Douchen in het inloophuis

Het lezersfonds van NRC Handelsblad schenkt elk jaar zo’n 85.000 euro aan goede doelen. Ongeveer veertig organisaties profiteren. Opvanghuis Blaka Watra in Amsterdam koopt er tandenborstels, shampoo en zeep van. En in Den Bosch worden uitstapjes voor chronisch zieken georganiseerd.

Nederland, Amsterdam, 22-11-2011 Inloophuis voor daklozen Blaka Watra van stichting de regenboog in Amsterdam. Daklozen en verslaafden kunnen hier terecht voor een douche, schone kleren en een maaltijd. Ook is er een gebruikersruimte. Dakloze Rachid met muts (gesproken met Frederiek Weeda) aan het biljart en in gesprek. foto: Bram Budel Bram Budel

Rachid ziet er pico bello uit. Bruin ribfluwelen jasje over een trui en overhemd, sjaaltje. Hij speelt biljart in een warme, rokerige ruimte, zo rokerig dat je bij binnenkomst eerst een minuut moet hoesten. Rachid heeft vrolijke ogen. Pas als hij lacht, zie je het: hij heeft geen tanden.

Rachid (44) kwam zeventien jaar geleden uit Algerije naar Amsterdam. Hij heeft niets. Geen familie in Nederland, geen papieren. Dat laatste heeft hem onlangs een maandenlang verblijf in vreemdelingenbewaring opgeleverd. Toen hij kiespijn had, trok de gevangenistandarts maar meteen al zijn resterende tanden. Hij heeft geen huis, geen bezittingen, geen uitkering.

Hij is elke dag te vinden in Blaka Watra, een inloophuis in het centrum van Amsterdam. Een monumentaal pand aan de Droogbak, vlak bij het spoor. Rachid biljart en schaakt, de hele dag. Hij maakt ook altijd de wc’s en douches schoon, stipt om 18.40 uur. Daar krijgt hij vijf euro voor.

Om zeven uur sluit Blaka Watra. Dan worden Rachid en de veertig of vijftig andere zwervers en verslaafden naar buiten gestuurd. Blaka Watra is van de Regenboog, in de jaren zeventig opgericht door een dominee. Met de paar duizend euro van het NRC Lezersfonds betaalt de Regenboog elk jaar de tandenborstels, shampoo en zeep voor Blaka Watra.

Bezoekers mogen hier elke dag douchen. Eerst moeten ze zich bij de balie melden, want iedereen staat geregistreerd. Als Amsterdamse dakloze (na twee maanden zwerven) of als Amsterdamse verslaafde (via de GGD) of als beide. Toeristen worden niet toegelaten, evenmin als jongeren onder de 22 jaar en verslaafden uit andere steden. Voor hen zijn er andere opvangcentra.

Uit een luidspreker klinkt reggae. De kamer heeft veel weg van een kantine, met formica tafels, een televisiescherm en in het midden een biljart. Het is druk maar er heerst een serene sfeer. Elk tafeltje is bezet, sommige mannen schaken, anderen staren voor zich uit. Een man ligt te slapen met zijn hoofd op zijn handen.

De meeste mannen zijn Surinaams, sommigen Turks, Algerijns, Iers. Er zijn een paar blanke Nederlanders. Veel korte lontjes bij elkaar, zegt coördinator Conrad Köckert, maar toch blijft het rustig. Er zijn altijd drie of vier vaste krachten aanwezig: ze zetten koffie, doen de administratie en houden vooral orde. Wie vecht, wordt geschorst.

Achterin de ruimte is een keuken met een kleine bar ervoor. Daar staan de mannen om half vier ’s middags in de rij voor een warme maaltijd. Iedereen betaalt anderhalve euro voor een bord. Wat hier gekookt is, moet eerst op, zegt Diny, één van de hulpverleners. Daarna mogen bezoekers nog eten van de gratis maaltijd die in grote plastic bakken is gebracht door de buren. Restjes van de lunch van advocatenkantoor Clifford Chance. „Eerst moet het betaalde eten op, anders wil iedereen het gratis eten. En aangezien we niet altijd die lunch krijgen, kunnen we daar niet 100 procent op rekenen. Maar we krijgen het wel heel vaak en daar zijn we blij mee.” Waarom moeten bezoekers überhaupt betalen voor een maaltijd? Köckert: „Omdat we het geld niet hebben om iedereen te voeren. Koffie, thee, water en boterhammen zijn gratis. We hebben alleen subsidie voor de huur en het personeel.”

Een Surinaams-Nederlandse vrouw leidt de keuken, bezoekers mogen zelf koken. Vandaag schaft de pot Surinaams: rijst, gehaktballen en groenten. Gemaakt door Ronald, een ex-verslaafde van zestig jaar. Hij kookt drie keer per week.

Tegen één muur zit een rij mannen van in de dertig die grappen met elkaar maken. Ook zij zijn onberispelijk gekleed – leren jack, zonnebril op het hoofd, goed zittende spijkerbroeken. Zij zijn niet verslaafd maar dakloos, net als Rachid. Dagelijks leveren ze hun kleren in bij Blaka Watra. Ze worden gewassen en ze krijgen er schone kleren voor terug. Recycling.