Espresso met Marja van Bijsterveldt

Minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt vindt dat ouders zich meer moeten inzetten voor het verbeteren van de leerprestaties van hun kind. ‘Veel ouders leveren hun kind af bij de school,’ zegt de minister. ‘En dat is het dan.’

Foto NRC / Merlin Daleman

Manoelaatje

Minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt vindt dat ouders zich meer moeten inzetten voor het verbeteren van de leerprestaties van hun kind. ‘Veel ouders leveren hun kind af bij de school,’ zegt de minister. ‘En dat is het dan.’ Wat zouden ze moeten doen? ‘Voorlezen, huiswerk overhoren, praten over normen en waarden.’ Hebben ouders daar tegenwoordig nog tijd voor? ‘Dan maken ze maar tijd, om Linda de Mol te parafraseren,’ antwoordt Van Bijsterveldt. ‘Ze kunnen bijvoorbeeld minder gaan werken.’ Ze neemt een slokje espresso. ‘Of minder in de file gaan staan, of minder sporten, of minder de LINDA. lezen.’

Hoe heeft de minister van Onderwijs het zelf gedaan toen haar kinderen naar school gingen? ‘We hadden eerst Julita,’ vertelt Marja van Bijsterveldt, ‘maar die was heel slecht in topografie.’ Ze neemt een slokje espresso. ‘Toen kwam Manoela uit Mexico,’ zegt ze. ‘Manoelaatje kon heerlijk koken, maar ze had meer interesse voor mijn man dan voor de kinderen.’ En heeft ze haar kinderen toen zelf maar naar school gebracht? Van Bijsterveldt kijkt me verbijsterd aan. ‘Natuurlijk niet,’ zegt ze. ‘Ik had het heel druk.’ Dus? ‘Dus kwam Qing. Een geschenk uit de hemel! Ze was buitengewoon actief op school. Ook als voorleesmoeder.’ Waren haar kinderen ook blij? ‘Ze zijn niks tekort gekomen,’ zegt Van Bijsterveldt. ‘Alleen de “r” kunnen ze niet uitspreken.’

    • Ernest van der Kwast