Bulderend gelach en vedelgekras

In de Gouden Eeuw werd stevig gefeest. Schilders als Jan Steen en Frans Hals legden de braspartijen vast in uitbundige en meesterlijk gekarakteriseerde doeken.

Driekoningen, Pinksteren, Sint Nicolaas, Kerstmis, Nieuwjaar, het zijn maar een paar van de feestdagen die in de als calvinistisch te boek staande Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden uitbundig werden gevierd. Voeg daarbij nog kermissen, jaarmarkten, doop- en huwelijksfeesten, de viering van militaire overwinningen te land of ter zee of juist vredesvieringen, en het lijkt al gauw of het het hier nooit eens rustig was.

Die indruk kan men ook krijgen op de tentoonstelling De Gouden Eeuw viert feest in het Frans Hals Museum. Temeer daar ook nog andere vrolijke taferelen worden getoond; van een danspartijtje van een paar boerenkinkels in een duistere kroeg, door Adriaen van Ostade, tot de exclusieve banketten van de Haarlemse schutters door Frans Hals.

De tentoonstelling die 43 schilderijen omvat en die vergezeld gaat van een informatieve catalogus is thematisch ingericht. Er zijn zalen gewijd aan dorpsfeesten, aan verkleedpartijen, aan feesten in de huiselijke sfeer, aan nachtelijke straatfeesten (voor schilders een uitdaging), aan rederijkersfeesten en ten slotte hangen er een paar schuttersmaaltijden die men ook elders in het museum kan aantreffen.

Veel werk komt uit het museum zelf, maar er zijn ook een paar bijzondere bruiklenen van musea en particulieren. Zo krijgt men een aardig inzicht in de verschillende manieren waarop de Nederlander zich te buiten gingen. Dat laatste al heel letterlijk op de buitenpartijen, een genre uit het begin van de 17de eeuw, waarop schilders als Esaias van de Velde, Willem Buytewech en Dirck Hals het patent bezaten. Het zijn geïdealiseerde banketten in parkachtige tuinen rondom een rijk voorziene tafel. De wuft geklede aanwezigen behoren tot een jonge elite, rijke jonkers in lange pofbroeken, dingend naar de gunst van laag gedecolleteerde dames.

Deze praalhanspartijen vormen de tegenpool van de boerenpret, die we massaal tegenkomen op kermissen, maar ook in kleine kring in de dorpsherberg. In dat laatste genre excelleerden Adriaen van Ostade, Adriaen Brouwer en later Cornelis Dusart. Van de eerste hangt er een kroegtafereel. Met zijn overtuigende clair obscur en de vele diagonalen in de compositie schiep Van Ostade een dynamische impressie van een vervallen rookhol vol drank en gebral.

Een generatie later werden er veel huiselijke feestelijkheden geschilderd door de grootmeester van de wanordelijke huisjolijt, Jan Steen. Van hem hangen er dan ook zeven schilderijen. Op zijn Sinterklaaspartijen is altijd veel te zien, vaak met dezelfde figuren met vrolijke verwrongen koppen. Toch springt er van hem één werk uit juist door een zekere ingetogenheid. Dit schilderij uit het Petit Palais te Parijs, daterend uit ca. 1664, heet Het Pinksterbloemfeest. Op dat feest gingen kinderen rond met bloemen, zongen liedjes en ontvingen daarvoor een kleine beloning; een soort Sint Maarten in het voorjaar.

Jan Steen heeft dit thema verscheidene malen uitgebeeld en dat doet hij op het eerste gezicht ook op dit werk uit Parijs. Maar het kind dat gekleed lijkt als bruid, draagt een broek en is in werkelijkheid een jongetje. Van een oude baas krijgt hij een muntje in zijn kroesje. Toch is hij beduusd door de milde spot van de omstanders. Jan Steen heeft in dit kleine tafereel alle personages inclusief het hondje met hun verschillende manieren van aandacht voor het jongetje meesterlijk neergezet. Misschien heeft hij het wel geschilderd om het getraumatiseerde kereltje te troosten.

Over het algemeen hangen er op deze tentoonstelling kleurrijk uitgevoerde werken. Die bontheid en de grote variatie in lichaamshouding – van de hansworsterige bochten waarin de boeren zich wrongen tot de sierlijke danshoudingen van burgers en edelen – maken dit tot een feestelijke expositie. De bezoeker verlaat het museum met in zijn oren een kakofonie van verfijnd luitspel, getrompetter, schril vedelgekras, vermengd met uitzinnig gezang en geklinkklang van glaswerk en tinnen kroezen en bulderend gelach.

De Gouden Eeuw viert feest. Frans Hals Museum, Haarlem. Tot 6 mei 2012

    • Roelof van Gelder