Euthanasie, wanneer mag het?

Alle euthanasiegevallen worden getoetst door een ethische commissie. Achteraf.

Een interview met een ethicus. „We kunnen het aantal meldingen niet aan.”

Nederland, Nijmegen, 2008. De handen van een terminale patient. Foto: Frank Muller/HH Frank Muller/Hollandse Hoogte/>

Iemand doden is strafbaar. Maar euthanasie is wel toegestaan in Nederland. Met een grote mits weliswaar, want het mag alleen wanneer de uitvoerend arts dit officieel meldt en alle zorgvuldigheidseisen in acht neemt. Zo moet de arts ervan overtuigd zijn dat de patiënt uitzichtloos en ondraaglijk lijdt en moet er een tweede arts zijn geraadpleegd.

Of de arts ook juist gehandeld heeft, hoort hij pas achteraf. Daarmee is de uitvoering van de euthanasie voor hem niet zozeer de afsluiting maar juist het begin van een spannende periode. Een periode die soms meer dan acht maanden duurt.

De wachttijd voor artsen neemt bovendien steeds verder toe doordat het aantal euthanasiemeldingen groeit. Zo werd begin deze maand bekend dat er voor het eerst in Nederland euthanasie is toegepast op een zwaar dementerende patiënte. De uitvoering daarvan is goedgekeurd. De verwachting is dat hierdoor het aantal meldingen bij gevorderde dementie zal toenemen, omdat het eerder nog voor veel artsen onduidelijk was dat deze mogelijkheid binnen de wet valt.

In 2010 waren er 3.136 meldingen, bijna 20 procent meer dan het jaar ervoor. Deze worden stuk voor stuk beoordeeld door een van de vijf Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE). Deze bestaat uit een secretariaat, een arts en vervangend arts, jurist en vervangend jurist en een ethicus en vervangend ethicus.

Berna van Baarsen werkt sinds 2008 als vervangend ethicus van de toetsingscommissie in Arnhem. Zij is psycholoog en ethicus en werkt aan het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Ze merkt aan de groeiende stapel post die ze ontvangt dat er steeds meer meldingen binnenkomen. Eens in de twee maanden komt de commissie samen en dan ligt er een stapel van zo’n vijftig tot vijfenvijftig casussen op hen te wachten.

De stijging heeft volgens Van Baarsen niets te maken met de zogenoemde eventuele ‘oprekking van de wet’, zoals soms wordt gesuggereerd. „Door alle media-aandacht lijkt het alsof euthanasie in steeds meer gevallen mogelijk is. Dat is niet zo, die mogelijkheden zijn er altijd al geweest.” Het wordt door alle aandacht volgens Van Baarsen wel duidelijker wat wel en niet binnen de wet valt. Al zijn nog veel artsen terughoudend. „Dat begrijp ik goed. Je wordt getoetst door ons en dat is eng.”

De toetsing aan de zorgvuldigheidseisen gebeurt aan de hand van een dossier dat de arts na de uitvoering van de euthanasie aan de commissie overhandigt. Daaruit moet blijken dat deze ervan overtuigd is dat de patiënt ondraaglijk en uitzichtloos heeft geleden. Ook moet de arts overtuigd zijn van een ‘vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt’. Verder moet de patiënt zijn voorgelicht en moet de arts samen met hem tot de overtuiging zijn gekomen dat er geen redelijke, andere oplossing was. Tot slot moet ten minste één andere onafhankelijk arts bovenstaande eisen hebben getoetst en zijn oordeel hierover uitspreken. En als allerlaatste moet duidelijk worden dat de levensbeëindiging medisch zorgvuldig is uitgevoerd.

Hoewel ieder lid van de toetsingscommissie een specialiteit heeft, is er geen taakverdeling. Ieder lid buigt zich over iedere eis. Van Baarsen: „De jurist weet meer van de wet, de arts van de medische kant en de ethicus heeft vaak een overkoepelende blik. De ethische kant moet door iedereen worden bekeken. Als ethicus zou je misschien eerder twijfel uitspreken over ondraaglijkheid van het lijden. Maar de arts doet dat in feite ook. Door onze verschillende achtergronden daag je elkaar uit om kritisch te kijken naar het dossier.”

Hoe kun je als buitenstaander beoordelen of een patiënt ondraaglijk lijdt? „Dat is ontzettend moeilijk. Je kunt niet zeggen ‘als de patiënt hier en daar last van heeft, is het lijden ondraaglijk’. Iedereen is anders en voor iedereen is de definitie van lijden anders. Hoewel het lijden moet voortkomen uit een medische kwaal, is pijn vaak niet de doorslaggevende oorzaak dat mensen dood willen.”

Volgens Van Baarsen gaat het vaker om de psychische pijn, de angst om te lijden en de waardigheid en onafhankelijkheid te verliezen. „Dat lijden is niet gekoppeld aan het terminale van een ziekte. Het is gekoppeld aan de ziekte. En daar hoort ook het psychische bij. Die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat maakt het beoordelen ervan ook heel subjectief.” De commissies beoordelen dan ook niet het lijden. Ze willen alleen weten of de arts ervan overtuigd is geweest dat de patiënt ondraaglijk leed.

Het psychische component zorgt ervoor dat ook euthanasie bij alzheimer mogelijk is. Van Baarsen: „Je hoeft niet terminaal te zijn om ondraaglijk en uitzichtloos te lijden. De patiënt moet echter wel wilsbekwaam zijn, wat bij alzheimer natuurlijk lastig is. Daarom is het belangrijk dat deze patiënten een schriftelijke wilsverklaring en een hele goede band met hun arts hebben en bijtijds hun wens kenbaar maken.”

Van Baarsen is er bijna dagelijks minimaal een uur mee bezig. En soms zitten er ook hele verdrietige bij, die grijpen haar meer dan de anderen. Ze doet er daarom niet te veel achter elkaar. „Vrienden zeggen weleens tegen me ‘Berna, ga eens iets leuks doen. Heb je niet iets leukers waar je vrolijk van wordt?’ Die dingen heb ik natuurlijk ook wel. Maar ik wil hier graag mijn steentje aan bijdragen. Het is een verworvenheid dat we de mogelijkheid tot euthanasie hebben.”

De toename van het aantal meldingen zorgt voor de commissie voor extra werk. „We kunnen het niet aan”, zegt Van Baarsen. „Artsen moeten soms een half jaar of langer wachten voordat ze horen of de euthanasie zorgvuldig is of niet. Eigenlijk kun je ze dat niet aandoen. Ik kan me voorstellen dat het ook consequenties heeft voor nieuwe euthanasievragen bij artsen die nog wachten op een oordeel. Het zou kunnen dat de arts het tot die tijd niet aandurft. Uiteindelijk is de patiënt daar de dupe van en dat willen we natuurlijk niet.”