AIVD verbaasde Cobelens wel, omdat hij Bertholee nooit op bijzondere interesse in inlichtingen heeft kunnen betrappen – anders dan waar hij die nodig had om operaties uit te voeren. Sterker, Bertholee was tegen het idee om van inlichtingen een speciaal dienstvak te maken binnen de landmacht. „En nu wordt hij zelf de baas van een inlichtingenclub.”

Niettemin heeft Cobelens veel vertrouwen in Bertholee als manager van de geheime dienst met 1.500 werknemers. „Het siert hem dat hij dit gaat doen, want hij had ook een leuke deeltijdbaan kunnen nemen. Misschien heeft hij zichzelf er ook wel mee verrast. Ik kan me voorstellen dat dit té leuk was om te laten lopen. En hij is en blijft een militair: als er een beroep op je wordt gedaan, ga je ervoor.”

Zijn politieke handigheid zal hem van pas komen in zijn nieuwe baan, die onder Binnenlandse Zaken valt. Groot verschil is dat hij als landmachtcommandant het nuttige werk van zijn mannen aan de samenleving wilde laten zien. In zijn nieuwe functie kan hij nauwelijks meer iets inhoudelijks naar buiten brengen. Het is maar goed dat Rob Bertholee die egostreling niet nodig heeft.

En dat hij zo goed geheimpjes kan bewaren.