Geef dat energielabel tijd om zijn waarde te bewijzen

In het artikel ‘Ook een A-label voor uw huis? Dat klopt misschien niet’ (NRC Handelsblad, 12 november) worden vraagtekens geplaatst bij de betrouwbaarheid van het energielabel. De kritiek in dit artikel is voor een deel onterecht en voor een deel achterhaald. Betoogd wordt dat het energielabel informatie geeft over de hoeveelheid energie die in een woning wordt verbruikt. Dit is onjuist. Het feitelijke energieverbruik is sterk afhankelijk van bijvoorbeeld het stookgedrag van de bewoners. Het label zegt alleen iets over de isolatie van de woning en de aanwezige technische installaties.

Bij het opnemen van energielabels zijn fouten gemaakt. Dat is waar. Maar het aantal fouten is vorig jaar al sterk teruggebracht en er zijn maatregelen genomen om de kwaliteit van de afgegeven energielabels verder te verbeteren. Zo moeten de labelopnemers voortaan iedere vijf jaar een examen afleggen.

Verder hebben de certificerende instellingen, die het werk van de labeladviseurs controleren, nieuwe afspraken gemaakt over een gezamenlijke werkwijze inclusief een jaarlijkse rapportage.

Het stuk laat de opbrengsten van het energielabel onbesproken. Maar die zijn er wel: uit recent onderzoek van de Universiteit van Maastricht blijkt dat kopers gemiddeld 6.000 euro meer willen betalen voor een gelabelde woning. En een woning met energielabel wordt gemiddeld 24 dagen sneller verkocht.

Er is niets op tegen om de ontwikkelingen rond het energielabel kritisch te volgen. Maar het zou onverstandig zijn om een belangrijk en veelbelovend instrument af te serveren voordat het zijn waarde heeft kunnen bewijzen.

Ir. Marcel Engels,

Voorzitter van UNETO-VNI, de ondernemersorganisatie van de Nederlandse installatiebranche