Er zit logica in de crisis, als je het goed uitlegt

Jeremy Paxman, anchor van Newsnight (BBC2), sloot deze week een uitzending af met de nauwelijks meer ironische woorden: „Tot morgen, wanneer we u weer de put in gaan praten.”

Avond aan avond paraderen ook in de Nederlandse actualiteitenrubrieken de onheilsprofeten die ons een moeilijke tien dagen dan wel tien jaar in het vooruitzicht stellen. Zelfs voormalig minister van Financiën Hans Hoogervorst ziet het somber in wat betreft die „misgeboorte” van een euro.

Nu leek het gisteren even mee te vallen, maar zelfs de kleine beursrally na een afspraak van verschillende centrale banken tot geldinjecties moesten we toch vooral zien als een manier om tijd te winnen.

Het probleem is dat we hoogleraar financiële markten Arnoud Boot in Nieuwsuur best willen geloven, maar er zijn ook veel economische experts in beeld die je makkelijk kunt verdenken van bevooroordeeldheid. Het kost moeite om de lofzang op edelmetaal als beleggingshaven nog serieus te nemen, als die uit de mond komt van goudhandelaar Willem Middelkoop.

De eerste keer dat ik de afgelopen maanden niet alleen alle sprekers geloofde, maar zelfs de indruk had dat ik in grote lijnen begreep wat de oorzaken zijn van de crisis, was gisteren in de Britse documentaire The Flaw (VPRO’s Import). Die ging weliswaar over de kredietcrisis van 2008, maar die heeft veel te maken met de huidige Europese schuldencrisis.

Regisseur David Sington, die tot nu toe vooral natuurwetenschappelijke onderwerpen behandelde, liet niet alleen topexperts aan het woord, zoals Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, maar ook ontslagen bankmedewerkers en mensen die een te dure hypotheek hadden genomen. De vorm was mede aantrekkelijk door tal van archiefbeelden, vooral uit geanimeerde voorlichtingsfilms uit de jaren vijftig.

Het betoog was helder. De schuld van de crisis is niet de plotselinge hebzucht van Wall Street, maar een door verklaarbare redenen ontstane scheefgroei in de inkomensverhoudingen.

De Occupy-beweging was nog niet ontstaan toen de film gemaakt werd, maar ze krijgt helemaal gelijk. Als je consequent, zoals de afgelopen twintig jaar het geval was, geld overhevelt van de middenklasse naar het hoogste inkomenspercentiel, dan wordt er minder geconsumeerd. Voor beleggers was het een tijdlang interessanter om in financiële producten te beleggen dan in bedrijven, omdat die meer opleverden. En nu die arme huizenbezitters niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen, loopt de ballon heel snel leeg.

Het grappige is dat dezelfde redenering past op de eurocrisis. Er viel voor Noord-Europese banken meer te verdienen aan leningen aan zwakke landen dan aan investeringen in bedrijven. Ook het verschil tussen Noord- en Zuid-Europa is daardoor te groot geworden. Het zijn niet de leners die je daarvoor in eerste instantie verantwoordelijk kunt stellen.