Beren martelen voor de goede zaak

Met dertig procent van het speelgoed dat de Voedsel- en Waren Autoriteit test, is iets mis. Toch is het meeste speelgoed veilig. Een kijkje in de martelkamer van de Sint.

zwijndrecht keuringsdienst van waren testen van speelgoed foto nrc rien zilvold

Op een bureau staat een kudde knuffels knus bij elkaar. Een giraf naast een tijger. Een aap en een olifant te midden van de onvermijdelijke beren. Om een stang kronkelt een meterslange, gifgroene slang.

Dit is het laboratorium Non-food Productveiligheid in Zwijndrecht van wat vroeger de Keuringsdienst van Waren heette en tegenwoordig valt onder de nieuwe Voedsel- en Warenautoriteit (nVWA).

Hier wordt het speelgoed dat kinderen van Sint en Kerstman krijgen, mechanisch en elektrotechnisch op veiligheid getest. Ze keuren hier ook andere producten: van waterkokers tot ladders. Bij 367 van de circa 1.200 controles vorig jaar ging het om speelgoed. Ook chemisch en microbiologisch wordt speelgoed gekeurd. Dat gebeurt in het zusterlaboratorium in Groningen. Komen er bij het sabbelen aan de bijtring gevaarlijke stoffen vrij? Gedijen bacteriën te goed in vingerverf?

Nederlanders kochten vorig jaar voor 900 miljoen euro aan speelgoed. Niemand weet hoeveel poppen, auto’s, puzzels, knikkers en gezelschapsspelletjes dat zijn. Miljoenen. Zijn 367 controles op zoveel speelgoed dan niet erg weinig om de veiligheid te garanderen? Eind jaren 90 keurde de Inspectie Waren en Veterinaire Zaken, zoals de toezichthouder toen heette, nog drieduizend stuks. Nee, zegt Ilan Herz, hoofd van het laboratorium in Zwijndrecht, beslist. „Al komt de kritische ondergrens van driehonderd door een vacaturestop en een investeringsstop wel in zicht.”

De controleurs te velde gaan heel gericht te werk. Ze kijken niet meer rond in winkels zoals vroeger. Ze inspecteren bij de bron, waar de handel begint. Op Schiphol. In de Rotterdamse haven. Bij de vierhonderd importeurs, de honderd fabrikanten, de tweehonderd distributeurs. Onaangekondigd kloppen ze daar aan.

Speelgoedbedrijven moeten zorgen dat hun producten aan de strenge Europese veiligheidseisen voldoen. Ze weten dat de voorschriften nog eens extra streng zijn als het gaat om speelgoed voor kinderen onder de drie. Maar sommige nemen die verantwoordelijkheid serieuzer dan andere. Sommige hebben een beter controlesysteem dan andere. En sommige denken alleen maar aan geld verdienen, zegt Herz.

Controleurs kennen hun pappenheimers. Ze weten welke soorten speelgoed het vaakst onveilig zijn. Badeendjes, knuffels, houten speelgoed. Ze schatten de risico’s in. Grote kans dat er iets mis is met wat zij er voor onderzoek hebben uitgepikt.

Tegen de muur van het laboratorium draait een houten eendje rondjes in een waterbak. Hier wordt getest of de lijm houdt. Van hout dat eerst geverfd is en daarna gelijmd, laat gegarandeerd een onderdeel los. Dan volgt automatisch de keelholtetest. Past het onderdeel in de metalen cilinder die de keelholte van een peuter verbeeldt? Met gemak. Dit speelgoed is dus gevaarlijk voor kinderen onder drie jaar, want die steken alles in hun mond.

Sommige fabrikanten proberen onder die veiligheidseis uit te komen door te vermelden dat het speelgoed niet geschikt is voor kinderen onder de drie. Dat komt ze op een waarschuwing of boete te staan. Dit speelgoed mag zo niet worden verkocht.

De technici in dit laboratorium, zegt labhoofd Herz, stellen er een eer in om kinderen te behoeden voor verborgen gevaren. Ze hangen een pluche beer aan zijn oog in een trekbank. Ze laten een houten locomotief op een rubber mat vallen. Ze bombarderen een plastic auto met een gewicht van een kilo. Standaardtests onder standaardcondities. Losgeraakte of afgebroken onderdelen wacht de beslissende keelholtetest. Zitten er scherpe randen of gemene punten aan het speelgoed? Dat wordt gecontroleerd met tape die de kinderhuid simuleert. Een technicus test een speelgoedpistool met een proef die hij zelf ontwikkeld heeft.

Herz ziet in winkels veel „kliko-speelgoed”. Zo noemt hij speelgoed dat niet langer dan twee weken meegaat, waarna het in de eerstvolgende vuilniscontainer verdwijnt. Maar met kwaliteitscontrole houdt hij zich niet bezig. Dit laboratorium waakt alleen over de veiligheid.

Van de 367 stuks speelgoed die vorig jaar werden gekeurd, was 30 procent onveilig. In 8 procent van de gevallen kreeg het verantwoordelijke bedrijf een schriftelijke waarschuwing. De fabriek of importeur moest maatregelen nemen, zoals aanpassing van het productieproces. Bij 22 procent van het speelgoed werd een boeterapport opgemaakt. Het speelgoed moest onmiddellijk uit de handel worden genomen of teruggehaald. Boetes kunnen variëren van 450 tot 5.440 euro.

Bijna eenderde van het gekeurde speelgoed onveilig, dat klinkt alarmerend. Dat is het niet, zegt Herz. Controles beperken zich tenslotte tot speelgoed waarvan al vermoed wordt dat het gevaarlijk is. Ouders hoeven zich geen zorgen te maken. „Speelgoed is over het algemeen heel veilig. Grote speelgoedbedrijven hebben veel te verliezen als ze in opspraak komen. Ze controleren zelf afdoende of hun speelgoed in orde is.”

De nieuwe Voedsel- en Warenautoriteit tekende eind september een convenant met speelgoedgigant Mattel. Het bedrijf garandeert de veiligheid van zijn speelgoed. De nVWA laat de onderneming met rust. De Autoriteit verwacht de komende jaren tientallen van dit soort overeenkomsten te sluiten. Controle kan dan nog gerichter op malafide bedrijven worden toegespitst.