Gekte is voorbij, maar het is nog niet genoeg

Hoge salarissen, royale tekengelden. Jarenlang kon het niet op in de voetballerij. Maar onder druk van de slechte financiële situatie in de eredivisie bezuinigden clubs vorig seizoen op de salarissen van hun spelers.

Het werklozenelftal, heet het in de volksmond. Een team van profs zonder club. In de zomer voetballen ze tegen ploegen uit de eerste divisie als Almere City en FC Emmen. Niet om te oefenen, maar om indruk te maken op scouts langs de lijn. Opvallen is noodzaak; wie schittert maakt kans op een nieuw contract. Doelman Agil Etemadi had geluk. Hij voetbalde voor wat hij waard was en kreeg een contract bij FC Groningen.

De ‘sollicitatieduels’ worden georganiseerd door spelersvakbond VVCS. Deze zomer alweer voor de zevende keer. Nog nooit had oud-profvoetballer Danny Hesp, sinds 2005 voorzitter van de VVCS, zoveel aanmeldingen ontvangen. „Dit jaar konden we wel twee teams opstellen”, zegt Hesp. „De markt voor profvoetballers in Nederland is de afgelopen twee jaar echt dramatisch veranderd. Alle clubs krimpen hun selecties in”, schetst Hesp.

„Er is echt een kentering gaande”, bevestigt ook Frank Rutten, directeur van de belangenvereniging Eredivisie CV. „De gekte is uit de markt, er is meer realisme.” Bij de clubs althans. „Veel spelersmakelaars hebben nog niet in de gaten dat sprake is van een economische recessie”, stelt een voorzitter van een eredivisieclub.

De meeste clubs in de eredivisie bezuinigen inderdaad hard, blijkt uit onderzoek van deze krant. De vijftien clubs die tot dusver hun cijfers over vorig seizoen (2010-2011) openbaar maakten, hebben in één jaar tijd ruim 20 miljoen euro bespaard op hun loonkosten. Dat is een bezuiniging van bijna 10 procent. Daarbij gaat het ook om kantoorpersoneel en de technische staf. Maar de grootste klap valt bij de spelers. De KNVB meldt dat voor het eerst in tijden het gemiddelde spelersbudget per club vorig seizoen is gedaald van 8 miljoen naar 7,4 miljoen euro.

Maar het is allemaal nog niet genoeg. Ondanks de bezuinigingen leden tien van dezelfde vijftien clubs vorig seizoen verlies. Gezamenlijk kwam het nettoverlies van de vijftien clubs op 56,9 miljoen euro uit. Zeven clubs in de eredivisie melden bovendien een negatief eigen vermogen in hun jaarverslag en zuchten onder hun schuldenlast. Die negatieve eigen vermogens variëren van 1,8 miljoen bij FC Utrecht tot 11,1 miljoen bij NAC Breda en 21 miljoen euro bij Feyenoord.

De bezuinigingen gaan ook dit seizoen door. Zo melden tien clubs in antwoord op vragen van deze krant dat ze dit seizoen verder snijden in de spelerssalarissen.

Voor het eerst merken profvoetballers nu de gevolgen van de slechte financiële situatie bij veel clubs. Vooral reservespelers bij kleine clubs moeten soms vrezen voor werkloosheid. En in de top en subtop moet af en toe fors worden ingeleverd.

In het Nederlandse profvoetbal kon het jarenlang niet op. Torenhoge salarissen, royale tekengelden. Zelfs voor de meest modale voetballers lagen goudgerande contracten in het verschiet. Het aantal spelers bleef toenemen en de reservebanken raakten overvol.

Twee seizoenen geleden bereikte het gemiddelde salaris in de eredivisie een recordhoogte van 362.000 euro, bijna twee keer de Balkenendenorm. Mooi voor de spelers en hun zaakwaarnemers, maar dramatisch voor de clubs die dat jaar een gezamenlijk nettoverlies van 71,8 miljoen euro leden. Hans Nijland, directeur van FC Groningen, luidde toen de noodklok. „De hele bedrijfstak stort in als we de zaken niet snel gaan veranderen”, schreef hij aan zijn collega-directeuren. Alarmerende rapporten van de KNVB over groeiende tekorten gaven Nijland gelijk.

Jarenlang gokten clubs erop dat ze hun structurele exploitatietekorten af en toe konden goedmaken met een klapper op de transfermarkt. Dat lukte maar heel zelden, en met het instorten van de transfermarkt door de financiële crisis werd die hoop definitief de bodem ingeslagen.

Vrijwel alle clubs merken bovendien dat sponsoren de hand op de knip houden. En dat terwijl Nederlandse clubs gemiddeld voor 46 procent van hun inkomsten afhankelijk zijn van sponsorgelden, meer dan waar ook in West-Europa. Ook de media-inkomsten zijn sinds het wegvallen van tv-zender Talpa in 2007 fors teruggelopen. Roda JC was bijvoorbeeld gewend aan 4,5 miljoen euro per jaar aan tv-gelden. Dat is nu nog maar 1,8 miljoen. Veel geld, op een omzet van 10 miljoen euro. „Een daling van de commerciële omzet is niet meer goed te maken”, zegt algemeen directeur Marcel van den Bunder, „en dus moet het salarishuis aangepakt worden”.

Met het korten op salarissen geven clubs ook toe aan kritiek uit de samenleving. Veel gemeenten hebben de afgelopen jaren de plaatselijke voetbaltrots overeind gehouden met leningen, bankgaranties of miljoeneninvesteringen in het stadion. Vlak voor de zomer redde de gemeente Eindhoven PSV nog van de ondergang door de grond onder het stadion en het trainingscomplex te kopen voor 48,4 miljoen euro.

Lokale politici zitten met het profvoetbal in hun maag. Miljoenen steken in de plaatselijke profclub waar spelers soms op hun vijfentwintigste al miljonair zijn, terwijl er drastisch bezuinigd moet worden op cultuur, onderwijs en zorg. „Steun aan een voetbalclub is moeilijk uit te leggen” , verzucht wethouder Will Terpstra uit Kerkrade. Hij heeft met Roda JC een van de armlastigste clubs uit de eredivisie in zijn gemeente. De club betaalt zijn spelers gemiddeld 217.000 euro per jaar, 18.000 euro per maand. „De burger op straat moet hard werken voor 2.000 euro netto”, stelt de wethouder van Kerkrade.

Terpstra’s collega Jan Hamming uit Tilburg zegt het anders. „Als de overheid betrokken is bij banken, mag ze iets zeggen over de bonussen voor bankiers. Waarom mogen wij dan niets zeggen over de absurde spelerssalarissen?” Voor de zomer vroeg Hamming met andere wethouders in een overleg met de eredivisieclubs of er geen inkomensnorm voor voetballers zou moeten komen. De clubs antwoordden dat een beleid van matiging was ingezet.

En zo maakt de eredivisie nu mee, wat op een lager niveau tien jaar geleden is ingezet. „In de eerste divisie is het sinds 2000 hard achteruit gegaan”, weet Ko Andriessen, directeur van spelersvakbond ProProf. „Veel spelers verdienen daar nu tussen de 20.000 en 30.000 euro. Salarissen tussen de 30.000 en 70.000 euro komen alleen voor bij de clubs met de hoogste begrotingen.” Het aantal semiprofessionals, voetballers die ook een baan hebben, neemt toe in de eerste divisie. Bij het Maastrichtse MVV zijn er spelers die ook een baantje hebben bij een sponsor om hun inkomen aan te vullen.

Zo ver is het in de eredivisie nog niet. Daar moeten vooral de dure en oudere spelers vrezen voor hun baan. „Een speler van 32 jaar die 300.000 euro per jaar verdient, daar stop je mee”, zegt grootaandeelhouder Mark van der Kallen van ADO Den Haag.

Het Nederlandse voetbal verarmt wel door de bezuinigingen, zegt de Amsterdamse zaakwaarnemer en advocaat Klaus Vink. „Als scouts uit Engeland naar een eredivisiewedstrijd komen kijken, vragen ze wat er aan de hand is.” De handelingssnelheid van spelers en het tempo van de wedstrijd zijn erg laag, zeggen die scouts tegen Vink. „Zelfs in de tweede competitie van Engeland ligt het tempo hoger.”

Noodgedwongen hebben Nederlandse voetballers de afgelopen jaren hun toevlucht in het buitenland gezocht. Om werkloosheid of lagere salarissen te ontlopen ging een lichting oude, dure spelers als Pascal Bosschaart (Utrecht, Feyenoord, ADO) en Kevin Hofland (PSV, Feyenoord) naar landen als Australië en Cyprus.

Oost-Europese landen zijn ook voor veel andere spelers een toevluchtsoord. Johan Voskamp, bij Sparta topscorer in de eerste divisie, verdient nu bij het Poolse Slask Wroclaw meer dan hij ooit in de eredivisie had kunnen verdienen. Maar hoe verder oostwaarts, hoe onbetrouwbaarder. Spelers die naar Bulgarije, Roemenië of Cyprus zijn vertrokken moeten regelmatig vrezen dat hun mooie salaris nooit wordt uitbetaald.

„Het lijkt heel aanlokkelijk als je daar netto kunt verdienen wat je hier bruto krijgt en ook nog in een zonnig land kan wonen”, zegt Andriessen van vakbond ProProf. „Maar je kan van een koude kermis thuiskomen. Voor één speler zijn we al bijna twee jaar bezig om zijn geld terug te halen. In Nederland speelt hij nu in de topklasse van de amateurs, in het betaald voetbal komt hij er niet meer tussen.”