Alles komt wel goed met Egypte

Veel westerlingen geloven dat de Egyptische revolutie al verloren is, maar men onderschat het democratische gehalte van deze opstand, betoogt Koert Debeuf.

De Egyptenaren trokken afgelopen week naar de stembus voor de eerste democratische verkiezingen sinds 1952. Dit was een onwaarschijnlijke gebeurtenis, die de Egyptenaren helemaal alleen tot stand hebben gebracht, zonder steun van Europa, de VS of wie dan ook.

Zo veel moed en doorzetting hebben we allang niet meer gezien. We kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe krachtig deze democratische beweging is.

Er zijn nog wel redenen tot zorg. Het gemengde kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging en een districtenstelsel zal in het stemhokje vooral bij de 40 procent ongeletterde Egyptenaren veel verwarring hebben gegeven.

Een tweede reden tot bezorgdheid is het versplinterde politieke landschap. Vooral de liberale stemmen zijn volledig versplinterd. Er blijft maar één grote, georganiseerde partij over, die van de Moslimbroederschap. Wanneer we in het seculiere Tunesië de score van Ennahda, de zusterpartij van de Moslimbroeders, tot meer dan 40 procent zien klimmen, mogen we er zeker van zijn dat dit in het religieuze Egypte een pak meer zal zijn.

We moeten ons evenwel vooral zorgen maken over de chaos. De voorbije week liep het Tahrirplein elke dag vol, met als enige eis dat de regering en de legerleiding – die de verkiezingen organiseren – ontslag zouden nemen. De regering nam intussen collectief ontslag, terwijl het leger koortsachtig zocht naar een oplossing om de betogers tevreden te stellen. Voorlopig is dit zonder resultaat, terwijl er wel al meer dan veertig doden zijn gevallen.

Dit alles lijkt voor de meeste waarnemers reden om de handen in de lucht te steken en te zuchten dat het nooit goed komt met Egypte, maar laat ons alles in perspectief zien. Het gemengde kiessysteem is verwarrend, maar het lijkt wel erg op dat van Duitsland. De politieke versplintering is geen Egyptisch probleem, maar een fenomeen dat we na 1989 in heel Centraal-Europa hebben gezien. Over partijen die moeilijk tot samenwerking en dus tot een regering kunnen komen, moeten we vanuit Nederland en zeker België weinig lessen geven.

Moeten we Egypte bij voorbaat opgeven omdat de Moslimbroeders een absolute meerderheid zouden halen? Ik denk het niet. De Moslimbroeders zijn geëvolueerd naar een centrumpartij en zijn helemaal niet meer wat ze enkele decennia terug waren. Ze beweren bij hoog en bij laag democratisch te zijn. Waarom niet? Wie zijn wij om landen als Egypte de zoektocht naar een moslim-democratie te ontzeggen, terwijl wij vele decennia werden gedomineerd door een christen-democratie? Waarom noemen we christen-democraten staatslieden en moslim-democraten extremisten? Laat ons de mensen die de weg naar een moslim-democratie zoeken een eerlijke kans geven.

We weten allemaal dat die democratie niet van de ene dag op de andere tot stand komt. Dit was evenmin het geval in Centraal-Europa. Daar zien we, twintig jaar na de val van de Muur, nog altijd regeringen opduiken die het niet nauw nemen met democratie en persvrijheid, terwijl deze landen wel lid zijn van de EU.

Hoe onduidelijk en zorgwekkend de dagelijkse Tahrirbezetting ook mag lijken – wat daar gebeurt, is het belangrijkste teken van hoop. Het zijn tienduizenden Egyptenaren, van alle rangen en standen, die hun leven riskeren voor vrijheid en democratie. Zij komen op straat omdat ze vinden dat het leger en de oude krachten hun eerste revolutie in gevaar brengen.

Dit geeft Egypte een garantie. Wie deze verkiezingen ook winnen, zij zullen rekening moeten houden met Tahrir. Elke afwijking van het pad naar een vrij en democratisch Egypte zal worden afgestraft door minstens honderdduizend mensen die van geen wijken weten totdat hun eisen zijn ingewilligd. Dit is niet alleen een geruststelling – het betekent vooral dat uiteindelijk alles wel goed komt in Egypte.

Koert Debeuf woont in Kairo. Hij vertegenwoordigt daar de fractie van Liberalen en Democraten in het Europees Parlement.

    • Koert Debeuf