Grote getallen

Tweewekelijks schrijft Gerrit Komrij over internet in de krant. Meer op nrc.nl/komrij.

Hoeveel gebruikers heeft het sociale netwerk Facebook? Vijfhonderd miljoen? Achthonderd miljoen? Ik betrap me erop dat enige precisie op dit punt me niet meer boeit. Sinds een tijd wordt er, van het eerste been dat je ’s morgens uit bed zet tot het laatste dat je er ’s avonds inschuift, zó met miljarden en miljoenen gegoocheld dat die getallen nalaten indruk te maken. Heeft dat land tachtig miljard schuld en stort dat consortium van banken dertig miljard in een fonds of was het omgekeerd? Geen idee. Ik schrik alleen nog van de elektriciteitsrekening.

Vijfhonderd miljoen gebruikers? Achthonderd miljoen gebruikers? Veel in elk geval. Het grappige van Facebook is dat we het allemaal nog als ons Facebook beschouwen. Dat is niet alleen grappig, dat is knap.

Er zijn vijfhonderd miljoen Facebookers, of daaromtrent, en vijftien miljoen Hollanders, of daaromtrent, en toch voel ik me meer Facebooker dan Hollander. Ik vraag me af of het aan de Hollanders ligt of aan het miljoenenverschil.

Ons Facebook, een sterk idee. Het heeft te maken met de structuur, Facebook is wat de gebruikers ervan maken. ’t Is zo langzamerhand een dagtaak geworden om alles weg te klikken wat je niet zint en aan te klikken wat je wel graag ziet langskomen, maar uiteindelijk voelt het aan als jouw Facebook. Met je eigen kring van geheime vrienden en vriendinnen. Met de betweters en de heksen. Met je stille liefdes. Met de moedertjes die je komen troosten als je ook maar even de suggestie wekt zielig te zijn.

En dan zijn er die altijd amusante literatoren, die nooit nalaten minachtend te doen over prijzen maar totaal hoteldebotel raken als ze er zelf een winnen. De Pierre H. Duboisprijs! De Simon Vinkenoogbokaal! En de zich als konijnen voortplantende nieuwe dichters en dichteresjes met hun o zo broze ego’s. Facebook als Vanity Fair, marktplaats, SM-kelder en cabaret. Aangepast aan je eigen masochistische behoeften.

Je bent altijd het middelpunt, ondanks vijfhonderd miljoen andere middelpunten. Of achthonderd miljoen. Je kunt ongewenste elementen uitschakelen door ze met de idiotenknop te ‘blokkeren’. De advertenties en reclame hoef je niet eens te zien, zo onopdringerig zijn ze.

Je kan ze zelfs wegklikken en je verbeelden dat je het grootkapitaal een poets hebt gebakken. Je wordt netjes gevraagd wat je van de weggeklikte advertentie vond: 1) niet interessant, 2) misleidend, 3) seksueel expliciet, 4) niet in lijn met mijn denkbeelden, 5) ongepast... Als dát geen macht is.

„Facebook wil in het tweede kwartaal van volgend jaar naar de beurs. Het bedrijf mikt daarbij op een waardering van honderd miljard dollar”, schrijft The Wall Street Journal. Facebook wil daarmee tien procent van de aandelen ‘ophalen’. Tien miljard, als ik het goed uitreken, maar het kan ook zijn dat ik me misreken. Veel geld in elk geval. Naar de beurs met tanks, slagschepen, fabriekshallen, auto’s, medicijnen of brillenglazen? Nee, met lucht en met mannekes zoals ik die denken dat het hun Facebook is omdat ze er af en toe een zinnetje aan toevoegen.

Dat hoogst individuele Facebook, dat democratische Facebook, dat Facebook dat ons welbeschouwd allemaal zou moeten betalen omdat wij de windbuil zwevende houden, zal aandeelhouders krijgen en die aandeelhouders zullen... de verwensingen op de sociale fora zijn voorspelbaar. Het komt erop neer dat ze geld zullen willen zien. Opvallende advertenties. Irritante banners. Directe marketing. Genadeloze afpersing. In de wurggreep van de geldwolf.

Gezelliger zal het volgend jaar niet worden. Maar voordat die hebzuchtige jagers op nog meer miljarden ons weerloze groepje van vijfhonderd miljoen komen afslachten en een einde maken aan onze dromen, kan heel Facebook in rook zijn opgegaan. Niet vanwege de brutale commercie, maar omdat de gebruikers er genoeg van hebben gekregen. Vertrokken naar het café verderop.

    • Gerrit Komrij