De onzichtbare dreun - musici zijn hem voor

Op het podium van het Bimhuis, jazzzaal met uitzicht over de Amsterdamse grootstad, staat Ab Baars. Hij viert het twintigjarige bestaan van zijn trio. Daarom, zegt hij, is er een nieuwe box. „Met drie ouwe cd’s die niemand meer heeft.” In het publiek steekt een meneer hartstochtelijk zijn hand op. Hij wél. Hij zal hier de enige niet zijn. Geïmproviseerde jazz heeft een aanhankelijk publiek met eigen taal, motoriek en kledingvoorschriften. Ik amuseer me alsof ik op jungletocht ben.

Ab Baars recht zijn rug voor een concert in de reeks die hij Invisible Blow noemde – een geloofsartikel uit de bokssport dat de beuk uit het niets voorspelt, de fatale klap die de bokser niet aan ziet komen.

De onzichtbare dreun – ook musici weten ervan. Hun muziek is hun antwoord. Dat kun je zien, daarom kijk ik zo graag naar muzikanten.

Naar de Zuid-Afrikaanse pianist Kristian Bezuidenhout bijvoorbeeld. Hij is de invisible blow voor door te genieten. Terwijl hij speelt, aards, alsof hij de liefde bedrijft met Mozart, met Chopin, met Beethoven, spoelt de muziek door zijn lichaam. Hij deint, hij aait, hij wiebelt, hij smult. Binnenkort komt Bezuidenhout weer in de buurt. Ik ga kijken. Eh… luisteren.

Maar nu zie ik Ab Baars. Hij zet zijn saxofoon aan zijn mond. Een mondhoek krult omlaag, hij begint te spelen. Zijn saxofoon wordt deel van hem. Een snavel. Hij deint niet, hij scharniert. ‘Blow’ betekent niet alleen klap. Ab Baars bláást de invisible blow en zijn lichaam tekent meetkundige figuren, die zich voegen naar de hoekige motieven in zijn muziek. Hij provoceert, neemt risico en – bèng! Brille. De zaal hoort het. Ik zie het.

Ik zie het ook bij het concert van Aart van Bergens Crescent Double Quartet: een jazzkwartet plus strijkkwartet, op een podium in het centrum van Amsterdam. Mooi zaaltje, maar het swingt niet vanzelf, het moet overmeesterd worden.

De acht musici gaan aan de slag. Ze zijn erg jong en erg onverschrokken. Een violiste trekt een frons tussen haar wenkbrauwen zodra ze haar strijkstok heft – geen flauwekul, lees ik tussen haar ogen. Uit het strak gekapte haar van haar collega staan al snel pieken. De pianist hangt boven zijn bankje, zijn hoofd, zijn knieën, zijn kont, zijn schouders, alles wat los zit reageert op wat zijn vingers met de toetsen doen. Hij zou willen opspringen en op zijn eigen muziek dansen, maar ja, zijn armen zijn te kort.

En Aart van Bergen? Die kromt zijn rug. Als een grote kater blaast hij in zijn saxofoon. Hem doet niemand wat, hij doet ons iets.

Op de avond dat Friese dichter Nyk de Vries zijn nieuwe bundel ultrakorte verhalen presenteerde, zag ik de ‘blow’ ook. Die bundel heet De dingen gebeuren omdat ze rijmen (lees zijn volslagen originele hersenspinsels en word vrolijk van zijn norse verbazing), maar daar gaat het even niet om. Nyk de Vries komt uit de popmuziek. Hij heeft verschillende popjongens gevraagd iets te spelen. Dat zullen ze ook doen, maar nu zitten ze nog om een tafeltje. Met elkaar. Popgitaristen aan een cafétafel houden zich vast aan de hals van hun flesje bier, ze zetten het pas neer als het leeg is. Spelen ze, dan doen ze dat met hun gitaar. Een gitaar is een flesje, dus een lijf, met een middel en een hals. Hij is, meer dan elk ander instrument, geschikt als geliefde.

Leest Nyk de Vries voor, dan staat hij als een gitarist. Benen los van elkaar, voeten in de grond geplant (popgitaristen lijken altijd bang dat ze zullen vallen). De microfoon is een wapen. De invisible blow is al opgevangen voor hij is uitgedeeld.

Klaske Oenema speelt ook voor De Vries. Zij is een vrouw met een gitaar. Ze zit, ze neemt haar instrument op schoot. Dat vrouwen net zo goed gitaar spelen als mannen is bekend, maar met zo’n gitaar staan, gaat ze niet best af. Waar laat je je borsten, hoe wijd zet je je benen? Vragen waar het anwoord nog niet op gevonden is.

„I search through my purse…’’ zingt ze. Wat een goeie zin is, want de handtas is in alle kunsten zwaar onderschat als een voorwerp van doorslaggevend belang. Het is een mystiek ding vol met hoogstpersoonlijke spullen. En goed om een onverwachte klap mee uit te delen (als het nodig mocht zijn).

Joyce Roodnat

    • Joyce Roodnat