ik@nrc.nl

Een oude, wat verwarde en verwaarloosde patiënt staat met een Marokkaanse jongen en met mij in de lift van het ziekenhuis. De één in een versleten pyjama, de ander in een zwart donsjack met bontkraag en zonnebril op.

Als een vrijwilligster van het ziekenhuis die patiënten zoals de man begeleidt instapt, kijkt hij haar belangstellend en vragend aan. Hij zegt met onvervalste Amsterdamse tongval: „Uw gezicht komt me bekend voor, maar ik kan u niet thuisbrengen”.

De vrijwilligster stapt uit. De jongen glimlacht en zegt met rappend Marokkaans accent: „Die houden we erin: ik kan u niet thuisbrengen.”

Carl Siegert