Woordenlijst voor een schone wereld

Het duurt nog jaren voordat er een nieuw bindend klimaatverdrag is. Een kleine woordenlijst voor de complexe onderhandelingen in Durban.

Kyoto-protocol. Gastland Zuid-Afrika wil niet dat Durban het sterfhuis van ‘Kyoto’ wordt. De eerste verdragsperiode van dit klimaatverdrag loopt volgend jaar af en alleen de Europese Unie is bereid door te gaan. De Verenigde Staten deden toch al niet mee. Canada, Japan en Rusland zullen afhaken. Volgens de EU-delegatie dekt ‘Kyoto II’ daardoor niet meer dan 15 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Doorgaan met het protocol heeft alleen zin als het op termijn wordt ingebed in een alomvattend akkoord.

Kopenhagen. Zo’n akkoord zal gebaseerd zijn op afspraken die eind 2009 op de dramatische klimaattop in Kopenhagen zijn gemaakt en vorig jaar in Cancun een juridisch fundament hebben gekregen. De kern van die afspraken is dat de gemiddelde temperatuur niet meer dan 2 graden Celsius mag stijgen. Maar de beloofde emissiereducties zijn onvoldoende om dat te halen.

Ambition gap. De onderhandelaars spreken daarom van een kloof tussen ambitie en realiteit. Als je alle voorgestelde reducties bij elkaar optelt, kom je uit op ongeveer tweederde van wat nodig is. De meeste landen zijn alleen bereid om meer te reduceren als anderen dat ook doen.

China-VS. Voortgang wordt geblokkeerd door de patstelling tussen China en de Verenigde Staten, de twee grootste klimaatvervuilers. Amerikaanse politici zijn – zeker nu de presidentsverkiezingen naderen – huiverig om verplichtingen aan te gaan die hun economie schaden. Ze eisen dat concurrent China een vergelijkbare inspanning levert. Maar China beschouwt zichzelf als een ontwikkelingsland, dat economische groei nodig heeft om de armoede te bestrijden. Per hoofd van de bevolking is de CO2-emissie in China nog steeds veel lager zijn dan in de geïndustrialiseerde landen.

MRV. Meten, rapporteren en verifiëren. Veel landen willen best informatie verstrekken over hun klimaatacties, maar houden niet van pottenkijkers. Zeker voor China, maar ook voor de VS, is dit een gevoelig thema.

REDD+. Tropische bossen nemen veel broeikasgassen op. Houtkap betekent daarom minder reductie van CO2. Met REDD+ (Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation) moeten landen die hun bossen beschermen en daardoor inkomsten derven, gecompenseerd worden. Hierover bestaat bijna een akkoord.

Adaptatie. De meeste vooruitgang wordt in Durban niet verwacht op het gebied van emissiereductie, maar op dat van adaptatie, aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering. Ontwikkelingslanden worden het zwaarst getroffen door klimaatverandering, terwijl zij daarvoor het minst verantwoordelijk zijn. Het geld om de aanpassing te betalen moet daarom komen van de rijke landen. Ook China vindt dat het recht heeft op ‘compensatie’.

Fast-Start Finance. De rijke landen hebben in Kopenhagen beloofd om heel snel (tussen 2010 en 2012) 30 miljard dollar beschikbaar te stellen voor klimaatprojecten in ontwikkelingslanden. Het moet gaan om ‘extra geld’, bovenop de reguliere ontwikkelingshulp. Veel landen hebben nog niet aan hun verplichting voldaan.

Green Climate Fund. Dit korte termijn fonds moet uitgroeien tot een fonds waar vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar in gestort wordt. Over de ‘architectuur’ van zo’n fonds (wie bepaalt welke projecten gefinancierd worden) is bijna overeenstemming. Over wie moet betalen nog lang niet.

Technologie overdracht. Een onderwerp dat bijna is afgerond. Maar dat, zoals zo vaak in het klimaatdebat, voor het ene land iets heel anders betekent dan voor het andere. Ontwikkelingslanden zouden graag de beschikking krijgen over westerse technologie om hun economie te verduurzamen. Rijke landen peinzen er niet over om hun kennis zomaar beschikbaar te stellen. Zij zien liever dat arme landen met geld uit het klimaatfonds westerse bedrijven inhuren die hun technologie inzetten bij klimaatprojecten.

Paul Luttikhuis