Het gaat over, maar het doet nú pijn

Wie is de belangrijkste allochtoon van Nederland?, vraagt Frans Verhagen aan de vijftig scholieren van het Berlage Lyceum in Amsterdam. Hij is de auteur van het boek Hoezo Mislukt? De nuchtere feiten over de integratie in Nederland (2010). Hierin stelt hij dat het met het integratiebeleid van Nederland helemaal niet zo dramatisch is gesteld als we denken sinds het essay ‘Het multiculturele drama’ van Paul Scheffer uit 2000 en de opkomst van het populisme van Pim Fortuyn en Geert Wilders. Voor het John Adams Institute, dat zich inzet voor de culturele uitwisseling tussen de Verenigde Staten en Nederland, verzorgt Verhagen colleges op middelbare scholen over hoe het gesteld is met diversiteit in Amerika, hoewel hij het heimelijk over Nederland heeft.

Als de leerlingen niet zo gauw weten wie de belangrijkste allochtoon van Nederland is, stelt hij de vraag anders: wie is de belangrijkste allochtoon van de VS? Het enige meisje met een hoofddoek, op de vierde rij, noemt Obama, de belangrijkste allochtoon van de wereld. Dat koningin Beatrix de belangrijkste allochtoon van Nederland is, daar had niemand aan gedacht.

Verhagen maakt handig gebruik van zijn kennis van de VS om de Nederlandse houding tegen buitenlanders uit te leggen en te relativeren. Met behulp van cartoons uit oude kranten laat hij de weerstand zien die men in de VS had tegen migranten – ze waren arm of ze waren katholiek. Dit waren ernstige nadelen in een land dat zozeer was beïnvloed door het Duitse protestantisme. Suffe Duitsers, denken de leerlingen, maar ook dit ontregelt Verhagen meteen. Die Duitsers maakten Amerika tot een plezieriger land, met hun bier, hun hamburger en de hotdog.

Als Frans Verhagen op dreef komt, wordt hij steeds meer relativerend. Er zijn altijd immigranten geweest, zoals de 380.000 Nederlanders die tussen 1840 en 1920 naar de VS kwamen en zich ophielden in gesloten gemeenschappen en weigerden zich aan te passen. De Chinezen konden tot voor kort geen huis kopen, omdat de blanken hun buurten blank wilden houden. De Italianen waren de Marokkanen van Amerika – onbehouwen hangjongeren, geneigd tot criminaliteit.

Politieke partijen kwamen op die een immigratiestop eisten. Al in 1915 moesten migranten verplicht inburgeren. Veramerikaniseren heette dat. „Komt dat bekend voor?”, vraagt Verhagen aan de scholieren. Ze beamen het, zij het binnensmonds.

Verhagen is een gepassioneerd verteller, maar hij heeft de neiging om zijn luisteraars een tikje te intimideren. Hoeveel Marokkanen wonen er in Nederland?, vraagt hij. Alle scholieren schatten het aantal te hoog. Het zijn er maar 350.000. Hoeveel procent van Nederland is moslim? Niemand komt op 5 à 6 procent. Hoe slecht gaat het met de integratie?

Verhagen vuurt cijfers op ze af: 28 procent van de tweedegeneratieallochtonen volgt een hogere beroeps- of een wetenschappelijke opleiding. Van de parlementariërs is 12 procent van allochtone afkomst. Het gaat traag, maar er zijn steeds meer gemengde huwelijken. Kortom – met de integratie is het prima gesteld.

Ik zit in een hoekje van de aula aantekeningen te maken, maar ik denk: meneer Verhagen, zo voelt het niet. Als je het historisch bekijkt, een flinke sociologische afstand neemt en alles filosofisch kapot relativeert, moet je wel tot de conclusie komen dat het overgaat.

Racisten en xenofoben zijn er altijd geweest, maar ze hebben het ook altijd afgelegd tegen de beschaafden. Dat weet ik. Maar als dat meisje met een hoofddoek op de vierde rij naar me toekomt en zegt dat ze geen baan kan vinden, omdat de blanken, de mensen met die mooie joods-christelijke cultuur, haar afwijzen, op haar neerkijken en haar achterlijk vinden, moet ik dan tegen haar zeggen: ach meid, het is van alle tijden, het gaat over?

Natuurlijk gaat elke ellende over, maar het doet nu pijn.

    • Anil Ramdas