Geen bemiddeling voor starters op de arbeidsmarkt

Arbeidsbemiddeling naar gesubsidieerd werk wordt afgebouwd. Nieuwkomers op de arbeidsmarkt moeten op eigen kracht werk zoeken.

Werklozen, arbeidsongeschikten en andere starters op de arbeidsmarkt moeten de komende jaren op eigen kracht een baan zien te vinden. De rijksbezuinigingen op gesubsidieerd werk en reïntegratietrajecten zijn zo omvangrijk dat de resterende budgetten nodig zijn om de huidige groep werknemers met een gesubsidieerde baan aan het werk te houden.

Dat blijkt uit vanochtend gepubliceerd onderzoek van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI). Het is de eerste keer dat de gevolgen in kaart zijn gebracht van de bezuinigingen op werkgelegenheid- en reïntegratiebeleid die het kabinet aangekondigd heeft. Had het UWV in 2009 nog een 1 miljard euro beschikbaar voor reïntegratiebeleid en arbeidsbemiddeling, in 2016 blijft daar nog maar 349 miljoen van over.

Met name WW’ers zullen de komende jaren op eigen kracht weer aan de slag moeten. De beschikbare reïntegratiebudgetten voor bijstandsgerechtigden, WW’ers en arbeidsongeschikten worden afgebouwd van 5,5 miljard euro in 2010 naar 3 miljard euro in 2015.

Direct contact tussen ambtenaren van het UWV en werkzoekenden wordt op grote schaal vervangen door contact per email. In 2015 krijgt nog maar 10 procent van de WW’ers een ambtenaar van het UWV rechtstreeks te spreken. Het instituut waar werkzoekenden terecht kunnen voor vacatureoverzichten, opleidingsmogelijkheden en begeleiding bij het zoeken naar werk, werkt dan niet meer op de manier zoals we die nu kennen.

Gemeenten zullen de komende jaren de slinkende reïntegratiebudgetten vooral gebruiken om de werkgelegenheid in de sociale werkplaatsen (WSW) overeind te houden. Dat gaat waarschijnlijk ten koste van de arbeidsbemiddeling en ondersteuning van jonggehandicapten (Wajongers) en mensen in de bijstand (WW’ers) die werk zoeken. Naar verwachting zullen gemeenten vooral bezuinigen op loonkostensubsidie, gesubsidieerde arbeid en sociale activering.

De afbouw van gesubsidieerd werkgelegenheidsbeleid vindt plaats op een moment dat het aantal mensen toeneemt dat afhankelijk is van arbeidsbemiddeling. Vooral het aantal Wajongers en WW’ers zal de komende jaren weer toenemen, zo is de verwachting. Daar staat tegenover dat een fors aantal WAO’ers de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en doorstroomt naar de AOW.

Volgens de RWI was gesubsidieerde arbeidsbemiddeling de afgelopen jaren succesvol. Vorig jaar vonden 166.000 ontslagen werknemers zonder hulp een nieuwe baan, tegenover 138.000 werklozen die daarbij ondersteuning nodig hadden. Jaarlijks stromen 16.000 á 17.000 jonggehandicapten de Wajong-regeling in. Een kwart van hen heeft, al dan niet gesubsidieerd, werk. Van de groep gedeeltelijk arbeidsongeschikten heeft 54 procent een baan gevonden.

Nederland heeft nu nog een van de laagste werkloosheidscijfers in Europa. Samen met Denemarken, Zweden, Polen en België investeert Nederland het meest in actief arbeidsmarktbeleid. Het gaat om 6,9 miljard euro, 1,21 procent van het bruto binnenlands product. Maar met een nieuwe economische recessie op komst, is de werkloosheid gestegen naar 4,8 procent en bedraagt de jeugdwerkloosheid inmiddels 8,2 procent. Uit cijfers van Eurostat, het statistisch bureau van de EU, blijkt dat de werkloosheid in Europa is gestegen naar 10,3 procent; 23,5 miljoen Europeanen heeft geen baan.

In Nederland staan op dit moment 455.000 mensen als werkloos geregistreerd, dat is 4,8 procent van de beroepsbevolking. In Spanje, bijvoorbeeld, heeft bijna de helft van de jongeren geen werk. Maar met een recessie in het vooruitzicht en de verwachting dat het bedrijfsleven, anders dan tijdens de vorige recessie, op aanzienlijke schaal werknemers zal ontslaan, zal het werkloosheidspercentage in Nederland verder stijgen.

    • Jos Verlaan