De plattegrond voor de volgende stroppenserie

n Den Haag onderzoeken politici de vorige financiële crisis, in Utrecht willen wetenschappers en praktijkmensen de volgende voorkomen. In Den Haag blijken getuigen onder ede niet vanzelfsprekend spannende televisie op te leveren. In Utrecht blijkt de plattegrond van het ‘Sustainable Finance Lab’ niet automatisch naar een crisisvrije toekomst te leiden.

Utrecht heeft een sterrenteam van Laboranten. Van de 3B’s, het trio Benink (Universiteit Tilburg), Blom (Triodos Bank) en Boot (Universiteit Amsterdam; Bankraad De Nederlandsche Bank) tot en met Bert de Vries, oud minister van Sociale Zaken, en Herman Wijffels van vroeger Rabobank, Wereldbank en SER.

De Laboranten komen in hun negen-puntenplan met zinnige oplossingen. Zoals: versterk het ijzeren eigen vermogen van banken. En met onzinnige, zoals: verplichte goedkeuring van financiële producten vóór zij in de winkel liggen. De Laboranten hebben in samenhang daarmee een overdreven vertrouwen in toezichthouders.

De kern van de opvatting van de Laboranten is „dat de banken zich weer op de reële economie gaan oriënteren”. Dat suggereert dat de banken terug moeten naar zaken die zij niet meer doen. Dat zij afgedwaald zijn. Dat zij verleid zijn. Ja door bonussen. Direct afschaffen dus. Het suggereert dat zij van de kudde zijn afgeraakt, maar hun weg moeten terugvinden naar de herder. Bijna bijbels.

De tegenstelling tussen reële en financiële economie is een valse. Ook de financiële economie is reëel, zie de geleden verliezen en de staatssteun. Allemaal echt geld.

De kredietcrisis is, kort gezegd, een historisch uitvloeisel van twee revoluties: de welvaartsexplosie van de laatste vijftig jaar en de grote dereguleringsgolf die dertig jaar geleden begon en piekte met de val van de Muur (1989) en de deregulering van een heel wereldrijk.

De welvaartsrevolutie legde de basis voor de vermogensaccumulatie van de opgroeiende middenklasse, die zijn weg heeft gevonden naar huizen, pensioenen en spaarsaldi. En naar de financiële verkopers en beheerders die aan de vraag tegemoetkomen.

De dereguleringsgolf (‘ontregeling’) doorbrak de schotten tussen bedrijfstakken, stookte schaalvergroting in én buiten de financiële wereld op en schiep grenzeloos handelen in financiële producten.

Met de formele regels gingen ook informele normen, zoals over rechtvaardige inkomensverdeling, overboord. Alles is hebzucht. De beloning van de baas van de Britse Barclays Bank steeg sinds 1980 met 4.899 procent tot 5,1 miljoen euro, becijferde vorige week de Britse High Pay Commission.

Je hoeft geen gelovige in Karl Marx te zijn om te zien dat welvaartswinst en ‘ontregeling’ onontkoombare fases zijn in het kapitalistische succes.

Bankbazen zijn daardoor niet slimmer of dommer geworden.

Ook vóór de grote ‘ontregeling’ deden banken roekeloze dingen met dure gevolgen, zoals de expansie eind vorige eeuw van bank Crédit Lyonnais, die de Franse belastingbetaler 20 miljard euro kostte. Een bank met kredietstroppen à la Crédit Lyonnais laat zich gemakkelijker isoleren en saneren dan een keten van banken die, zoals nu, giftige financiële producten hebben doorgegeven.

Wie het ‘kwaad’ wil uitroeien, stopt grenzeloze financiële handel. Met kapitaalrestricties. Of belastingheffing. Dat kost ook ons geld, gezien de gespaarde pensioenvermogens.

Wie dat niet wil, wacht tot de vergrijzing de vermogensberg heeft weggevreten. Dan kunnen de banken zich weer wijden aan kapitale blunders en kredietmissers in de reële economie.

menno tamminga