Exotisch spektakel in stripvorm

Met zijn nieuwe graphic novel Habibi rekt de Amerikaanse tekenaar Craig Thompson de grenzen van het genre verder op. Verhalen uit de Koran vermengt hij met actuele thema’s als milieuvervuiling en watertekort.

Zo teder en naïef als het liefdesverhaal van Een deken van sneeuw was, zo gruwelijk en confronterend gaat het er aan toe in Habibi, de onlangs verschenen nieuwe graphic novel van de Amerikaanse tekenaar Craig Thompson.

In het in 2003 verschenen, autobiografische Een deken van sneeuw vertelt Thompson (1975) eerst kort en bondig over zijn jeugd, als orthodox-christelijk jongetje een outsider, getreiterd en geschopt op school en misbruikt door de oppas. Waarbij hij zich extra schaamt en schuldig voelt omdat hij zijn kleine broertje niet kan beschermen tegen diezelfde oppas. Die miserabele jonge jaren vormen de aanloop naar de ontmoeting met de mooie Raina op kerkkamp en hun schoorvoetende liefde.

In Raina vindt de jonge Craig een verwante ziel, iemand die net als hij zelfs op kerkkamp niet in de groep past, waar jongens met grote waffels en de smaak van de groep de sfeer bepalen. Als de twee zich onder de voetbaltafel verstoppen voor de kerkdienst, streelt hij steels haar lokken. Het is pure liefde, waarin niets van waarde lijkt te bestaan buiten de eigen intimiteit.

Met veel subtiliteiten tekent Thompson hoe de jonge Craig twijfelt, zucht en droomt, en hoe schuchter de twee tieners elkaar ontdekken als hij de volgende vakantie bij haar gaat logeren in het koude, met sneeuw overdekte Michigan. Liggend in de sneeuw in het bos horen ze het zachte tikkende geluid van de droge, statische vlokken. „Alsof er kleine, broze stukjes glas te pletter vallen”, zegt Craig, die het vergelijkt met de vonkjes die hij en zijn broertje Phil tussen de lakens zagen branden als kind, als „kleine glinsterende feetjes”. Zo pratend, liggend en omhoog kijkend volgt de eerste kus.

Dat is halverwege dit zeshonderd pagina’s tellende, indringende boek over volwassen worden en over schuld en onschuld. Over hun lust en verliefdheid hangt de dreiging van hel en verdoemenis. Raina waarschuwt Craig al meteen dat van sneeuw alleen onooglijke blubber overblijft en zo vergaat het hun idylle ook.

Blankets, de originele titel, beschrijft ook hoe de jonge Craig langzaam zijn geloof verliest. Hij bewondert Jezus, maar keert zich af van de dogma’s van de kerk. Na lezing noemden zijn ouders het boek van Thompson „satanisch” en de relatie was enkele jaren verstoord, vertelde de tekenaar in een interview.

Maar de kritieken waren juichend en Thompson werd de belangrijkste nieuwe tekenaar sinds Art Spiegelman genoemd. Voor Blankets kreeg hij onder meer twee Eisner Awards, de belangrijkste stripprijs, voor beste album en als beste schrijver.

Ontsnapte kindslaven

Zes jaar noeste arbeid stak hij in de opvolger, het al even volumineuze Habibi. Thompson was het zat zichzelf te moeten tekenen en zocht een heel andere wereld op. Zijn nieuwe graphic novel is een ambitieus en complex bouwwerk, in de gelaagde vertelling en de filmische tekenstijl. De strijd om het bestaan van de twee ontsnapte kindslaven Dodola en Zem is verweven met verhalen uit de Koran en Duizend-en-één-nacht, en kent een sociaal-realistische laag, waarin de wereld van de armen kapseist door milieuvervuiling en watertekort. Droogte – ecologisch, spiritueel en seksueel – is een doorlopend thema.

Hoewel hij zich geen christen meer voelt, dreef zijn belangstelling voor religie hem naar de Koran, die hij „poëtischer en mysterieuzer” vond. De verhalen van Duizend-en-één-nacht verrasten hem als een doos vol rauwe humor: „Ik dacht dat het ouderwetse literatuur zou zijn, maar het is schokkend, vulgair, obsceen, gestoord”, zei hij in een gesprek met het Amerikaanse tijdschrift Mother Jones. Mede door die invloeden werd Habibi een giftig sprookje met beduimelde exotische wezens en een grimmige moraal.

Toch is ook Habibi een liefdesverhaal. In een denkbeeldige woestijnstaat, waar de tijd lijkt stil te staan, wordt het meisje Dodola verkocht door haar ouders. Als haar oude echtgenoot wordt vermoord, trekt ze zich met de vondeling Zem terug in een verlaten schip in de woestijn. Ze noemt hem ook wel Habibi, schatje. Negen jaar kunnen ze zich in de woestijn in leven houden, doordat zij zich prostitueert bij langskomende karavanen in ruil voor eten. Op een dag wordt ze ontvoerd en in de harem van een sultan gevangen gezet. Zes jaar gaan voorbij voor Zem haar vindt en weet te bevrijden.

In de tussentijd straft Zem zich voor zijn onreine gedachten die hem kwellen sinds hij haar een keer bespioneerde bij de karavaan en zag hoe een man haar handhandig tot seks dwong. Zij heeft hem groot gebracht, en in hun verhouding past geen seks. Deze liefde leidt niet tot een eerste voorzichtige kus, maar tot zelfkastijding: de jonge Zem laat zich ontmannen om weer puur te zijn voor zijn Dodola.

Arabische kalligrafie

Thompson vertelt het verhaal fragmentarisch, onderbroken door terugblikken en andere verhalen, en uitbundig versierd. Waar het kan, leeft hij zich uit met Arabische kalligrafie en iconografie. Geregeld zijn pagina’s voorzien van kaders met oosterse mozaïek en ornamenten als in Moors tegelwerk. Zijn gebruik van geometrische figuren is een hommage aan de wiskunde, die is ontstaan in het Midden-Oosten, verklaarde hij.

Als Dodola de jonge Zem troost, dan tekent Thompson ze bijvoorbeeld samen in een regen van Arabische tekens. En als Zem de kracht van woorden leert begrijpen, dan gaat dat vergezeld van een Korancitaat: „Als alle bomen op aarde pennen waren, en de oceaan, met nog zeven oceanen erbij, inkt was, dan zouden de woorden van Allah onuitputtelijk zijn.” Ernaast staat een surrealistische tekening waar het plezier vanaf spat: een groepje bomen waarvan de takken uitgroeien tot Arabische tekens. De bomen staan in zwart water dat uitloopt in een sterrennacht die rust boven een zandlandschap.

Maar de losse tekening is geenszins Thompsons sterkste punt. Zijn vervoerende stijl ontwikkelt hij door zijn intuïtieve gevoel voor ritme en cameravoering: de wijze waarop hij van paneel tot paneel in- of uitzoomt en de manier waarop hij een emotie vasthoudt of juist een scène doorbreekt. De vermenging van de wederwaardigheden van Sem en Dodola, Koranverhalen, dromen en nachtmerries, soms synchroon en soms terugspringend in de tijd, vergt het uiterste van de lezer, maar Thompson stuurt met vaste hand. Dit kan allemaal in een graphic novel, laat hij zien, en hij rekt al doende de grenzen van genre weer iets verder op.

Zeven hemelen

Na een ontsnappingspoging komt Dodola na maanden uit de kerker en als ze de trap bestijgt, plaatst Thompson erboven een paneel met de profeet (gesluierd afgebeeld, zoals de Islam voorschrijft) die over een „heilige ladder” de beklimming van de zeven hemelen begint. Ook op de volgende pagina’s gaan haar ervaringen gelijk op met die van de profeet. Zij bezoekt de bibliotheek, en leest over Aristoteles en Jabir Ibn Hayyan; de profeet ziet Idris, „de vader van schrift en mathematiek”. Maar Dodola wordt teruggestopt in een groep gesluierde vrouwen die de Koran leest, want, zegt de bewaker: „Er is een man nodig om uit te maken wat de geest vervuilt.” De bibliothecaris wordt onthoofd.

Het is een van de momenten van kritiek op de islam – in een fantasiewereld die alleen indirect realistische pretenties heeft. Thompson tekent op emotie en brengt zijn twee beschadigde mensenkinderen aan het slot samen – in een moderne metropool, waarin het paleis van de sultan verrassend genoeg plots in een buitenwijk ligt.

Het gebrek aan houvast in Habibi kun je een gebrek en een hutspot noemen, zoals de criticus van The New York Times deed, die schreef: „Het is moeilijk een fantasiewereld serieus te nemen waarin geen regels lijken te gelden.”

Ontegenzeggelijk is Habibi soms een vreemd en ouderwets exotisch spektakel uit de Oriënt. De oversekste sultan en zijn harem met naakte vrouwen, zwarte eunuchen en dwergen vormen een negentiende-eeuwse karikatuur. Maar wie zal dat niet snappen? Bovendien: Thompson is begaan met het lot van de vrouw, en dan is het lot van een gevangene in een harem niet in elk opzicht een vergezocht symbool – voor de oosterse én westerse wereld. Net als de de slavenhandel in de souk, met kinderen en volwassenen aan kettingen. De mensenhandel is een hedendaagse praktijk.

In de vermenging van werelden en tijden is Habibi als een taart met vele soorten kaarsjes. Het is een bont boek, maar niet zonder stootkracht. In Een deken van sneeuw keek Craig Thompson naar binnen en tekende hij zijn weg naar volwassenheid. In Habibi kijkt hij naar buiten kijkt en tekent hij welke vragen hij zich stelt bij wat hij ziet.

Craig Thompson: ‘Habibi’. Uitg. Oog & Blik/ De Bezige Bij, 672 pagina’s, € 34,99. Inl: www.habibibook.com. ‘Een deken van sneeuw’. Uitg. Oog & Blik, 582 pagina’s. € 32,-

    • Ron Rijghard