Een school heeft ouders nodig

Basisschool Het Kompas betrekt ouders op een goede manier bij de school, vindt minister Van Bijsterveldt. De directeur legt uit wat zijn school speciaal maakt.

Nederland, Assen, 21-11-11 Marja van Bijsterveldt Vliegenthart. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op COG Drenthe het Kompas. © Foto Merlin Daleman

Dennis Assink, directeur van basisschool Het Kompas in Assen, zet de deur van zijn kantoor iedere ochtend open voor ouders. Ze kunnen er zonder afspraak binnenlopen. „Iedere ouder krijgt een half uur”, zegt Assink. „Dat blijkt voldoende voor een stevig gesprek.”

Het Kompas is een voorbeeldschool voor de minister van Onderwijs. Ze bezocht de school vorige week omdat zij zeer tevreden is over de inzet van leiding en leraren om de kwaliteit van het onderwijs en de resultaten te verbeteren. Daarnaast is ze te spreken over de wijze waarop de school ouders betrekt bij de leerontwikkeling van leerlingen.

Toen Assink in januari 2008 directeur werd, stond de school er slecht voor. In vijf jaar tijd was het aantal leerlingen teruggelopen van 240 naar 145. Ook de schoolprestaties waren zorgelijk; Het Kompas stond bekend als een zwakke school. Assink vond het tijd voor zelfanalyse. Waar ging het mis en hoe kan het beter? Iedere leerkracht moest zichzelf die vragen stellen.

De kwaliteit van het onderwijs werd verbeterd. De betrokkenheid van leerkrachten vergroot. Maar ook de relatie met ouders krijgt veel aandacht bij Het Kompas. Assink: „In de wekelijkse nieuwsbrief kunnen zij, al dan niet anoniem, vragen stellen. Wij organiseren koffieochtenden. Spreekavonden. Het is een groeiproces, maar wij merken wel dat het helpt als je ouders continu aanspreekt op hun verantwoordelijkheid.”

Assink is een betrokken directeur. Hij gaat met regelmaat binnen een dag alle negen klassen van Het Kompas langs. „Dan ga ik voor een paar minuten met mijn laptop achterin zitten en dan beschrijf ik in één alinea wat er is gebeurd. Alle leerkrachten krijgen het resultaat onder ogen. Ze lezen mijn kritische noten en complimenten. Zo creëer je een cultuur van openheid en transparantie.”

Ook de resultaten van de Citotoets worden met álle leerkrachten geanalyseerd. „Hoe zijn wij aan die resultaten gekomen en hoe zorgen wij ervoor dat zij volgend jaar minimaal zo goed zijn? Ouders worden van alle ontwikkelingen op de hoogte gehouden.”

In het begin riepen zijn onconventionele maatregelen weerstand op. Leerkrachten vonden het bedreigend dat iemand meekeek. „Maar nu vragen ze waar ik blijf met mijn laptop. Mijn betrokkenheid en eerlijkheid wordt gewaardeerd.”

De maatregelen lijken te werken: de schoolprestaties zijn verbeterd en van een terugloop is geen sprake meer. Sterker nog, de school heeft 33 kinderen op de wachtlijst staan.

De rooms-katholieke basisschool Sint Jan in Schiedam gaat nog een stap verder om contact met de ouders te onderhouden. De school werkt sinds vorig jaar met een samenwerkingsovereenkomst. Daarin staat wat de school verwacht van de ouders en wat de ouders mogen verwachten van de school. „Veel van de rechten en plichten gaan over communicatie”, vertelt directeur Cécile Segers. „Want we merkten dat er de afgelopen jaren een wij-zij-cultuur was ontstaan. Ouders en leerkrachten werkten langs elkaar heen. Dat ging ten koste van de kinderen.”

Aan het begin van het schooljaar spreken leerkrachten met ouders af hoe vaak en op welke tijdstippen zij elkaar spreken. Ook worden afspraken gemaakt over huiswerkbegeleiding: doen ouders dat zelf of hebben zij hulp nodig? Ouders geven kinderen briefjes mee voor leerkrachten en andersom. „Zo weet het kind: er is geen ontsnappen aan.”

Twintig van de 180 gezinnen weigerden een handtekening onder de overeenkomst te zetten. „Hun kinderen werden niet van school verwijderd, maar wij verwachten wel dat zij zich aan de uitgangspunten houden”, zegt Segers. „Tot nu toe heeft dat geen problemen opgeleverd.”

    • Danielle Pinedo